In het zaaltje van het SJU Jazz podium aan de Varkensmarkt stonden tafeltjes klaar met op elk tafeltje de naam van één dichter. Een stuk of 8 andere dichters lazen ook voor en namen plaats achter hun tafeltje, terwijl er muzikanten met uiteenlopende blaasinstrumenten door de zaal liepen, waaronder Jan Schellink, die op een kleine trombone leek te spelen en die met zaklamp en microfoon de dichter aanwees die mocht voorlezen. Het kon zijn dat er een ontzettende kakofonie volgde, maar meestal werd er bijzonder goed geluisterd naar de voordracht. Het voorgedragen gedicht werd bovendien ook nog geprojecteerd, zodat het publiek mee kon lezen. De kakofonie volgde pas in de verschillende pauzes als Schellink een stukje experimentele drum ’n bass opzette en de blazer vrolijk door toeterden.
Een vroege gast grapte er met mij over dat het publiek wel zou bestaan uit de optredende dichters en muzikanten, maar de opkomst was goed, al bleek een deel van het publiek het na drie rondes mooi genoeg te vinden.
Ik zat om tien over elf alweer voldaan in de trein naar huis met een nieuw aangeschaft popblaadje over ‘prog rock’ en een meisje tegenover me dat voortdurend met haar laars tegen mijn bankje schopte, terwijl ze een gesprek gaande hield met een horde vrienden twee bankjes verderop. Ik verbaasde me erover hoe dichtbij Utrecht eigenlijk wel niet is en haalde mijn benen van elkaar, zodat het meisje met haar laarzen niet meer bij mijn bankje kon.
Wat me weer doet denken aan een mooie titel van het Genesisnummer ‘Do the Neurotic’

Plaats een reactie