-
Hero Brinkman was te gast bij Dit is de dag en ik had zo nog zo bedacht geen aandacht meer aan de PVV te besteden ;o)
LIBERTÉ EGALITÉ FRATERNITÉ EN GRATIS LOLLY’S
ik wil in mijn paspoort mijn hobby’s seksuele geaardheid
opleiding politieke voorkeur werkverleden
en de exacte hoeveelheid subsidie
die aan mij uitgegeven isbij kantklossen verwacht ik
zonder full cavity search
suriname uit te komenbij van beide walletjes
en liefst met voorbinddildo tot bloedens toe
verwacht ik met zwaailicht en sirene
naar de dichtstbijzijnde darkroom
gereden te wordenbij friese taal en letterkunde
wil ik alleen nog maar door de politie toegesproken worden
met een pien en bianca accenten wie groen links leest op mijn identiteitsbewijs
moet mij overladen met veganistische heerlijkheden
en mij kleden in wollen sokken en zelf gebreeën
onderbroekenoverlaad mij met riante subsidies
bekostig mijn inkomen desnoods met een kopvoddentaks
op idiote oranje hoofddekselswant een beetje dichter werkt door tot ver na zijn zevenenzestigste
en ook wij worden steeds ouderik lig al op mijn rug
ik ben klaar voor de grote eerlijkheid van de pvv
in mijn paspoortoh vertroetel mij om wie ik ben
oh bestraf mij om waar ik vandaan kompas uw beleid aan op mijn achtergrond
vier met mij uw tijdelijke overwinning
om onze eeuwige nederlaag te vergeten -
Klein venster op de grote wereld
Door Janita Monna
De Fries Tsead Bruinja houdt niet van de ivoren-toren-poëzie. Hij dicht hij over het alledaagse: feestjes, burenoverlast – en het wereldnieuws.Ook Tsead Bruinja deed vorig jaar een gooi naar de post van Dichter des Vaderlands. Zijn campagne voerde hij met grote inzet en gebruikmaking van de modernste communicatietechnieken. Poëzie hoort voor hem thuis in het leven van alledag.
Die opvatting brengt de tweetalige Bruinja al langer in praktijk. Door zijn werk op de meest uiteenlopende plaatsen voor te dragen, door zijn vorige Friese bundel Angel voor een klein bedrag op krantenformaat en als pdf uit te geven. Maar vooral in zijn werk, dat vanuit het kleine en dagelijkse zicht biedt op de grote wijde wereld.
Recentelijk verscheen het Nederlandstalige Overwoekerd. Een huiselijke bundel haast, waarin Bruinja de wereld beziet en beschouwt vanuit zijn positie als getrouwd man. Zoals in 'Sneeuw', dat het comfortabele thuis laat schuren met gruwelijkheden van ver weg: ,, in het jaar 2008 was ik geen vrouw van vijfenvijftig/ lag ik niet drie dagen bedolven onder de sneeuw/ werd mijn eigen vrouw niet door tien mannen verkracht".
Hoe nieuws van een persoon een icoon kan maken, laat hij zien in 'De stille teruggetrokken Ernesto', over een migrant die tijdens de rellen in Zuid-Afrika in 2008 in brand werd gestoken en wiens brandende lichaam alle voorpagina's haalde. Bruinja vat het nieuws vrij letterlijk samen, om vervolgens deze 'burning man' weer terug te brengen tot Ernesto, een mens van vlees en bloed.
Hij schrijft eerder journalistiek dan beeldend. Die droge, informatieve toon werkt goed als hij tegen bekende beelden aanleunt. Maar soms krijgt een gedicht iets van een feitenrelaas, zoals in 'Vuurvast steentje', dat wetenswaardigheden omtrent het cremeren opsomt en in toevalligheden losjes verbanden suggereert tussen geboorte en doodsgewicht.
