In de rubriek ‘het gedicht’ duikt een recensent in de mogelijke betekenis van een gedicht, woord voor woord.
Door Paul Demets
President Klaske
’s Nachts als ze de slaap niet kan vatten
ziet Klaske een breipatroontje voor zich.
Als het zo kan of zo kan dan kan dat
en dat denkt ze.
We zijn nog lang niet uitgepraat
maar ik wil nog even vragen
wat voor vrouw mijn moeder was
want die kende ze omdat Oege
zijn neef Jerre bij wie ze regelmatig
met de woonwagen op het boerenerf stonden
onze buurman was.
Een lieve vrouw was je moeder en een botte borstrok
als het haar niet naar de zin was, kon ze flink vloeken.
Ik denk dat Klaske die president was van de vrouwenvereniging
van de hervormde kerk, die al dertig jaar breit voor Roemenië, Albanië
en nu voor Oekraïne, dat wel kon hebben.
"Och", sait se, "dat Bildts is ook soa ferrekte wreed."
Even later belt mijn vader omdat ik hem foto’s
van Klaske, Oege en de woonwagen appte.
"Klaske gaf mij voor een klusje
waar ik geen geld voor wilde een Noorse trui
die zo stijf gebreid was dat je hem rechtop
in de hoek van de kamer kon zetten."
© Tsead Bruinja
Misschien is onze tijd die beheerst wordt door polarisering en conflicten wel gebaat bij betrokken, heldere, aardse poëzie. Er lopen namelijk veel breuklijnen door de samenleving, zoals die tussen de bewoners van de stad en die van het platteland. Terwijl er op het platteland, net als in de stad, waardevolle dingen gebeuren die de sociale cohesie bevorderen.
Een dichter kan daar misschien ook aan bijdragen, door met mensen te gaan praten en gedichten op die gesprekken te baseren. De Nederlandse dichter Tsead Bruinja deed dat toen hij in 2019 en 2020 Dichter des Vaderlands was. In 2020 publiceerde hij Springtij, een bundel vol echo’s van de gesprekken die hij voerde met opgesloten misdadigers.
Ook dit gedicht uit Bruinja’s nieuwe bundel, Wat deed ik daar, is gebaseerd op gesprekken, deze keer op het Friese platteland, waar de dichter opgroeide. Hij informeert naar wat men van zijn moeder vond. Hij citeert in het Fries de bedenking dat men zijn moeders gevloek wel kon relativeren, omdat het Bildts, de streektaal met een sterk Hollands karakter die wordt gesproken in de Friese polderstreek het Bildt, sowieso een harde taal is. In de gesprekken komt de breiende voorzitter van de vrouwenvereniging ter sprake. Bruinja’s vader haalt ook een herinnering aan haar op. Solidariteit op het platteland: breien voor inwoners van landen waar de bevolking het moeilijk heeft.
De titel is met de hand geschreven op de cover (handschrift van ontwerper https://bartheideman.com/), alsof de dichter zich na de samenstelling van de bundel de vraag stelt “Wat was dit allemaal?” De bundel is dan ook een boeiend amalgaam van stemmen en tonaliteiten: ernst en speelsheid, bedenkingen en sentiment wisselen elkaar af. De verschillende delen van de bundel worden bijvoorbeeld voorafgegaan door citaten uit ‘Nextdoor’, een app waarop mensen uit de buurt elkaar dingen kunnen aanbieden.
Misschien vraagt Bruinja zich met de titel van zijn bundel ook af wat zijn geboorteplek in Friesland achteraf bekeken voor hem betekende. Veel goeds, ongetwijfeld, als je dit gedicht leest.
Bron: https://www.standaard.be/cnt/dmf20250220_94678945
P.s. dit ging er vooraf aan dit gedicht:
Woonwagens, dubbelvla en trompetmuziek in het Bildt (blog van drie jaar geleden)

foto's door Rosa van Ederen
Het was een speciale editie van Portretten in Poëzie met familie en oude bekenden, waaronder de 100-jarige oma van Frank Keizer en een oude bekende van mijzelf. Klaske van der Veen-Krol was namelijk vroeger, met haar man Oege en hun dochter Marianne, vaak te vinden bij buurman Jerre aan de Heechfinne in Rinsumageest. Daar reden zij destijds met de pony en de woonwagen naartoe om er een paar nachten naast de boerenstal te bivakkeren. Klaske en ik hadden elkaar 40 jaar niet gezien.
Arnold werkte met oud-marinier Rinze Wassenaar die het na een halfzijdige verlamming gelukt is om weer trompet te kunnen spelen. De hele zaal zong met Rinze mee tijdens de afsluitende presentatie en genoot van de prachtige foto’s die Rosa maakte, o.a. van een bankje dat een speciale betekenis heeft voor mevrouw Balt-Brouwer. Die staat namelijk op de plek waar vroeger de boerderij van haar moeder stond. Toen de man van mevrouw Balt 23 jaar geleden overleed, kwam ze vaak naar het bankje om aan hem te denken.
https://leeuwardencityofliterature.nl/project/portretten-in-poezie/portretten-swo-het-bildt/



