Het Volendamse gedicht 'Werdegang' van Sijmen Tol staat ook in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). De bloemlezing kwam tot stand met steun van de Koninklijke Bibliotheek en de Turing Foundation en verschijnt op 8 november.

Werdegang

Ik zat òp studie. Dàrtien in òp weg
nâir de missie. Sògges kwam er gàrn.
Séjmers at je èèltjes. Séjnes kràg je
zéjnesgeld, vanzelf. In zó zat ik
òp studie.

Inkelt poaters die d’r âige father
liete noeme. Broeders in de töön,
’n poar zusters àgter ’t kéjkelöök.
We möste véjl in mògte wanig
òp studie.

Böte was de wéjreld in de wéjreld was zôende.
Alles was zôende in de wéjreld. Oe verder
weg oe gróter zôende zôender god,
gebod of vróme Vòlledammer jònges
òp studie.

Ridders van God! Kröösvoarders zôender zwâird!
Alle nekke böge véjr de pàus.
’t Ònverteld veroal in jòngesófies.
Tot de kráánt kwam in de Twááide Wet,
vôende in de Tempel. Fràude.

Wet wéjt je nàg as alles wâir ken wéjze?
Alles god is gien god. Weg –
   weg –
       weg …
Àgtien in de wéjreld was van mîîn.

*

Werdegang (vertaling in het Nederlands door de auteur)

Ik zat op seminarie. Dertien en op weg
naar de missie. ’s Ochtends kwamen er garnalen.
’s Zomers had je aaltjes. ’s Zondags kreeg je
zondagsgeld, uiteraard. En zo zat ik
op seminarie.

Alleen maar paters die zichzelf father
lieten noemen. Broeders in de tuin,
een paar zusters achter het keukenluik.
We moesten veel en mochten weinig
op seminarie.

Buiten was de wereld en de wereld was zonde.
Alles was zonde in de wereld. Hoe verder
weg hoe groter zonde zonder god,
gebod of vrome Volendammer jongens
op seminarie.

Ridders van God! Kruisvaarders zonder zwaard!
Alle nekken buigen voor de paus.
’t Onverteld verhaal in jongenshoofdjes.
Tot de krant kwam en de Tweede Wet,
gevonden in de Tempel. Fraude.

Wat weet je nog als alles waar kan zijn?
Alles god is geen god. Weg –
   weg –
       weg …
Achttien en de wereld was van mij.

*

De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie - 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu

‘Irakezen, Iraniërs, Amerikanen en anderen hebben in Nederland werk gemaakt dat met ons te maken heeft. Dat grotere verhaal ontbreekt tot nu toe in de bloemlezingen. “Onze” literatuur is die van Remco Campert, Tjitske Jansen en Radna Fabias, maar ook die van Tsjêbbe Hettinga, Jan Glas en Nydia Ecury, van Mowaffk Al-Sawad en Mia You.’

Als Dichter des Vaderlands (2019-2020) nam Tsead Bruinja zich voor een inclusieve bloemlezing samen te stellen die ruimte bood aan zo veel mogelijk talen, streektalen en dialecten. Zijn selectie begint in 1945 en beperkt zich tot poëzie die geschreven is binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Dat betekent dat er poëzie te lezen is uit Indonesië en Suriname en van de Antillen, maar ook dat er gedichten zijn opgenomen van nieuwe Nederlanders uit bijvoorbeeld het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Met deze bloemlezing wil Bruinja een andere blik op de Nederlandse poëzie geven. In bijna alle belangrijke bloemlezingen tot dusver ontbreekt bijvoorbeeld vaak de Friese en de Antilliaanse poëzie, terwijl die poëzie in contact staat met de Nederlandstalige poëzie en de wereldpoëzie.

Posted in