02102007   

Terwijl de mussen op het balkon een vogelhuisje inspecteren bij gebrek aan dakpannen in onze buurt, stap ik zo in de trein richting Fryslân voor filmopnames in Grou.

Er wordt een documentaire gemaakt over het project Woordenstroom (http://www.provinciegroningen.nl/actueel/582459?view=Standard&search=true), waarbij dichters samenwerkten met typografen en ik mocht samenwerken met René Knip (http://www.atelierreneknip.nl/).

Meer over ons project vind je hier:

en hier (voordracht van het gedicht):

Een korte uitleg over het project is hier http://www.tseadbruinja.nl/galery12.htm te lezen en foto's zijn op Flickr te vinden: http://www.flickr.com/photos/12708654@N03/sets/72157602088630894/.
Hieronder een korte uitleg en een vertaling van het gedicht:

ijveren op zwart

 

wind vult de jas

de stetson

 

die ene die houdt van al het andere

zegt hij of zeg ik

 

of de grond niet een deur is

of die golf niet een deur is

 

zegt hij of ik me toe

hoe diep je

           naast me komt liggen

 

paard dat voor de golven uit

het water ontdraaft

 

het ijvert op zijn zwarte glansrug

het ijvert op zijn pluizige zwiepstaart

 

kleur wint grond

en ik zeg af

of toe

Het gedicht werd geïnspireerd door een gesprek aan boord met typograaf René Knip over de liefde en over zijn hobby zeezeilen. Vandaar een uitdrukking als 'hoe diep je naast me komt liggen' (een vergelijking van twee geliefden als twee bootjes). Het is een gedicht over hoe we ons gedragen in relaties, hoe we willen verdwijnen, hoe je bij iemand wilt zijn (toezeggen) en alleen wilt zijn (afzeggen).
 
Grou waar het gedicht vlakbij geschreven is, is de geboorteplaats van de gebroeders Halbertsma, dichters/schrijvers en verzamelaars van volksverhalen ('Rimen en teltsjes'). Ik heb het gedicht o.a. als eerbetoon aan hen een sprookjesachtig karakter gegeven – bijv. het verdwijnen in het water.
 
Tijdens de tocht vielen de kleuren om ons heen me op. Paarden spelen al langer een rol in mijn werk als symbolen van kracht en misschien ook wel van duisternis en dood. Ik laat in het gedicht een Fries paard als een phoenix uit het water verrijzen, als een soort donkere en krachtige belofte, alsof de liefde opnieuw geboren wordt. We doen ons best op ons gedrag, maar de kleuren in de natuur komen soms zo sterk op je over dat je daarachter een wil of een persoonlijkheid vermoed, alsof het paard dat ik me voorstel zijn best doet om zo zwart mogelijk te zijn.
 
Ik kan moeilijk voor René spreken, maar je ziet hoe hij gekozen heeft voor materiaal dat in het landschap wegvalt. Het wit van de lucht is het typografisch wit geworden en de taal van de typografie komt bijna overeen met de kale takken die we nu in de winter zien.

Posted in

2 reacties op “Grou”

  1. Johan Boekema Avatar

    Ah, hier staat het dus. Tja, dat heb je als je van achter naar voor leest. Misschien leuk om dit soort beelden bij voordrachten achter je te projecteren?

    Like

  2. Tsead Bruinja Avatar

    Ha Johan,
    Dat doe ik soms, maar het is vaak lastig om beamers e.d. te regelen.
    Dank voor de tip!
    Alle goeds,
    Tsead

    Like

Geef een reactie op Tsead Bruinja Reactie annuleren