In 'Overwoekerd' slaat een man het leven gade, zonder erin te slagen eraan deel te nemen: ,,overwoekerd door de dood en er niet mee bezig overwoekerd door de liefde en er niet mee bezig overwoekerd door de jaloezie en er niet mee bezig". Zo exposeert Bruinja zichzelf. We lezen over de trouwfeesten die hij met zijn vrouw bezoekt, logeerpartijen, dat hij op de wc zit, last heeft van de buren. Persoonlijke wederwaardigheden die lijken te zijn opgeschreven door iemand die van zichzelf vervreemd is. 'Worming up Von Kwabbenstein' waarin Bruinja zichzelf opvoert, benadrukt de buitenstaanderpositie en relativeert de intimiteit: ,,Tsead Bruinja is een man van de wereld. Hij declameert graag/ wijsheden als: Zwitserland is wel duur. ( ) Tsead is gelukkig getrouwd,/ maar nog nooit klaargekomen in Cambodja, Thailand of op een van de Galapagoseilanden."
Sommige gedichten hebben zo'n hoog realitygehalte dat ze balanceren op de grens van wat nog poëzie is. Een gedicht over een middagje schilderen bij pas getrouwde vrienden met een nieuw huis overstijgt de anekdote nauwelijks en bevat onhandige regels als: ,,ik kijk naar de plek waar de autoradio zat/ waarvan we het frontje thuis hebben laten liggen". Een mededeling als 'op de salontafel ligt mijn mobiel naast de bril van mijn vrouw' is in een gedicht bijna storend.
Bruinja's poëzie is van deze tijd. Alleen al omdat er vaak verwezen wordt naar actuele gebeurtenissen: ,,Gisteravond mocht onze minister-president eindelijk reageren op/ de slappe, ook ik blij in het brandbare Amsterdam-West, film van/ Geert Wilders."
Maar in zijn wat prozaïsche taal en ongegeneerd intieme regels voel je ook de invloed van het weblog. Net als veel bloggers, legt Bruinja zich weinig beperkingen op. Zijn gedichten zouden aan kracht winnen als hij zijn taal wat indikte. Bruinja is op zijn best als hij uit die cocon van huiselijkheid breekt, als hij inzichtelijk maakt hoe ieder leven en ieder meeleven plaatsvindt vanaf een afstandje.
de stille teruggetrokken ernesto
de stille teruggetrokken ernesto
deelde met zijn maat francisco
een éénkamerkrot
niemand kende echt hun namen
in de buurt stonden ze bekend
als lange en korte muzga
in de documentaire horen we
hoe ze de verkeerde kant op vluchtten
hoe francisco werd neergestoken en overleefde
en hoe ernesto in brand werd gestoken
toen zijn lijf geen vlam wilde vatten
werd hij door de meute in dekens gewikkeld
dat brandde beter
als ik schrijf dat dit een bewerking is van een artikel uit de groene
geschreven door fred de vries
beginnen de namen u wellicht te duizelen
en komt het gedicht minder hard aan
daarom heb ik voor u nog een naam
ernesto heet alleen nog ernesto
voor familie en vrienden
voor de rest van de wereld
werd hij omgedoopt tot
the burning man
Bron: Trouw, 26 juni 2010 -
Hieronder het interview uit het Parool van dit weekend. Omdat ik op dit weblog wat meer ruimte heb, heb ik een aantal teksten toegevoegd.Geklooi in dienst van de poëzieDoor Maarten MollKlooien. Dat is het woord van voltijdsdichter Tsead Bruinja (1974), de Fries die al heel lang in Amsterdam woont. Maar denk er niet het verkeerde van, want voor Bruinja is klooien een gelaagd woord.
'Klooien is een groot deel van het werk. E-mailen, webloggen, gedichten schrijven voor de radio, uit je neus eten, door de stad lopen, cd-winkels afstruinen, elke dag een kilometer zwemmen. Nadenken."
Maar klooien is geen doel. Het is zijn manier van leven. "Ik moet heel veel klooien om tot het grote werk te komen."
