Dit gedicht van Gerrit Lansink is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 101 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). Het komt oorspronkelijk uit 'Pikstrik en aander grei' (De Oare útjouwerij, 2008). De vertaling uit het Twents werd gemaakt door Goaitsen van der Vliet.
Neem ook eens een kijkje bij de rijkelijk gevulde Twentse Taalbank, onder meer om meer werk van Lansink te lezen:
http://www.twentsetaalbank.nl/details/personen/130.html
Laandleavn en laanddood
De häkselmasien
dreait de mesn veur n sniezoomp
tot ne plaat woar n spier stroo,
mer gen kop deur koomp,
zoo heank n oaldn Johan noe
in oktoberduustere vearknschöp
boavn n eerpelkoarf
van zienn lestn trad.
Klean Marietje
loln en kreain den morn nog,
vergat zikzölf in t op-en-daal
van t hobbelpeerd,
’s noamiddaagns in t zunnerood
van t eerpellaand
hebt beskes van de nachtschaa
t peerd liekstil zat.
In dikn nieevel
slöp de boerderiej in t veeld,
de klok slög der half t-döt-der-nich-meer-too,
morn, noamiddag, oavnd of nach,
gen een den t doar nog an geet,
kolndaamp hef n kerteer of wat liedn
t leavn vortstrekn,
hier an n eand van t pad.
*
Landleven en landdood
De hakselmachine
draait de messen voor de snijbak
tot een plaat waar wel wat stro,
maar geen hoofd doorheen kan,
dus hangt oude Johan nu
in oktoberdonkere varkensschuur
boven de aardappelmand
van zijn laatste tred.
Kleine Marietje
huilde en kraaide die morgen nog,
vergat zichzelf in het op en neer gaan
van het hobbelpaard,
tegen de avond in het zonnerood
van het aardappelland
hebben besjes van de nachtschade
het paard doodstil gezet.
In dikke mist
slaapt de boerderij in het veld,
de klok slaat er half het-doet-er-niet-meer-toe,
morgen, middag, avond of nacht,
niemand daar die het nog aangaat,
kolendamp heeft een kwartier of wat geleden
het leven weggestreken,
hier aan het einde van het pad.
© Gerrit Lansink
© Vertaling: Goaitsen van der Vliet