Terwijl ik gisteravond mijn eerdere blog schreef, mijn mail checkte en met een schuin oog naar Pauw en Witteman keek, waar een man te gast was die op jonge leeftijd Alzheimer had gekregen, moest ik terugdenken aan de film Iris over de schrijfster Iris Murdoch, die aan dezelfde ziekte leed. Nadat ik die ontoerende film had gezien, schreef ik onderstaand gedicht:
MET EEN GROOT WIT NUMMER OP DE RUG
1.
in zijn glimmende rode wijde american football shirt
spreidt de jongen zijn armen
even lijkt hij zijn vriendin in de deuropening van de trein
de weg te versperren
maar zodra hij begint te zwieren aan de beugels
en zijn gympen van teen naar hak
het perron loslaten
zie ik met hoeveel speelse moeite
hij haar wil laten gaan
2.
we willen praten
ze trekt haar schoenen uit
laat haar tenen kronkelen
door het topje van de panty
we willen schreeuwen
ze ontspant haar tenen
en strekt haar benen
over een krant
op het bankje
alsof bloed weer mag stromen
laten we iets zoeken om te vieren
iets om te zingen
3.
hij oud en warrig
zij slim en dementerend
ze verlaat zichzelf
en hij neemt geen afscheid
zoekt naar nieuwe taal
waarin hij ontdekkingen vermoed
wil haar niet kunnen bijhouden
het gebeurt in een film over een stel op leeftijd
waarin we de herinneringen van iris murdoch
uitzwaaien tot ze sterft
en hij met haar jurk in zijn handen achterblijft
het is laat en ik loop sniffend naar de keuken
waar morgen de nieuwe wasmachine wordt gebracht
we zijn jong
ik gebruik het minder felle licht
zodat ik mezelf niet zal zien
maar bij het plassen mislukt het
ik zie mijn sippe lippen
en op mijn borst boven het hemd
plakt een flinter oude kaas
die ik at bij de wijn
sas ligt boven naast de wekker
en onze trouwfoto
de nieuwe wasmachine komt morgen
tussen half elf en half één
zegt de website
wie van ons gaat het eerst vraag ik me af
en redden we het met zijn tweeën
hoeveel wasmachines mag dit uitzwaaien duren

Geef een reactie op Jürgen Reactie annuleren