Dat grote werk is Overwoekerd, de nieuwe dichtbundel van Bruinja, die afwisselend in het Fries en in het Nederlands dicht. Gevarieerde poezie die naar binnen is gekeerd maar ook de buitenwereld laat zien. Over het heel lage, maar ook over het verhevene. "Deze bundel lijkt meer te doen dan de vorige bundels, als geheel is hij overtuigender. Ik heb het idee dat het nu echt gelukt is. Het gedicht 'Licht', daar mogen ze me om herinneren.
licht
er is licht
en iets dat daartussen staat
een muur
een figuur
een leven lang
ben je onbenaderbaar
kweek je vuisten
bedek je een graf
met je hele lichaam
verduister je het gat
van een deur
er is licht
iets dat daartussen staat
en er is een weg
waarop je je spullen achterlaat
er is licht
dat je iets wil vertellen
ga weg
laat liggen
neem opEen hoopgevend gedicht. Alles zit daar in, destructie tegenover liefde en warmte. Er wordt meer geraakt, deze bundel is opener, levendiger. Ja, deze bundel is knapperiger, snap je?"
Sinds 2002 leeft hij helemaal van de poëzie. Hij krijgt beurzen om zijn werk te schrijven, hij treedt veel op, interviewt en leidt dichters in op festivals zoals Poetry International en Crossing Border.
Het is geen hermetische poëzie die Bruinja schrijft. "Geen puzzeltjes, nee." Er zit veel ironie in, zelfspot, zoals in warming up von kwabbenstein, waarin Tsead Bruinja het onderwerp is. Hij is behendig in het doodrijden van oude vrouwtjes, en is nog nooit klaargekomen op een van de Galapagoseilanden. "Ja, stoere praat. Het helpt om zo nu en dan jezelf in de zeik te nemen. Om niet te serieus te zijn. Overigens kreeg ik een mailtje van iemand over dat Galapagoszinnetje: 'Ik wel'."
Deze wat lichtvoetige gedichten wisselt Bruinja in Overwoekerd af met gedichten waarin een donker wereldbeeld wordt geschetst. Dan lezen we een gedicht over Hector Pieterson, het Zuid-Afrikaanse jongetje dat het eerste slachtoffer was van de rellen in Soweto in 1976.
hector pieterson
in een klein japans busje worden we rondgeleid
door de verschillende wijken van sowetojabu onze reisleider legt uit
hoe hij zijn matras rechtop zette
als de regen tussen de golfplaten
door kletterdewe maken foto’s en rijden langs een school
waar jonge zwarte leerlingen in 1976 protesteerden
tegen het onderwijs in het afrikaansde kinderen wilden een vreedzame mars lopen
en kregen in plaats van bescherming
de kogels en knuppels van de blanke politie
over zich heenhector pieterson een jongetje van dertien
dat op die dag in 1976 vermoord werd
kreeg een museum en zijn zusje
kreeg daar jaren later werkwe zijn haar voorbij gelopen
zonder dat we het doorhadden
fluistert jabu ons toeniemand had een mobieltje
of een computer om mee te chatten
op 16 juni 1976 in sowetoen als er al een kindertelefoon bestond
dan was die waarschijnlijk
slegs vir blankes"Dat doe ik ook als ik voorlees. Eerst een gedicht zoals lamme, een soort klankgedicht. Dan moet het publiek lachen. Als ik dan uw plaats in ons meedogenloze archief voorlees, een hard gedicht over etnisch geweld en verkrachting, wordt het stil. Die verwarring, daar streef ik naar. Ik wil mensen vermaken, zeker, maar ik wil ze ook laten nadenken."
Kortom, Tsead Bruinja wil wel degelijk dat er rekening met hem gehouden wordt. "Ik wil wel dat men mij als serieuze dichter ziet, maar niet als doodserieuze dichter. Ook niet als een geëngageerd dichter. Ilja Leonard Pfeijffer en Erik Jan Harmens schreven een tijdje geleden een pamflet (onderaan dit bericht ook te lezen) waarin ze opriepen geëngageerder te schrijven. Dat zit al jaren in mijn poëzie, alleen noem ik het niet zo. Kijk, als je schrijft voeg je al iets toe aan de werkelijkheid, aan de buitenwereld. Een goed liefdesgedicht is ook engagement. Als zo'n gedicht je ontroert kun je het de dichter toch niet kwalijk nemen dat hij niet schrijft over wat er gisteren in het achtuurjournaal werd vertoond?"
