Tussen alle steunbetuigingen voor de campagne zaten ook een aantal interessante opmerkingen over omissies in mijn ‘partijprogram’. Dacht ik dat ik alle genres omarmd had, bleek ik de jeugddichters en de stads- en dorpsdichters over het hoofd te hebben gezien. Terug naar de tekentafel dus en de plannen herschrijven.
Als medewerker van het festival Dichters in de Prinsentuin heb ik gemerkt dat het uitnodigen van jeugddichters de moeite loont. Dichters als Edward van de Vendel en Ted van Lieshout hebben een geweldige voordracht waar dichters voor volwassenen van kunnen leren. Bovendien zorgen hun gedichten er voor dat we het kind in onszelf niet vergeten. Dat leerde ik jaren geleden al toen ik als beginnend dichter Kees Spiering hoorde voorlezen in Den Haag bij Dichter aan huis. Tijd dus dat deze dichters op Poetry International, bij de Wintertuin en andere festivals in de avondprogramma’s gewoon tussen de andere dichters door worden opgenomen.
Wat de stads- en dorpsdichters betreft, ben ik aan het piekeren over een voortzetting van de Drenthse zeuvendaagse, met toestemming van de bedenkers natuurlijk, waarbij schrijvers en dichters, die allen een zekere band hadden met Drenthe, door de provincie liepen en her en der uit eigen werk voordroegen. Ik heb destijds met veel plezier het blog van Bart FM Droog over die voettocht gelezen en het lijkt me een goed idee als de komende Dichter des Vaderlands, met stevige wandelschoenen aan en een aantal vriendelijke collega’s Drenthe en de rest van de provincieën nog eens aan zou doen. Dat moet in vier jaar prima kunnen.
Overigens wordt het moeilijk kiezen voor me, mocht ik het worden. Begin ik in Zeeland, waar ik al jaren graag kom, of begin ik in Fryslân?
Tot morgen,
Tsead

Geef een reactie op pietersz van calumburgh Reactie annuleren