Sas was gisteren druk in de weer met herstelwerkzaamheden aan het groen op balkon en dakterras. Ik gaf daarbij zo nu en dan fleurig wat commentaar en smeerde mijn kaalgeschoren hoofd in met zonnebrand, terwijl ik verder las in de bundel van Hans Tentije.
Bij ons had je vroeger de tuin en de bouw. De bouw waren kleine akkertjes achter het huis waar we prei, wortels, boerenkool, aardappelen, peterselie en meer plantten. Het was de bedoeling om zoveel mogelijk van eigen tuin te eten, vooral omdat dat goedkoper was.
Als jongetje keek ik vaak naar Popeye. En omdat wij geen spinazie hadden, maar wel peterselie, dat per slot van rekening ook groen was, stelde ik me voor dat ik daar net zo snel sterk van werd als the Sailorman. Moest er gewerkt worden of iets getild, dan snelde ik me naar de tuin voor een flinke hap peterselie, zong het liedje van Popeye en balde mijn spieren.
Aan het werk op de bouw, dat bestond uit het omhakken van de grond of het wieden van onkruid, had ik een ongelofelijke grafhekel. Mijn moeder kocht me dan ook dikwijls om met het vooruitzicht op vijf gulden, waar ik na gedane arbeid meteen mee naar de speelgoedwinkel rende om een doosje lego te kopen.
P.s. toen ik naar een mooi plaatje zocht van een legodoosje kwam ik een coole site tegen met lego-art. Vandaar geen doosje, maar kunst:
Meer over de kunstenaar op http://blog.makezine.com/archive/2007/06/man_builds_a_living_out_o.html



Plaats een reactie