‘ Ga weg!’
Dat waren de woorden die mijn gesprekspartner van gisteravond als eerste hoorde, toen ze na de onafhankelijkheid van 1980 zich op haar nieuwe werkplek meldde. Ze was de eerste zwarte lerares op een blanke school. Toen ze uiteindelijk toch les mocht geven, werden de blanke kinderen een voor een van haar school gehaald, totdat er vier overbleven. Haar man was de eerste zwarte leraar op een blanke ‘private school’ en is nu het hoofd van zo’n school.
De plaats die zwarte mensen in deze samenleving hebben verworven ging dus duidelijk niet zonder slag of stoot en in het geval van die eerste zwarte mannelijke leraar ging er nog een andere lijdensweg aan vooraf.
Zijn vader die als politieman voor de blanke regering gewerkt had, werd tijdens de oorlog door zijn zwarte ‘brothers’ voor de ogen van het hele gezin neergeschoten.
Mensen werden in die tijd verraden door buren en familieleden, waardoor je nooit helemaal zeker wist, wie er in je omgeving voor had gezorgd dat je vader, moeder, zusje of broertje was afgevoerd.
In dit geval ging het om een aantal verre ooms, ooms die bij familiebijeenkomsten nog altijd hun gezicht laten zien, waardoor die eerste zwarte leraar, wiens vader simpelweg zijn brood moest verdienen om zijn gezin te eten te geven, het niet voor elkaar krijgt om naar een dergelijke ‘ feest’ te gaan.
Het is een van de vele voorbeelden van de gespletenheid van een land, waarin in een boerengezin een kind aanhanger kan zijn van een andere partij dan zijn ouders, waardoor hij onteigend moet worden, omdat anders de vijand hem en zijn ouders zullen martelen, waarna ze het vee ombrengen en dat vee is hier van onschatbare waarde. Je rijkdom als boer druk je uit in koeien, schapen en kippen en niet in geld.
En dat gebeurt allemaal in gemeenschappen die ook buitengewoon ontroerende eigenschappen hebben.
De lerares vertelde me hoe je in haar stam nooit mocht zeggen dat je wees was, ook al leefden je ouders niet meer. Zodra een vader en/of een moeder overlijdt, neemt een ander lid van de stam de verantwoordelijk van die ouder namelijk over. Je woont niet automatisch bij hen in, maar je gaat wel met je problemen naar hen toe.
Ik vertelde daarop hoe we in het Fries als we over onze ouders spraken tegen anderen het altijd hadden over ‘ us heit’ (‘ us’ is onze) of ‘us mem’, omdat ‘ myn heit’ als onbeleefd en ongepast werd ervaren. Ook als je enigst kind was gebruikte je deze beleefdheidsvorm.
In Zimbabwe gebruiken ze een soortgelijke vorm bijvoorbeeld als men aangeeft dat men vader het dorp in heeft zien lopen. Op zo’n moment ‘lopen’ vader het dorp binnen.
In de afgelopen 29 jaar moeten er veel vader en moeders het dorp uit zijn gedragen of ter plekke vermoord en elke keer zijn er weer nieuwe vaders en moeders bijgekomen die de taak hebben overgenomen. Daar kwam geen enkel ingewikkeld bureaucratisch proces aan ten pas.
Geef een reactie op RK Reactie annuleren