Wilson 

subversief

Poëzie
wanneer zij komt
                       eerbiedigt niets.
Geen vader en geen moeder.
                                      Wanneer zij komt
uit een van haar spelonken
heeft ze lak aan de Staat, de Burgermaatschappij,
heeft ze schijt aan Verkeer en Waterstaat
                                                         en hinnikt ze
als een hitsige
           hoer
           voor het Paleis van de Dageraad.

En pas daarna
denkt ze na: dan kust ze
                  op de ogen hen die slecht verdienen
                  wiegt ze aan haar borsten
                  hen die dorsten naar geluk
                  en naar rechtvaardigheid

En ze belooft het land in brand te steken

© Ferreira Gullar
© vertaling August Willemsen

Uit de bloemlezing  Morgen is weer geen andere dag (Wagner & Van Santen,2003)

Bovenstaand gedicht las ik vannacht, nadat ik een hele avond had zitten mailen en eerst  moest landen, voordat ik naar bed zou gaan. Met een half oog keek ik tijdens het lezen naar de film Cast Away met Tom Hanks, over een man die op een eiland strandt en daar op een gevonden voetbal een gezicht schildert. Hij geeft die bal een naam en voert er hele gesprekken mee. Waarschijnlijk is die denkbeeldige interactie hetgene dat er voor zorgt dat hij niet compleet doordraait. Het is een film die ik keer op keer kan zien.

Ik was dus wat in het bladeren in het werk van de Braziliaanse dichter Ferreira Gullar en bleef bij dit gedicht hangen, Waarom? Waarschijnlijk vanwege de vermenging van straattaal met literaire taal en het meedogenloze en verleidelijke karakter van het gedicht.  Bovendien ben ik erg snel overtuigd van een gedicht als er iets in de fik gaat. Zo prevel ik met enige regelmaat en groot plezier 'brand brand in het kleine dorpje' van Tonnus Oosterhoff voor me uit.

Eerder liet ik op dit blog al een ouder gedicht lezen over een brandend huis. Nu wil ik tegenover het gedicht van Gullar twee gedichten uit mijn laatste bundel Angel plaatsen.

buurmeisje
als je tuin in brand staat

laat ik je dan stikken
of breng ik je de kleine dood

friendly fire
collateral damage

bang voor de hond die blaft
als ik met mijn vriend over het hek kom

bang voor je vader
die van werk en café
weer thuiskomt

voor zijn vrienden
en collega’s

*

vriend als ik je meeneem
de brandende tuin in
van mijn buurmeisje

neem dan je zusje mee
dan vraag ik mijn moeder
en oma

haar hond die zou blaffen
likt onze handen

een uitgerolde tuinslang
verzuipt machtig onkruid
kogels winterzaad

buurmeisje
als je tuin
weer in brand staat

neem ik een zusje mee
een moeder
en een oma

De gedichten zijn onder andere een reactie op de invasies van het Amerikaanse leger in Irak en Afghanistan. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als men in plaats van met een groep mannen, met een groep vrouwen een land binnen zou gaan. Ik heb zo’n vermoeden dat er dan heel wat minder bloed vergoten zou worden. Pas bij het schrijven van het tweede gedicht had ik dat overigens door. Misschien zocht ik een vredigtegenwicht voor het agressieve begin. Ik kan me het niet meer precies herinneren. 

Dat niet precieze weten, houdt het gedicht spannend voor me en daarom lees ik het graag voor. Het is net als een goede film die je al tig keer gezien hebt. Je weet hoe het afloopt en waar het over gaat, maar tegelijkertijd gaat die film over een vraag waar je geen vast antwoord op hebt.

Vanavond ga ik de rest van Cast Away kijken. Ik wil nog één keer langs de vertwijfeling en gekte schuren die Tom Hanks ondergaat als hij midden op zee zijn vriend de voetbal kwijtraakt. Daarna duik ik nog even in de gedichten van Gullar op zoek naar het vuur en de vertwijfeling van de poëzie.

 

Goeds,

 

Tsead

Posted in

Plaats een reactie