(Voorkant van de bus van de Merry Pranksters – http://en.wikipedia.org/wiki/Further_(bus)
Vorig jaar had ik het idee dat ik uit- en afgeschreven was. Ik kwam niet echt verder. Daarna zocht ik psychische hulp en overwoog ik of ik misschien niet iets compleet anders moest doen, maar nu de volgende bundel bijna uitkomt en ik de eerste stappen zet op weg naar een nieuwe Friese bundel (vrees niet, die komt vast niet eerder dan over twee jaar uit), heb ik het gevoel dat er een 'verder' is, dus raas ik weer als een moderne Don Quichot richting de horizon, een beetje zoals ik me voorstelde dat mijn opa deed toen hij voor het laatst bij mijn oma op bed kroop om nog een keer de liefde met haar te bedrijven:
DON QUICHOT
galopperend kwam hij uit zijn laatste droom
als een roestige ridder op een witgeverfd paard
met een stijve pik en tijding voor zijn vrouw
dat hij fijn over haar had gefantaseerd
zij waste zijn piepende pak liefdevol in een bad met cola
masseerde met baleinen borstels haar harde handen
het wit uit zijn wijd geopende hengstenlijf
hielp hem hijgend op het paard en wees hem de weg
zijn scherpe botten die onder zijn vette pens
bijna door de tere huid heen staken ratelden als een oud blikje
schoensmeer met een knijper in het achterwiel
tegen de binnenkant van zijn blinkend gepoetste harnas
een rijpe appel rolde in de trommel over het met spek belegde brood
van de ene naar de andere kant was zijn lans glad geschuurd
de punten geslepen
hij zoog wat op het pepermuntje op zijn tong
en streek het zadel in het vet
en ik wilde tot de wieken hem zouden breken
niets meer van een wereld om ons heen vernemen
wilde mee malen met zijn wild draaiende molens
tot aan de hete einder toe
Vertaling uit het Fries uit de bundel De Geboorte van het zwarte paard (Cossee, 2008)
Plaats een reactie