Na 3 films (The Curious Case of Benjamin Button, Frost/Nixon en Quantum of Solace) een rock documentaire, een aflevering van Frasier, een dikke Nederlandse vrouw voor me die haar stoel te ver naar achteren zette, een smerige veganistische maaltijd, ettelijke glazen water, tomatensap en thee, zijn we aangekomen in Johannesburg, waar de tegels van het vliegveld buitenaards glimmen.
Dit is mijn eerste verblijf in een Afrikaans en ik heb geen idee wat ik er precies van moet verwachten.
Toen we uit het vliegveld stapten rook ik dezelfde zoete geur als ik op het vliegveld van Jakarta had geroken zo’n twee jaar geleden. Daarnaast rook het op de taxistandplaats naar rook afkomstig van houtkachels.
De taxichauffeur die ons ophaalde van het Airport Game Lodge hotel, vroeg ons of we uit de Niederlands kwamen en checkte even of we geen bezwaar hadden tegen de operaradiozender die hij op had staan. We reden van ‘ die grootpad’ (snelweg) af een onverharde weg op en meteen werd onze chauffeur gebeld.
Ik keek naar de honden aan de kant van de weg en vroeg me af of het zwerfhonden waren, terwijl Sas met de chauffeur sprak. Er bleken vanavond vage lui gesignaleerd te zijn op deze weg, maar veel meer wist de man ons niet te vertellen.
Even later reed er een rode golf voor ons langs, maar die reed weer door toen we tijdelijk stopten, waarna wij de laatste honderd meters naar het hotel aflegden, veilig achter een hek.
Een beetje spannend dus, deze eerste kennismaking, maar tot nu het alles reg gekom.

Plaats een reactie