Als klein hummeltje voer Jan de Jong mee op het vrachtschip van zijn ouders. Ook in de Tweede Wereldoorlog brachten zij suikerbieten van Friesland naar Groningen om vervolgens met turf uit Drenthe terug te keren. Moeder stond aan het roer. Vader nam de andere taken op zich. Op het dek speelde Jan die met een touw aan de roef zat vastgebonden.

Dejong3
Foto door Rosa van Ederen – http://www.rosavanederen.nl/

Nu is Jan een van de bewoners van de Talma Hoeve, een woonzorgcentrum in het Friese dorp Veenwouden. Het is de derde locatie op een tour die ik maak met muzikant Arnold de Boer, fotografe Rosa van Ederen en wisselende gastdichters. Twee dagen lang luisteren we naar vrolijke of schrijnende levensverhalen en maken we samen met de bewoners nieuw werk. Jan wordt gekoppeld aan Rosa die meteen een taxibusje bestelt om met Jan een foto te maken van een spoorbrug uit zijn jeugd.

Spoorwegstaking 1944

September '44 de staking was begonnen.
Toen was het, dat een stakende spoorwegbeambte,
bij nacht de baan langs kwam gelopen.
In het water lag een bootje,
met een schipper voor hem gereed,
Die zei: “Stap maar in jongen,
Dan vaar ik je naar je stee…”

Dejong4

Dit is het begin van de vertaling van een Fries gedicht dat Jans moeder schreef. Het vertelt over een man die in de oorlog naar zijn onderduikadres gebracht moest worden. Voordat ze kunnen vertrekken, moet hij nog iets kwijt; er is er nog ‘één bij die niet mee kan naar de boer’. Als een hond wordt die verzopen. Dan kan de reis worden voortgezet. ‘Het waren onderduikers./ moordenaars waren het niet,’ besluit het gedicht, ‘want wat ze daar verzopen,…./ was de spoorwegbeambte zijn oude pet.’

Rosa en Jan maken nog een paar foto’s, onder andere van de rododendron bij woonzorgcentrum Talma Hûs in hetzelfde dorp. Het is de plek waar voor Jan ‘de vlam in de pan sloeg’ tussen hem en zijn inmiddels overleden vrouw. Hij was een schildersknecht van 17, zij een hulp van 15. Op Rosa’s foto zie je de zon bijna als een geest door de rododendrons knallen, een felle witte waas die de hele rechter bovenhoek van het beeld beslaat. Op een andere foto zie je alleen de hand van Jan, een dubbele trouwring om zijn ringvinger. Hij knijpt in de rem van het handvat van zijn rollator met daarnaast op het naamschildje 'drive’ als merk. Even denk ik dat hij het vulpistool van een benzinepomp indrukt.

Dejong1
Foto door Rosa van Ederen – http://www.rosavanederen.nl/

De oorlog komt vaker ter sprake tijdens onze tour. Een oud-bakker die niet meedoet, komt aan het eind van de eerste dag een praatje maken dat uitloopt op een ellenlange monoloog. Ik wil niet onbeleefd zijn en hem zeggen dat ik aan de slag moet. Hij vertelt over zijn eerste dagen als bakker en beklaagt zich over de onwil van zijn medebewoners om te praten over de oorlog, in zijn geval die in Indonesië, waar hij niet alleen kookte, maar ook als scherpschutter een Jap uit een boom schoot. Van niets heeft hij spijt.

Bij het optekenen van al die kleine geschiedenissen vergeet je bijna dat je met oude geheugens te maken hebt. Via facebook wordt Rosa door een achterneef van Jan op een interessant feitje gewezen. De spoorwegbeambte was geen vreemde van de familie. Het was de broer van Jans vader. De achterneef vond het ‘wel bijzonder dat Jan niet verteld had dat de spoorbeambte zijn oom was, “want het is wel een bekend familieverhaal. Maar misschien was hij wel overdonderd door het fotomodel zijn.’ Daarna moet de achterneef zijn eigen verhaal kwijt over hoe zijn grootouders elkaar op het ijs hebben ontmoet. Een Duitse soldaat zou opgemerkt hebben ‘is dat niet de dochter van de gevluchte spoorwegbeambte?’ Aangifte deed hij niet.

Eind maart is het wanneer ik deze column schrijf. Jan de Jong en de oud-bakker krijgen even geen bezoek. Bij Rosa, Arnold en mij, ieder van ons gezond en hongerig naar nieuwe oude verhalen, begint het te jeuken. Wij willen door, wij willen terug.

Hieronder een item van Omrop Fryslân over ons bezoek aan Veenwouden. Op hun website schreef Onno Falkena een verslag.

