Mijn ouders waren beiden kinderen van veeboeren en boeren konden vroeger simpelweg niet op vakantie. Mijn moeder had die behoefte ook niet echt, maar mijn vader wel. Van mijn moeder heb ik waarschijnlijk dat huismussige geërfd. Ik wil best de deur uit, zeker voor optredens, maar als het niet hoeft, blijf ik het liefst thuis. Er is soms niets lekkerders dan een paar dagen binnen blijven.
De afgelopen jaren ben ik iets vaker op reis gegaan. De ene keer op vakantie en de andere keer voor een optreden. Eenmaal op de locatie aanbeland ben ik een prima vakantieganger, hoewel ik dan weer niet de behoefte voel om alle bezienswaardigheden meteen te bezoeken. Het liefst drentel ik een paar uur door een stad en loer wat om me heen.
Het reizen zelf ben ik geen held in. Ik zie mezelf nog keihard over het vliegveld van Praag rennen om mijn aansluitende vlucht naar Skopje te halen. Onervaren als ik was, was ik door de verkeerde poort gegaan en stond ik op het punt het vliegveld uit te lopen. Daarbij is het ook niet voordelig als je licht neurotische neigingen hebt, zoals het gas tien keer checken als je de deur uit wilt gaan en voortdurend aan je binnenzak voelen of je portemonnee en je paspoort nog wel in je bezit zijn.
We stappen zo in de auto naar Drenthe en ik ben niet zenuwachtig want mijn vrouw rijdt en dat is altijd een feest. We zetten een goede cd op en kletsen wat, terwijl ik vrolijk om me heen kan kijken. Veel dichters hebben geen rijbewijs en ik ben daar een van de armzalige voorbeelden van. Ik zal de routeplanner lezen en lieve woorden zeggen.
De kerst gaan we doorbrengen in Borger, in een fijn huisje met bad. De tas zit vol bundels en een laptop, zodat ik morgen weer een blogje kan typen. Op naar de frisse lucht!
Alle goeds en alvast een fijne kerst,
Tsead

Geef een reactie op @te Reactie annuleren