De poëzie van Tsead Bruinja gaat over de wereld waarin hij staat. Er zit veel hoop in, benadrukt hij, want hij lijdt niet heel erg onder het zwarte wereldbeeld dat hij schetst. Het is vooral ook heel persoonlijke poezie, want hij kan niet dichten als het niet over hem en zijn plek in de wereld gaat, als hij er niet bij betrokken is. "Wat weer niet wil zeggen dat alles waar is," zegt hij erbij.
Vorig jaar zakte Bruinja weg in een depressie. "Geen lethargische, of klinische depressie hoor. Meer een soort lamlendigheid. Ik was even doelloos. En dat is een probleem voor mij. Ik zag het niet meer. Moet ik nu weer een bundel schrijven? dacht ik. Ik verdween onder de radar, was geheel in mezelf gekeerd. Ik ben graag alleen, en ik die periode verdween mijn band met de buitenwereld. Het werd te stil."
"Ik ging in therapie bij een psycholoog, en ik kwam er achter wat een heerlijk leven ik eigenlijk heb. Met al dat geklooi. Ik zag ook in dat dat genoeg is. Ik ben tevreden, al wil dat niet zeggen dat ik niet ambitieus ben. Want ik wil nog steeds het mooiste, scherpste en ontroerendste gedicht schrijven. Ik heb de wil en het geloof dat te doen weer gevonden. Maar daar moest ik wel een paar keer met iemand over praten, hè. Met iemand die geen belang had bij mijn leven."
Hij houdt zichzelf nu goed in de gaten, al kan hij zich voorstellen dat hij over een jaar of vijftien weer bij de psycholoog zit. "Dat is helemaal niet erg. Op dit moment ben ik heel gretig. Ik wil veel lezen, veel films zien. Ik ga een bundel Friese gedichten schrijven, en daar heb ik ontzettend veel zin in."
Bron: Het Parool (http://www.parool.nl/) - 26 juni 2010 zaterdag
P.s. voor de volledigheid hieronder het manifest van Pfeijffer en Harmens. Natuurlijk staat daar meer in dan wat ik in bovenstaand interview beweer:Manifest voor een riskante literatuur
Door Erik Jan Harmens en Ilja Leonard Pfeijffer
1.Kunst is vrij, maar niet vrijblijvend.
2.Kunst en entertainment zijn twee afzonderlijke disciplines.
3.Kunstenaars zijn ten volle verantwoordelijk voor de toestand in de wereld of zij nemen hun eigen kunst niet serieus.
4.Deze tijden van globalisering, immigratie, toenemende religieuze spanningen, oorlog, uitholling van de democratie onder druk van populisme, verkwanseling van grondrechten onder het mom van bevordering van de veiligheid, ecologische rampspoed en economische crisis zijn bijzondere en bijzonder gevaarlijke tijden die bijzondere eisen stellen aan de kunst.
5.Wij pleiten voor een moratorium van tien jaar op literatuur die elke pretentie ontbeert om zich op enige manier tot deze thema’s te verhouden.
6.Wij verwachten van de literatuur niet dat zij oplossingen biedt, maar wel dat zij de wereld verandert.
7.Wij willen literatuur die in geen andere tijd moet zijn geschreven, dan in de tijd waarin ze is geschreven. Schrijvers zouden niet in hun werkkamer een stilleven van een appel en een peer moeten bedichten terwijl buiten het kanonnenvlees in de loopgraven lilt.
8.Wij verachten slecht geschreven boeken. Wij verachten platte pamflettistische literatuur. Maar evenzeer verachten wij literatuur die schuchter, schichtig of schouderophalend voorbijgaat aan alles wat deze tijd bijzonder en riskant maakt.
9.Men kan pas werkelijk verachten als men ook kan liefhebben. Wij houden van literatuur. Wij hekelen irrelevantie als einddoel.
