– Nu we bijna aan het eind van het jaar beland zijn en ik binnenkort het stokje mag overdragen als DDV, blik ik de komende dagen terug door de vijf columns die ik tot nu toe voor poëzietijdschrift Awater heb geschreven te delen. In een speciaal nummer van Awater dat in de Poëzieweek verschijnt, staat mijn laatste column als DDV. Wie de gedichten wil lezen die ik heb geschreven als DDV kan terecht op www.dichterdesvaderlands.nl/
In plaats van weelderige tuinen en koele theaters was mijn podium de afgelopen maanden een telefoon. Ik en mijn aerosols bedienden twee poëtische helpdesks, een in België en een in Nederland. Bij Dichter van Wacht in België belde de luisteraar in bij een computer om daarna te worden doorverbonden met de dichter. Bij Dichter aan de Lijn, de Nederlandse variant, kregen we een lijstje met nummers dat we zelf mocht afwerken. De ene keer waande ik mij een Jehovagetuige met zijn voet tussen de deur, de andere keer speelde ik voor therapeut, soms was ik een dichter die de les moest worden gelezen.
Tijdens Dichter van Wacht werd ik gebeld door een eenzame oude mevrouw die vertelde over het applaudisseren voor de zorg bij haar in de straat. Om vijf voor acht stond bijna iedereen al buiten, verlegen om een praatje. Mevrouw had een kat gehad waar ze zeer op gesteld was geweest. Een jaar geleden was de poes overleden. Een bejaard oppashondje bood troost en gezelschap. Maar na een maand moesten de eigenaars haar helaas laten inslapen. Het zou wel even duren voordat mevrouw weer aan een huisdier toe was.
Ik sprak ook een medewerkster van een zelfmoordlijn. Ze had een paar minuten over en was benieuwd hoe het eraan toeging bij Dichter van Wacht. Er was een psycholoog die in het ziekenhuis het personeel bijstond. 's Avonds terwijl ze alleen thuis zat, wilde ze wel even een andere stem horen dan die van haar cliënten. Een moeder belde samen met haar achtjarige dochter. Haar juf had gezegd dat de Renaissance ook wel de Gouden Eeuw wordt genoemd. Een poging van moeder om dat misverstand uit de wereld te helpen werd niet gewaardeerd. Nog steeds verhuizen mensen naar dit dorp om hun kinderen er naar school te laten gaan.
Na Dichter van Wacht ging ik aan de slag als Dichter aan de Lijn. In Nederland belden we zelf. Julia, het eerste nummer dat ik had ingetoetst, reageerde verbaasd. Ze wist van niks en dacht dat haar zoon haar had opgegeven. Bij het tweede nummer werd er niet opgenomen. Ik besloot mijn gedicht op de voicemail achter te laten. Halverwege werd de voordracht afgekapt. Bij het derde nummer werd er wel opgenomen en daarna meteen opgehangen.
Ik sloot de avond af met Paul B. uit Amsterdam. Paul opperde dat het einde wel van mijn gedicht af kon. Hij had zelf net een gedicht van Hans Andreus voorgedragen bij de uitvaart van zijn neef, een manager van Nederlandse zangers die op 62-jarige leeftijd overleden was aan corona. Ik vroeg Paul of ik nog een gedicht mocht voorlezen. Dat mocht. Het gedicht had van hem na de laatste regel nog wel even door kunnen gaan.
Op 4 mei, na de twee minuten stilte, kwam mijn boodschap bij Bea wat ongelegen. “Het is heel erg jammer, maar ik zit net op de TV naar De Oorlog in 100 foto’s te kijken.” Ik liet haar en keerde terug naar mijn bellijst. Gisela was net als Julia door iemand anders opgegeven. Haar Duitse accent maakte mijn voordracht (ik had gedichten over de oorlog uitgezocht) net iets meer beladen. Ze reageerde geëmotioneerd. Na Gisela volgde Karin, bij wie ik, inmiddels wijzer geworden, een kort gedicht achterliet op haar voicemail. Ze belde mij vrij snel terug en bekende dat ze nog nooit van mij of het initiatief had gehoord. Onverwacht werd het een leuk gesprek.

In het kielzog van de eerste editie van 'Dichters van wacht' selecteerden de bloemlezers Luuk Gruwez en Thomas Möhlmann één gedicht van elk van hun collega-dichters van wacht. De bundel werd uitgegeven door PoëzieCentrum in samenwerking met Verb(l)ind vzw.
Het was dus niet alleen maar kommer en kwel aan de telefoon. Ik sprak een blije edelsmid van 70 die net een nieuwe hartklep had gekregen en er was Jacqueline die mijn telefoontje niet meer had verwacht. Eigenlijk wilde ze na mijn voordracht zeggen dat ze het gedicht te lang vond, maar ze slikte haar woorden in en vroeg vriendelijk uit welke bundel het gedicht kwam. Die ging ze kopen. Vera zat met een glas whiskey (dronk ze normaal nooit) te genieten van de storm. Ik belde precies op het juiste moment. Als laatste sprak ik met Christy. Christy had eigenlijk niet veel met poëzie, maar zag Dichter aan de Lijn voorbijkomen op instagram. Ze was het min of meer vergeten, verwachtte niet meer gebeld te worden, “maar vond het toch leuk.”
“God straft wie rocker in Holland wil zijn,” zong Jan Rot in 1992. In 2020 was het dankzij Paul, Bea, Christy en de organisatie van Dichter van Wacht en Dichter aan de Lijn een genot om dichter te zijn.
Dit was het gedicht dat ik als eerste voordroeg tijdens de opnames voor het item over Dichter aan de Lijn. De voordracht van 'Grachtengordelgedicht met duur eten' sneuvelde op de snijtafel, maar cameraman Benjamin Kamps (https://benjaminkamps.com/) stuurde hem op mijn verzoek door voor eigen gebruik.
Grachtengordelgedicht met duur eten
na het elkaar niet omhelzen en het bespreken
van het elkaar niet omhelzen
na de vitello tonnato de saltimbocca
en het viertal glazen witte wijn
die het gesprek met de 87-jarige vriendin
over het wel of niet doorgaan met publiceren
als je op leeftijd bent
en misschien niet meer
beschikt over de scherpste pen
over laat vloeien
in het vergelijken van verliefdheden
het verschil in temperament
na de extra limoncello
die na de limoncello van het huis
nog besteld moest worden
aan het einde van het gesprek
dat je in eerste instantie wilde afblazen
vanwege je droge keel
kijk je de vriendin aan
die betaald heeft
voor je eten
je geeft haar een knuffel een dunne kus op de wang
en begint meteen je te verontschuldigen
ze wuift het weg en zegt in een zijstraat van de jordaan
waar fietsen net wat te dicht op elkaar staan
ik denk dat ik weet wat je bedoelt
in de halflege tram naar huis gaat het door je heen
het heeft mij goed te pakken
dit wikken en dit wegen
maar nog niet stevig genoeg
Neem een abonnement
Met een abonnement op poëzietijdschrift Awater blijft u op de hoogte van wat zich afspeelt in de Nederlandstalige poëzie. In Awater - het grootste poëzietijdschrift van Nederland – vindt u nieuws, achtergronden en poëziekritiek. Daarnaast ontvangt u drie keer per jaar de meest interessante dichtbundel uit het actuele aanbod.
De kosten voor een abonnement (3 x Awater, 3 x bundel) zijn € 75 per jaar.
Of neem een Awater-abonnement sec (3 x Awater) voor slechts € 25 per jaar.


