Vandaag wil ik het gedicht schrijven voor de tentoonstelling in Duitsland en om in de stemming te komen lees ik de Verzamelde gedichten van Faverey, waarbij ik meteen na het eerste gedicht, de bundel al weer dicht heb geslagen:
Stilstand
in aanbouw, afbraak
in aanbouw. 'Leegte,
zo statig op haar stengel';
land in zicht, geblinddoekt.
Eigenlijk wil ik die laatste regel weglaten en alleen maar herhaaldelijk voor me uitzingen:
stilstand in aanbouw, afbraak
in aanbouw. 'leegte,
zo statig op haar stengel'
Die laatste regel is me te hoopvol en te Homerisch, te veel een verwijzing naar Odysseus (al kan ik daar heel goed naast zitten). Zonder die regel is het gedicht voor mij een ijzersterk mantra over de leegte.
Terwijl ik dat aangepaste mantra herhaal, realiseer ik me dat ik misschien wel onbewust ooit het beeld van Favery heb geleend voor een gedicht uit Dat het zo hoorde, dat begint met de regel:
ik zei ik zie de roos
als een wrak in aanbouw
Het maakt niet uit. Water onder de brug.
Om nog meer in de stemming te komen en vooral ook om nog maar niet aan het werkelijke schrijven van het gedicht te hoeven beginnen, maak ik een bewerking van een gedicht van de Engelse dichter Philip Larkin, waarvan ik al maanden de volgende regel met me meedraag:
…we should be kind
While there is still time.
De rest van dat gedicht hoorde ik voorgelezen worden door de weduwe van John Thaw (Inspector Morse) tijdens een van de afleveringen van My life in verse op de BBC.
Ik kocht bij Athenaeum in Amsterdam de verzamelde gedichten en las het gedicht de afgelopen week met enige regelmaat, vanwege de troost, vanwege het kleine en misschien ook wel vanwege de jaloersmakende techniek.
Die jaloezie heeft alles te maken met het feit dat ik graag een nieuwe bundel wil maken en daarbij moet kiezen tussen iets compleet nieuws (geen idee hoe) of het gebruiken van bestaand ongepubliceerd werk.
Ben daar nog niet uit.
Eerst maar eens het gedicht voor de Baldessari tentoonstelling schrijven.
Hieronder mijn bewerking van het gedicht, dat ik, met alle respect voor de echte vertalers, absoluut geen vertaling zou willen of durven noemen:
de grasmaaier
Twee keer, sloeg de maaier af; gebukt, vond ik
Een egel in de messen vastgedraaid,
omgekomen. Hij had zich in het hoge gras bewogen.
Eén keer, eerder had ik hem gezien, en zelfs te eten gegeven.
Nu had ik zijn onopvallende wereld onherstelbaar
verscheurd. Hem begraven was geen troost:
De volgende ochtend stond ík op en hij niet.
De eerste dag na de dood, een nieuwe afwezigheid
die altijd hetzelfde blijft; we zouden voorzichtig moeten zijn
Met elkaar, we zouden lief moeten zijn
Nu we de tijd nog hebben.
P.s. waar nu 'egel' staat, stond eerst 'stekelvarken'. door een opmerkingen van een goede lezer, heb ik dat veranderd. Een egel is in het Fries een 'stikelbaarch'. Waarschijnlijk maakte ik daardoor en door mijn voorkeur voor dat mooie lange woord 'stekelvarken' die keuze.
P.s.s. een andere lezer merkte op dat er wel erg veel komma's in het gedicht staan. Wellicht verwijder ik die later. In het origineel staan ze ook en ze zorgen wat mij betreft voor het hortende ritme dat overeenkomt met de haperende grasmaaier, dus ik laat ze nog even staan.
Bewerking van 'The Mower' van Philip Larkin. Het origineel is te lezen via deze link: http://www.wussu.com/poems/pltm.htm.

Plaats een reactie