10.Nonchalance in de literatuur is een misdaad.Landsmeer en Genua, mei 2009
Bron: http://www.trouw.nl/opinie/letter-en-geest/article2766531.ece/Poezie._Ik_wil_een_bijl_.html
-
© Johannes Abeling – http://www.abeling.nl/
Bovenstaande foto werd gemaakt om geplaatst te worden bij een interview dat vandaag in het Parool staat afgedrukt, afgenomen door Maarten Moll. Het is een mooi stuk geworden, maar helaas hebben ze een oudere foto genomen.
Kijk vooral ook eens op de website van de fotograaf die zo vriendelijk was me toestemming te geven de foto hier te plaatsen. Op die site vind je o.a. foto's van de Amsterdamse stadsdichter F. Starik.
-
Lokjoden en homohaat, waren de onderwerpen van het radio 1 programma Dit is de dag:
HONINGMOND & STROOPOOG
droeg lot een keppeltje
toen god zijn drie engelen zond
omdat hij in de buurt van sodom
zijn koeien liet grazen?
vreesde hij het hellevuur
van het opperwezen
zoals de rabbijn choena
zoon van josjoea?
dacht hij na over de zoete smaak
van het vlees de vruchtbare grond
de vriendelijke mond van zijn buurman
toen zijn huis omsingeld werd door streekgenoten
die de engelen wilden leren kennen
in de bijbelse zin des woords?
of lees ik het verkeerde boek
de verkeerde interpretatie
en probeer ik wat slims te zeggen
terwijl het ongastvrije sodom eigenlijk in as werd gelegd
omdat ze de dochter van lot had bestraft
die een bedelaar brood had gegeven
door haar met honing in te smeren
en aan de stadsmuur op te hangen om
opgegeten te worden door bijen?
ik weet het niet
ik probeer wat slims te zeggen
iets verstandigs
maar vrees met grote vreze
en dan niet een woedend opperwezen
maar de brullende meute
eenkennig en onbelezen -
Door Hans Groenewegen
Bruinja (1974) is een productief dichter die zowel op het podium als op papier goed uit de voeten kan. Hij schrijft effectbewust en bespeelt uiteenlopende registers: het lyrische, het anekdotische, het licht absurde, het prozaïsche. ''Overwoekerd'' begint met een krachtige confrontatie met beelden van de dood. Bruinja snijdt een metaforische leeswijze de pas af door op fysieke verschijnselen te focussen. Dat illusieloze begin opent een onbehaaglijke ruimte. Aan de ene kant zijn er verveelde anekdotische gedichten over het eigen kosmopolitische burgermansbestaan (dan een huwelijk in Zwitserland, dan een onduidelijk bezoek aan Zuid-Afrika, dan het wonen in Amsterdam-West), aan de andere beelden uit die parallelle wereld van oorlog en terrorisme. De gedichten over eigen huwelijksgeluk zijn ontdaan van elke romantiek. De verveling en het onbehagen lijken de wanhoop te maskeren dat poëzie nergens goed voor is. In 'Voor de kat' evolueert de regel ''de wereld staat in brand en ik speel viool'' naar ''de viool staat in brand en ik speel viool.''
Bron: http://mom.biblion.nl/olifant/olifant.dll?doctype=AI&bibliotheek=medialab&style=0&isbn=9789059362871
-
Toen Joep van Ruiten op zijn blog Woest en Ledig http://www.woestenledig.com/ onderstaand gedicht plaatste, dacht ik dat dat de recensie was:
Dat wil je
Vrouw en kind de deur uit
agenda achter het behang
deurbel onklaar maken
en in vrijvallende uren
de nieuwe Tsead Bruinja lezen
Halverwege beginnen
Voorzichtig van regel naar regel springen
Naar achter en voren bladeren
En dan hardop
‘Hé blad aan de bomen hé’
Denken:
Dat doet-ie toch wel handig-bloesemend
Jaloezie inruilen voor bewondering
Aan wat er uit de mouw komt, herken je de groten
Poes, nu even niet. Baasje bezig
Dat wil je
Aan het einde van de avond opkijken
Bedwelmd enigszins, of liever tevreden
Voor even verlost van alle onkruid
Somberheid sijpelt weg
‘Er niet mee bezig’
Denken:
Gelukkig, straks weer een dag
Bron: http://www.woestenledig.com/woestenledig/2010/06/overwoekerd.html
Maar er volgde meer tekst, namelijk in het Dagblad van het Noorden:
Bijna gelukkig getrouwde man leest poëzie
Door Joep van Ruiten
Achteraf is het zo’n ramp niet dat Ramsey Nasr ruim een jaar geleden boven Tsead Bruinja werd verkozen als Dichter des Vaderlands. Omdat het Bruinja alle ruimte geeft te doen waar hij goed in is.
