Ik geve ow een walnötte in de mond.
Ik geve ow een blauwe besse in de mond.
Ik geve ow een Reine Claude in de mond.
Ik geve ow een walnöthelfte in de mond en i-j kust mien vinger.
Ik geve ow twee blauwe bessen in de mond en i-j holt mien vingers
effen vaste.
Ik geve ow een grune Reine Claude en wi-j kust mekares lippen.
Ik geve ow een grote blauwe besse en een kleinen.
Ik geve ow een helfte walnötte; ik heb ze gepeld-en-al gekocht.
Ik geve ow een Reine Claude en ik wachte töt ow mond zich slöt.

*

Ik geef jou een walnoot in de mond.
Ik geef jou een blauwe bes in de mond.
Ik geef jou een Reine Claude in de mond.
Ik geef jou een halve walnoot in de mond en jij kust mijn vinger.
Ik geef jou twee blauwe bessen in de mond en jij houdt mijn vingers
even vast.
Ik geef jou een groene Reine Claude en wij kussen elkaars lippen.
Ik geef jou een grote blauwe bes en een kleine.
Ik geef jou een halve walnoot; ik heb ze gepeld-en-al gekocht.
Ik geef jou een Reine Claude en ik wacht tot jouw mond zich sluit.

© Ineke Berentschot – https://www.berentschottekst.nl/

Dit gedicht is opgenomen in "De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie – 100 gedichten uit het Koninkrijk van 1945 tot nu" (Querido, november 2022). De bloemlezing verschijnt op 8 november.

Wat aanvullende informatie bij het gedicht:

Het dialect is het Hals / Achterhoeks

Oorspronkelijke bron:

Ineke Berentschot 'Aodem' (Fagus, 2018).

Shapeimage_5

Vertaling uit het Achterhoeks door de auteur.

Meer over de bloemlezing op:

https://www.singeluitgeverijen.nl/querido/boek/de-eerste-bloemlezing-van-de-nederlandse-poezie/

Omslag_De_eerste

Als Dichter des Vaderlands (2019-2020) nam Tsead Bruinja zich voor een inclusieve bloemlezing samen te stellen die ruimte bood aan zo veel mogelijk talen, streektalen en dialecten. Zijn selectie begint in 1945 en beperkt zich tot poëzie die geschreven is binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Dat betekent dat er poëzie te lezen is uit Indonesië en Suriname en van de Antillen, maar ook dat er gedichten in staan van nieuwe Nederlanders uit het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Ze gaan over allerlei zaken: van het boerenleven tot racisme, oorlog en carnaval. 

Met deze bloemlezing wil Bruinja een andere blik op de Nederlandse poëzie bieden. In bijna alle belangrijke bloemlezingen tot dusver ontbreken bijvoorbeeld de Friese en de Antilliaanse poëzie, terwijl die poëzie in contact staat met de Nederlandstalige poëzie en de wereldpoëzie.


Tsead Bruinja: “Irakezen, Iraniërs, Amerikanen en anderen hebben in Nederland werk gemaakt dat met ons te maken heeft. Dat grotere verhaal ontbreekt tot nu toe in de bloemlezingen. ‘Onze’ literatuur is die van Remco Campert, Tjitske Jansen en Radna Fabias, maar ook die van Tsjêbbe Hettinga, Jan Glas en Nydia Ecury, van Mowaffk Al-Sawad en Mia You.’

 

Tsead Bruinja (Rinsumageest, 1974) publiceerde sinds 2000 verscheidene bundels in het Fries en het Nederlands. In de periode 2019-2020 was hij Dichter des Vaderlands: hij schreef actualiteitsgedichten en trad op als ambassadeur van de poëzie.

 

De eerste bloemlezing van de Nederlandse poëzie | Samengesteld door Tsead Bruinja, met dank aan de Koninklijke Bibliotheek en Turing Foundation | uitgegeven door Querido | Paperback | ISBN: 9789021436937| € 22,99

 

Verschijnt 8 november 2022

Posted in