Gisteren werd de bloemlezing Ik ben een bijl gepresenteerd bij uitgeverij Nijgh & Van Ditmar. Erik Jan Harmens verdedigde zich nog even tegen alle aanvallen op het feit dat hij het manifest had ondertekend met zijn naam en Landsmeer als standplaats. Moet daar nodig eens gaan kijken.
Er is redelijk wat discussie over dat manifest en de inleiding bij de bloemlezing. Ik ben het ook lang niet overal mee eens, maar volgens mij moet je het toch vooral ook zien als een mening. Mocht de directie van het Fonds voor de Letteren hun handtekening eronder zetten of de verzamelde Nederlandstalige poëziecritici, dan hebben we het ergens anders over.
En dan nog, als dichter laat je je toch niet vertellen wat je wel of niet zou moeten doen.
Vandaag heb ik de bloemlezing voor het eerst in zijn geheel gelezen. De enige algemene noemer voor de gedichten die er in staan, die ik op dit moment kan bedenken, is 'ruw'. De poëzie in Ik ben een bijl heeft iets ruigs. Het beste voorbeeld daarvan is een van de gedichten van Eus, die helaas nog altijd niet een bundel heeft gepubliceerd:
Fedde logeert
een paar dagen
bij mij
gisteren maakte hij
volgens geheim recept
'soep van het kamp'
vandaag knipte ik
de takken uit zijn haren
terwijl hij
de overlijdensadvertenties las
daarna pakte hij het telefoonboek
en streepte enkele namen door
Een schitterend gedicht, waarin natuurlijk wel erg veel wordt afgebroken en dat bovendien behoorlijk veel weg heeft van de poëzie van Jan Arends, maar dat tegelijkertijd ook bewonderenswaardig teder en woest is.
Erik Jan Harmens was erg blij met het omslag van de bundel, maar begreep het niet helemaal, waarop iemand grapte dat de vormgever wellicht de titel verkeerd had gelezen, namelijk als 'Ik ben een bel'. Vervolgens kwam de vormgever naar voren om uit te leggen dat het om een vorm van straatpoëzie ging die hij bij de inhoud van de bundel vond passen.
Zelf zag ik het omslag als een symbool voor de dichter die bij de lezer aanbelt met zijn gedicht en die vervolgens, als voor hem de deur wordt opengedaan, vrolijk een bijl tevoorschijn tovert.
De titel is overigens afkomstig uit het volgende gedicht van Tommy Wieringa:
Hoewel zacht
Je krijgt geen toegang tot de oester
door te dreigen met verdwijnen of een kus
Zij is gebouwd
op hard en bitter zwijgen
Zij denkt dat iedereen een meeuw is
met honger in zijn hoofd
Maar ik ben geen meeuw
Ik ben een bijl
Wat me weer doet denken aan misschien wel de mooiste strofe in de bloemlezing, uit het gedicht 'Scheur' van Ruth Lasters:
Alsof de lucht audities houdt voor de ultieme meeuw,
alle tragere, grauwere zal laten neerstorten elk ogenblik,
daar rekenen we ergens
op…
Ik ga de komende weken nog een paar keer proberen de bloemlezing in zijn geheel te lezen om te kijken waarom deze gedichten bij elkaar horen.
Misschien moet ik daarbij vooral de volgende ijzersterke regels van Annemieke Gerrist goed voor ogen houden:
Het is een groot misverstand
om eerlijk te zeggen waar het op staat of ergens in te geloven
Voor wie meer wil weten over de discussie, het manifest e.d.:
Inleiding bij de bloemlezing – http://www.trouw.nl/opinie/letter-en-geest/article2766531.ece/Poezie._Ik_wil_een_bijl_.html?part=1
Pagina 1 op de Contrabas met links naar reacties – http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2009/05/een-overzicht.html
Pagina 2 op de Contrabas met reacties daaronder – http://www.decontrabas.com/de_contrabas/2009/05/harmens-en-pfeijffer-schrijven-manifest-voor-een-riskante-literatuur.html#comments
Interview met Erik Jan Harmens – http://www.woestenledig.com/woestenledig/2009/05/erik-jan-harmens-verklaart-zich-nader.html


Plaats een reactie