Het was net een schoolreisje gisteren in de Wintertuinbus naar Krefeld. Er was alleen wat weinig ruimte om onder de banken te kruipen, toen we weer terug waren.
Er kwam helaas niet veel publiek af op ons optreden, maar met zo'n vijftien man, waaronder twee journalisten van de grote kranten in de regio, was het publiek net groot genoeg om te voelen dat je niet voor een handjevol bekenden stond voor te lezen.
Erik Lindner las zijn gedichten binnen in het Nederlands voor en werd daarbij bijgestaan met de voordracht van de vertalingen in het Duits door Dennis Gaens. Ik had eerder mijn gedichten in het Duits (mooie vertaling van Brockwayprijs winnaar Gregor Seferens) voorgedragen aan de achterkant van het museum, waarbij ik zo nu en dan wat struikelde over de mij onbekende woorden.
Na afloop stelde het publiek nog enkele vragen over hoe we te werk waren gegaan en in welke mate we ons iets hadden aangetrokken van de historische achtergrond van het gebouw.
Erik had gereageerd op de foto's die tegen de ramen waren geplakt aan de binnenkant en ik had me laten inspireren door het muurbehang waarmee het gebouw verblind was. Mijn manier van werken was dus niet zo zeer historisch, maar meer door de eerste indruk bepaald.
Toen we afscheid hadden genomen van journalisten, medewerkers en publiek, zei ik tegen Erik dat dit misschien wel de laatste keer in ons leven was, dat we in Krefeld zouden zijn, waarop Erik opperde dat we misschien over tien jaar beiden wel een verzekeringsmaatschappij in Krefeld zouden kunnen runnen.
'Delen we dan een kantoor of zijn we dan concurrenten?' wilde ik nog weten.
Ik geloof niet dat we tot een eenduidig antwoord zijn gekomen, maar volg dit weblog nog tien jaar en u zult het merken.
Op de terugweg was er een prachtige zon te zien, waarop Frank Tazelaar (hieronder te zien) nog even mijmerde over zijn geliefde Zeeland en het feit dat de zon daar acht minuten langer schijnt.
Lindner en Bruinja voor al uw begrafenissen en partijen


Geef een reactie op Tsead Bruinja Reactie annuleren