Overwoekerd is zijn tiende bundel. Verspreid over zeven afdelingen schotelt hij ons 55 gedichten voor die vertrouwd aan doen, wat inhoud, toon en vorm betreft. Tegelijkertijd beschikken ze over een typische Bruinjafrisheid.
Het is iets wat met een nieuwe oogst te maken heeft, maar misschien nog wel meer met het belangrijkste kenmerk van zijn poëzie: speelsheid.
In het titelgedicht wordt het malen van de geest beschreven.Woorden en regels worden aan elkaar geregen tot een loop: ‘overwoekerd door de dood en er niet mee bezig overwoekerd door de liefde en er niet mee bezig overwoekerd door de jaloezie en er niet mee bezig overwoekerd door de haat en er niet mee bezig overwoekerd door de geilheid en er niet mee bezig’.
Kop in het zand? Hier is eerder een hypersensitief dichter aan het woord, iemand die poëzie ademt en drinkt. En daar niet altijd gelukkig van wordt, laat staan financieel beter. Uit Voor de kat: ‘de wereld staat in brand en ik speel viool/ met wat men in mijn hoed smijt/ financier ik de fabriek/ die violen maakt’.
Poëzie als dwangmatigheid, als onontkoombaar lot. In In Basel, waar een huwelijksfeest wordt gezocht, grijpt de dichter verzameld naar de rode wijn en de verzamelde verzameld naar de rode wijn en de verzamelde poëzie van Raymond Carver – terwijl zijn vrouw al slaapt.
Om vervolgens een gedicht te schrijven voor ‘mannen die zich soms een beetje druk maken over de toestand in de wereld’. En dan vraagt hij de zich af: ‘Maar welke bijna gelukkige getrouwde man leest er nu poëzie?’
Soms lijkt hij cynisch, of op zijn minst mismoedig. Zin in braderie opent met ‘troep kijken/ troep kopen’.Waarna het verlangen wordt uitgesproken naar ‘een psychedelische erotische filmhemel/ waarin we perfecte lichamen mogen uitkiezen’.
Inclusief ‘door de week en in het weekend een dagje alleskoopparadijs’. Plus ‘uit onze monden één grote geile lavastroom/ van zelfverheerlijking.’
Het korte slotgedicht is zelfs nooit hetzelfde naar haar/ van n treurig: ‘je kijkt nooit hetzelfde naar haar/ van jonge vrouwen/ als je moeder een pruikt draagt.’
Zo ook de laatste strofe van Wat durven wij te hopen: ‘Wat durven wij te verwachten van dit leven/ waar durven we op te hopen op meer dan n een goeie buurman/ een goeie vrouw haar hart als een vesting/ en een te verdragen aantal tegenslagen.’
Bruinja somberheid in de schoenen te schuiven zou hem te kort doen. Daarvoor staan er in zijn tiende bundel te veel gedichten waar levenslust uitspreekt. Zoals Hé blad aan de bomen hé, een klassieker in de dop, en Worming up Von Kwabbestein, waarin de dichter zich verheugt op wat komen gaat: gitaarspelen met de Squirrel Nut Zippers en neuken in Big Beaver Lick, Kentucky.
