Net thuisgekomen van een rondje vitamines bij de groenteboer en het Kruidvat open ik NRC Handelsblad en lees snotterend, dankzij de heersende griep, een interview met de kandidaten voor het volgende Dichter des Vaderlandsschap.
Iedereen heeft een eigen visie op het wel of niet campagnevoeren. Over het algemeen is de tendens dat de stemmen vooral moeten komen van mensen die al van je gedichten houden. Het moet over kwaliteit gaan. Een goed punt, maar de Dichter des Vaderlands moet aan meer kwaliteiten voldoen.
Op www.dichterdesvaderlands.nl staat als eerste criterium dat de volgende Dichter des Vaderlands ‘in staat moet zijn om op te treden als een enthousiaste poëzieambassadeur’. Het gaat er dus niet alleen om dat je reclame maakt voor jezelf om deze verkiezing te winnen, het gaat erom dat je optreedt als ambassadeur die de aandacht voor de poëzie vergroot.
Daarvoor moet je niet achter je bureau zitten wachten op de mooie woorden van je fans, daarvoor moet je het land in. Je moet niet te bang zijn om de liefhebbers van poëzie te vermaken en te ontroeren en je moet je best doen om hen kennis te laten maken met het werk van je gewaardeerde collega’s en jezelf.
Dat werk als ambassadeur van de poëzie ligt mij en dat wil ik graag gaan doen. Leest u voor meer informatie mijn plannen, die eerder op www.decontrabas.com werden geplaatst en die ik u hieronder nogmaals te lezen aanbied.
Ik snuit mijn neus, sla een yakult achterover (sponsoring is welkom) en lach.
Hartelijks en tot morgen,
Tsead Bruinja
P.S. Wat men tot nu toe van mijn gedichten vond, zowel positief als negatief, en de gedichten zelf vindt u op www.tseadbruinja.nl.
Plannen Dichter des Vaderlands
Mocht ik Dichter des Vaderlands worden dan zou ik de poëzie in al haar breedte willen promoten, door middel van:
1) Dagblad en webpublicaties en bloemlezingen in de breedte, inclusief poëzie in de Nederlandse dialecten en streektalen en de vertaalde poëzie uit het buitenland.
a. Jaarlijks verschijnen er alleen al in het Nederlands zo’n 150 bundels, maar voor al die bundels is er meestal geen aandacht in de bladen en de kranten. Ik zou elke dag op een literair weblog, liefst De Contrabas, in een krant, dat mag de NRC zijn, maar ook de Spits of een andere krant, een gedicht willen plaatsen uit die 150 bundels met een korte toelichting. Het zou ook mogelijk moeten zijn om deze columns via een mailinglist toegestuurd te krijgen.
b. Met de hulp van andere dichters/redacteuren, zou ik op diezelfde wijze, op het weblog en in de krant, aandacht willen bieden aan de dichters die niet in het Nederlands schrijven, bijvoorbeeld in het Fries, Gronings, Limburgs of het Drents. Van hen zouden dan zowel het origineel als een vertaling in het Nederlands opgenomen moeten worden, zodat mensen ook kennis kunnen maken met de schat aan anderstalige poëzie die ons land rijk is.
c. Nederland kent een aantal voortreffelijke poëzievertalers en zo nu en dan verschijnt er een prachtige boek met vertalingen van buitenlandse dichters. Ook aan die vertalingen zou ik aandacht willen schenken, evenals aan de buitenlandse dichters die ieder jaar te gast zijn bij de festivals, met name bij Poetry International.
d. Voor deze rubriek zou ook de mogelijkheid moeten bestaan om gedichten in te sturen, die door een groep van vijf mensen gelezen wordt en waaruit eens per maand een gedicht geselecteerd wordt.
e. Deze column/rubriek zou resulteren in een bloemlezing met 365 gedichten, uit het Nederlands, de streektalen/dialecten en andere talen, die bij een landelijke uitgever voor een lage prijs te koop zou moet worden aangeboden op de Gedichtendag van het daaropvolgende jaar, in combinatie met een feestelijke presentatie op een centraal punt van Nederland of via een tournee langs de verschillende grote treinstations van Nederland.
2) Optredens en tournees met een groep dichters en vertalers onder de vlag van de Dichter des Vaderlands
a. Langs scholen, liefst i.s.m. de educatieve organisaties Doe Maar Dicht Maar en School der Poëzie, waar ik beide al voor gewerkt heb. Het zou gaan om workshops in zowel het schrijven van gedichten als het voorlezen en om lessen waarin dichters vertellen wat ze doen, culminerend in een poëzieavond waarin de dichters en de scholieren samen optreden.
b. Lang de kleine zalen van de theaters. Om toonaangevende dichters te zien voorlezen moet men nu naar de grote festivals in de Randstad, terwijl er in bijna elk redelijk dorp wel een goede zaal is om naar dichters te luisteren. Ik zou graag met een goede dwarsdoorsnede van dichtend Nederland langs die zalen reizen, waarbij dichters met muziek en/of dans optreden, naast slam- en podiumdichters en dichters uit het traditionele circuit, met een kort open podium na afloop voor lokaal talent. Het zou mooi zijn als de grote literaire festivals als Poetry International, Winternachten, Crossing Border en Wintertuin aan deze tournee een bijdrage/productie zouden leveren, zodat tijdens de tournee reclame kan worden gemaakt voor die festivals en zij echt iets aan hun landelijke spreiding en uitstraling doen.
c. Voor beide tournees geldt dat niet alleen dichters die in het Nederlands schrijven in aanmerking komen. Ook vertalers met een goede voordracht, zouden geschikt kunnen zijn, evenals dichters in de streektalen en dialecten of buitenlandse dichters die Nederland bezoeken.
3) De Dichter des Vaderlands subsidie. Mocht het Dichter des Vaderlandsschap geld opleveren, via optredens en schrijfopdrachten voor het bedrijfsleven bijvoorbeeld, dan zou ik 15 % van die opbrengsten onder willen brengen in een fonds. Het fonds zou gedurende vier jaar kleine bijdragen kunnen leveren aan de tournees, zoals die hierboven worden beschreven, aan andere literaire festivals of activiteiten, maar vooral ook aan een prijs voor poëzievertalingen naar het Nederlands, zowel vanuit buitenlandse talen als de Nederlandse streektalen en dialecten, waardoor er meer aandacht komt voor het onderbelichte werk van deze vertalers.

Geef een reactie op egbert hovenkamp II Reactie annuleren