Later meer recent materiaal (o.a. het gedicht 'Fennema' uit
de nieuwe bundel), maar nu eerst een aantal filmpjes en geluidsopnames van wat
langer geleden.
Op uitnodiging van Poetry International werd ik in 2006
gevraagd om een gedicht te schrijven bij een schilderij van Rembrandt. Ik koos
'Jeremiah treurend om de verwoesting van Jeruzalem'. De VPRO maakte een filmpje
van mijn voordracht voor het schilderij.
Meer dichters en filmpjes op
http://www.geschiedenis24.nl/dossiers/Rijn-Rembrandt-Harmenszoon-van-1606-1669.html
*
zegt ze
de wind door de twijgen
vindt een knoop
de wind door de twijgen
vindt een stam
struikelt in de slootkant
en vindt deinend water
stuit
ze trekt een cirkel in het zand
het weiland in september ligt er weelderig bij als een luie
rentenier die in de bloei van zijn leven het werk neer kan leggen. hoge inzet.
oud geld. een man die desondanks geen plaats wil maken, die het werken is gaan
zien als spelen. hij neemt de zeis om het laatste gras neer te bedden en op te
voeren
hoe kan hier een slotakkoord zijn aanvang vinden
hoe kan hiervoor een instrument uit ons
die bestookt door dromen die we als cruciale bondgenoten
zien
een schuur invluchten bij de minste regen
zegt ze
teken een cirkel op de grond
met twee slapende mensen daarin
om voorlopig
of erger te voorkomen
© Tsead Bruinja
Uit de bundel Bang voor de bal (Cossee, 2007)
http://www.uitgeverijcossee.nl/boek/Bang-voor-de-bal-T214.php
(Bron: http://www.maretakkenman.nl/de-maretak/)
Twee jaar daarvoor schreef ik op uitnodiging van Aïda en de Hortus een gedicht geïnspireerd door de maretak die zich als een parasiet met een appelboom had laten vergroeien:
Faraway voices – Frisian poet Tsead Bruinja reads 'Girl underneath the apple tree' from Tsead Bruinja on Vimeo.
MEISJE ONDER DE APPELBOOM
de goede aarde die zich omdraait naar de zon
en de nacht die zich terugtrekt uit haar takken
de appels
de kleine blonde haartjes op haar kippenvel
de nacht tussen haar borsten
en het boek op schoot
ik had een gezicht
dat half af was
en
wilde
meelezen
zanger die met lijm
aan zijn klauwen de boom niet meer uit
kan komen rollen
en geen vogels vangt
zakje bloed zonder handen
in zijn hoofd
een nieuwe stilte
aan zijn lichaam
een nieuw paar handen
*
FAMKE ÛNDER DE APPELBEAM
de goede ierde dy't him omdraait nei de sinne
en de nacht dy't him weromlûkt út har takken
de appels
de lytse ljochte hierkes op har pikefel
de nacht tusken haar boarsten
en it boek op skoat
ik hie in gesicht
dat heal ôf wie
en
woe
meilêze
sjonger dy't mei lym
oan de klauwen de beam net mear út
rûgelje kin
en gjin fûgels fangt
pûdsje bloed sûnder hannen
yn syn holle
in nije stilte
oan syn lea
in nij pear hannen
© Tsead Bruinja
'Famke ûnder de appelbeam' kwam terecht in de bundel Gers dat alfêst laket (Bornmeer, 2005) en later ook in Geboorte van het zwarte paard (Cossee, 2008). De openingscyclus van Gers dat alfêst laket / Gras dat alvast lacht las ik voor op muziek van Jaap van Keulen tijdens 'Disorientation – new ways of storytelling' in Filmtheater Rialto te Amsterdam in 2005. Ons publiek bestond uit tien mensen die verspreid door een bioscoopzaal zaten. Ons eerste optreden was daardoor niet erg goed, maar het tweede optreden ging vooraf door een aantal prachtige korte films van Marc de Cloe en dat inspireerde ons tot het volgende:
GERS DAT ALFÊST LAKET
elk wurd dat ik by dy dellis
oan ’e grûn en foar dyn fuotten
is in wurd tefolle
it kâlde gers dêrûnder
krekt meand krekt wiet
fan de moanne
it leit in dei
no wachtsje op de sinne
en hân foar de mûle
en hân foar de grap
wachtsje op hoe’t
krekt meand gers
laket
sjocht my oan
kom oerein
laket laket laket
elk wurd
wier wurd laket
laket
bliid
as in bêd dat noch net op
makke is
laket
krekt
meand en glêd
krekt meand en bliid
laket it gers mei de hân
op de mûle
en elk wurd dat ik skylk skynber sêft
by dy dellis op it nije gers en foar dyn djoere fuotten
is in wurd tefolle dat laket en laitsje sil
*
GRAS DAT ALVAST LACHT
elk woord dat ik bij je neerleg
aan de grond en voor je voeten
is een woord te veel
het koude gras daaronder
pas gemaaid net nat
van de maan
het ligt een dag
nu wachten op de zon
en hand voor de mond
en hand voor de grap
wachten op hoe
pas gemaaid gras
lacht
kijkt mij aan
kom overeind
lacht lacht lacht
elk woord
waar woord lacht
lacht
blij
als een bed dat nog niet op
gemaakt is
lacht
pas
gemaaid en glad
pas gemaaid en blij
lacht het gras met de hand
op de mond
en elk woord dat ik later schijnbaar zacht
bij je neerleg op het nieuwe gras en voor je kostbare voeten
is een woord te veel dat lacht en lachen zal
*
pake harret de seine
en laket
syn kâlde yltige hannen
bjinne de bonken skjin
oansketten gûchelhannen
troch har broekje
it kreaket wer
de tiid
*
opa scherpt de zeis
en lacht
zijn koude eeltige handen
boenen de botten schoon
aangeschoten goochelhanden
door haar broekje
het kraakt weer
de tijd
*
hy krôket wer
de minime god
fan it ferskil
hy krôket
en ferskoot de pion
pake laket
no sjen wa’t
de ring past
wa’t om it boadskip
te stjoeren falt
en roppe
hiel lûd roppe
*
hij boert weer
de minieme god
van het verschil
hij boert
en verschuift de pion
opa lacht
nu zien wie
de ring past
wie om de boodschap
te sturen valt
dan roepen
heel hard roepen
*
ûnder in heap seinen
sliept it lekker
gers dat alfêst laket
groetet de sinne
har laits
is de wurgens út
naaid
*
onder een stapel zeisen
slaapt het zacht
gras dat alvast lacht
groet de zon
haar lach
is de moeheid uit
genaaid
*
wa sjongt wa
de búk yn
wa komt foar wa
de bosk út
wa laket as in mes
har de takomst yn
en koest troch de tonger
hinne har it longerjen yn
wa segenet de sinne
op ’e nij
mei in berte
en is it nije gers
*
wie zingt wie
de buik in
wie komt voor wie
het bos uit
wie lacht als een mes
haar de toekomst in
en slaapt door de donder
heen haar het verlangen in
wie zegent de zon
opnieuw
met een geboorte
en is het nieuwe gras
© Tsead Bruinja

Plaats een reactie