Die Bruinja is onverminderd gretig en laat zien dat hij nog steeds volslagen onbevangen kan zijn. Overwoekerd mag dan geen vrolijke bundel zijn, het is wel een rijke bundel, een waarin hij met indrukwekkend gemak zijn veelzijdigheid demonstreert.
Bron: Dagblad van het Noorden (http://www.dvhn.nl/), 5 juni 2010
Daar wordt men niet geheel onblij van, maar toch kan het niet helemaal de zenuwen wegnemen. Ik moet namelijk later vanmiddag naar theater de Schans voor de tv- en dvd-opnames van Omrop Fryslân voor het project Dylan yn it Frysk. Ik heb ervoor gekozen het nummer ‘Fixin’ to die Blues’ te coveren samen met Jaap van Keulen (http://www.jaapvankeulen.nl/) en wilde het origineel hier plaatsen om te laten horen, toen ik erachter kwam dat de versie van Dylan weer een bewerking is van blueszanger Bukka White:
De versie van Dylan kon ik niet vinden, maar hij doet het ongeveer zo:
De eerste 50 seconden van onze versie kun je hieronder beluisteren: -
De regen tikte op het dak van de taxi toen ik om drie uur vannacht, net van de dansvloer af in de Rotterdamse Schouwburg, de reis begon naar het William Moris Observatorium bij Lelystad, waar om vijf uur vanochtend het festival Sunsation plaats zou vinden.De taxichauffeur kwam uit Kroatië en was van oorsprong Servisch Orthodox. Tijdens zijn jeugd wilde hij graag soldaat worden en toen hij dat eenmal was, brak de oorlog los. Zijn kazerne werd omsingeld door de vijand die hem en zijn collega's vervolgens probeerden uit te hongeren. Hij kwam 26 kilo lichter thuis, waarop zijn vrouw zei geen dag langer meer in het land te willen wonen.
Om kwart over vier stapte ik het drassige veld van Sunsation (http://www.festivalsunsation.nl/) op, werd hartelijk ontvangen door organisator Bert en door dichter en presentator Ruben van Gogh. Voor hen was het zaterdag, voor mij nog vrijdag, dus ik wilde liever bier dan koffie, maar kwam niet verder dan een paar slokken, omdat men misschien toch een slaapplek voor mij had.
Even later lag ik in mijn kleren in een slaapzak in een omgewerkte zeecontainer met op de achtergrond het keiharde ratelen en brommen van een generator, en meer regen nu op het dak van de container.
In de 2,5 uur halfslaap hoorde ik een metalband het festival openen, flarden poëzie en om kwart voor zeven de vriendelijke woorden van een van de medewerkers dat ik bijna aan de beurt was.Onder een paraplu en met de slaap nog in mijn ogen luisterde ik aan de zijkant van het podium naar de voordracht van Bart FM Droog die het publiek, dat in grote getale op was komen dagen, geheel in regenkleding verpakt, vaardig entertainde.
Dat leek mij ook maar het beste in die barre weersomstandigheden, het publiek wat vermaken en ze wat laten lachen. Tijdens mijn voordracht probeerde ik nog de zon aan te roepen zich te tonen, maar dat werkte averechts. Het kwam met bakken naar beneden.
Niettemin werd een geslaagde voordracht en kon ik met gerust hart naar huis vertrekken, met een koffer vol nieuwe bundels die ik op Poetry International had gekocht en een lever die even met vakantie moet.
Het was een geslaagd festival, met weinig minpuntjes, hoewel ik de verwijten aan website de Contrabas in het juryrapport van de Buddingh' niet op zijn plaats vond. Als je iets over die site wilt melden, dan gebruik je ter plekke maar de reactieknop. Verder waren de lezingen tijdens het Juiste Woord over het vertalen mij wat te droog, op die van Rob Schouten na, en had het festival nog wel een paar dagen langer mogen duren, want de sfeer bij de nazit kwam er pas sinds donderdag goed in.
Hieronder nog een laatste foto, ditmaal van vertaler Willem Groenewegen die o.a. de werkvertalingen had gemaakt voor de vertaalworkshop rondom het werk van Tomas Lieske en ons vertelde over een zoektocht naar de bijnaam van bewoners van Roelofarendsveen, 'sprotbuikers', waarvoor hij zelfs het gemeentehuis had gebeld. Groenewegens hele blogtekst is te lezen op: http://www.poetryinternationalblog.org/?p=258
Bij thuiskomst, strompelde ik naar mijn bed, zag dat Overwoekerd gerecenseerd was op Poëzierapport en kon op de blackberry de pagina niet open. Normaal zou ik weer zijn opgestaan, maar ik was bekaf en zette pas om drie uur de computer aan om het stuk van Willem Thies te lezen, waarin Thies mij op nieuwe lijnen in de bundel attendeerde, waarvoor dank. Hieronder een deel van de eerste alinea:
"…Het is een bundel vol lyriek, dynamiek en dramatiek, een hoogst persoonlijke bundel ook, en tegelijk de meest geëngageerde die Bruinja tot nu toe schreef.
Het, overigens titelloze, gedicht dat naamgever is van zowel bundel als openingsafdeling, is wonderschoon en meeslepend:
overwoekerd door de dood en er niet mee bezig overwoekerd door de liefde en er niet mee bezig overwoekerd door de jaloezie en er niet mee bezig overwoekerd door de haat en er niet mee bezig overwoekerd door de geilheid en er niet mee bezig overwoekerd door de woede en er niet mee bezig overwoekerd door het geloof en er niet mee bezig door de muziek overwoekerd door de dood en er niet mee bezig overwoekerd door de liefde en er niet mee bezig overwoekerd door de jaloezie overwoekerd door de haat overwoekerd door de geilheid overwoekerd door de woede overwoekerd door het geloof overwoekerd door de muziek overwoekerd door het verdriet en er niet mee bezig
Dit is een lied, meer specifiek: een blueslied. Het is een elegie. Het is een bezwering. Een gebed. Een spreekgezang. Een psalm.
En toch ook niet, althans: niet alléén. Het is een (zelf)overwinning, een ontworsteling aan wat verstikt, een verheffing, een bevrijding, het is het tegendeel van defaitisme.
Naar de vorm is het een simpel gedicht…"
Lees de rest op: http://www.pzr.be/
-
Wie gisteren niet in de kleine zaal zat van de Rotterdamse Schouwburg zat, heeft de voordracht van Nyk de Vries gemist, die in het gedicht 'Motorman' uit de gelijknamige bundel zijn intrek neemt in een huis en opmerkt dat 'het waar is wat men zegt, elk huis moet beter zijn dan het vorige.' Die regel kreeg een extra ironisch randje doordat Nyk de Vries er niet zoals de meeste dichter voor had gekozen zijn eigen huis, maar ook een appartement in Malawi te laten tonen op het scherm tijdens de introductie van Jan Baeke.
Naast de voordracht en grappen van de Vries hebben de thuisblijvers ook de prachtige gedichten van de Zuid-Koreaanse Kim Hyesoon gemist, die veel dichtte over sneeuw en koeien:Er zit een andere jij in jou
Die jij in jou trekt jou stevig binnen in je lichaam en zo rollen jouw vingertoppen naar binnen…
…De ik in mij herinnert zich dat kaas wordt gemaakt van melk en meteen maak ik mij er druk over welke koe in een koe die melk naar buiten liet spuiten…
Maar niet getreurd! U kunt vanavond nog naar Rotterdam afreizen of de livestream van Poetry bekijken. U hoort en leest dan o.a. dit:
UUR
Er zat een bultje
in het landschaphoewel het geen keel had
sprak het tot hen dieop hun knieën gingen
om ernaar te luistereneen pimpelmeesje
landde & moestonmiddellijk overgeven
vleesvliegjeszwermden er op af &
bleven plakkensommigen geloofden dat het
een verborgen camera was& overgoten het daarom
met tranenzo werd het
ten slotte een heuvel© Christian Hawkey
© vertaling Tsead Bruinja