Hieronder een verslag van het verhaal van Jan de Jong zoals Rosa van Ederen het heeft verwoord en een voordracht van het Friese gedicht van de moeder van Jan de Jong over het voorval in WO II (die helaas een beetje verwaaide):
"Meneer De Jong (90) zijn vader was schipper, tot zijn zevende woonde hij samen met zijn vader en moeder op de boot. Vader De Jong kreeg opdrachten van boeren om een lading suikerbieten op te halen en deze naar Groningen te brengen in hun skûtsje. Onderweg kwamen ze vaak jonge jochies tegen die een driedubbele koprol deden om een biet te verdienen, die vader De Jong hen dan toewierp. Wanneer de vracht afgeleverd was ging de tocht verder Groningen in, maar er stond alleen dan niet genoeg wind meer om met de zeilen te varen en moeten ze de hulp in schakelen van een 'jager', die kwam dan met een paard en trok de boot dan een stuk op om weer afgelost te worden door een volgende jager die de boot met een paard weer een stuk verder optrok. Naast het vervoeren van vrachten had zijn vader een eigen handel opgezet in turf (later steenkolen). Met een volle boot vertrokken ze dan weer naar Friesland. Moeder stond dan aan het roer, vader deed andere taken op de boot en Jan zat met een touw vastgebonden op het roef. In de winter woonde ze op de boot, dan kon er niet gevaren worden. In de rest van het jaar moest er dan voldoende geld verdient zijn om zo te kunnen overwinteren.
 
In 1942 werd het schip verkocht omdat er geen werk meer was en ging vader De Jong verder in de brandstofhandel.

Jan de Jong en ik waren zo over zijn leven aan het praten, toen het verhaal over de spoorbrug ter sprake kwam. Vol trots haalde hij het gedicht te voorschijn dat zijn moeder hierover heeft gemaakt, dichten deed ze wel vaker, ze was behoorlijk kien. Het gedicht vertelt het volgende verhaal:
Het was het najaar van 1944, vanuit Engeland kwam via het verzet het bericht dat de grote invasie van de geallieerden er aan kwam en dat het hele spoor in Nederland plat moest komen te liggen. De spoorambtenaar die verantwoordelijk was voor het spoor rond Veenwouden/Feanwâlden was een bekende van de vader en moeder van meneer De Jong. Die nacht in september liet de spoorambtenaar de laatste trein door en liep naar de afgesproken plek onder de spoorbrug bij Veenwoudsterwal. Hier lag de vader De Jong in een roeibootje op hem te wachten om hem naar een boerderij te brengen waar hij moest onderduiken. Zijn dienstpet werd met een paar stenen over boord gegooid en ligt misschien nog ergens op de bodem van de sloot. De spoorambtenaar heeft de oorlog overleefd en bleef ondergedoken tot aan het voorjaar van 1945.

Dejong5
Foto door Rosa van Ederen – http://www.rosavanederen.nl/

Jan werd schildersknecht in het dorp. Zo kwam hij bij de Talmahoeve te werken waar hij zijn vrouw leerde kennen. Zij werkte daar in de hulp, zij was 15 en hij 17 en onder de rododendrons 'sloeg de vlam in de pan', zoals meneer De Jong dat zelf zegt, hier is waar hij haar voor het eerst gekust heeft, uit het zicht, onder de rododendrons."

Het gedicht:
Spoarweistaking 1944
September '44 de staking wie begûn.
Doe wie it, dat in staakjend spoarman,
by nacht de baan delrûn.
Yn it wetter lei in boatsje,
mei in skipper foar him ree,
Dy sei: “Stap yn mar jonge,
dan far ik dy nei dyn stee.”
De spoarman wie wat skruten,
Hij sei: “Dit wurdt in toer,
ik haw hjir noch ien by my,
dy kin net nei de boer!”
Doe hiene hja al ringen,
wat grouwe stiennen fûn,
en floep, dêr gie de stumper,
fersupt waard er as in hûn!
Doe gie it nei de boer ta,
dy woe sok folk wol ha.
Dêr koene hja wol bliuwe,
dat like har goed ta.
Hja wiene ûnderdûkers,
mar moardners wiene it net.
Want wat hja dêr fersûptnen,…
wie spoarmans âlde pet!
Door T de Jong-Meerstra. September 1944
Tijdens Portretten in Poëzie ging ik als Dichter des Vaderlands met fotografe Rosa van Ederen, muzikant Zea (Arnold de Boer) en een collegadichter (ditmaal met Sigrid Kingma) langs 11 woonzorgcentra in Friesland om daar met de bewoners nieuw werk te maken. Voor de derde editie van PiP waren we te gast in de Talma Hoeve te Veenwouden.
 
Dit project werd mede mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van het Prins Bernard Cultuurfonds, het Lira Fonds en de stichting Dichter des Vaderlands.
Dasja Koot doet de organisatie en heeft voor de aanvragen gezorgd.
 
Thumbnail_AwaterZomer2020VP

Neem een abonnement

Met een abonnement op poëzietijdschrift Awater blijft u op de hoogte van wat zich afspeelt in de Nederlandstalige poëzie. In Awater - het grootste poëzietijdschrift van Nederland – vindt u nieuws, achtergronden en poëziekritiek. Daarnaast ontvangt u drie keer per jaar de meest interessante dichtbundel uit het actuele aanbod.

De kosten voor een abonnement (3 x Awater, 3 x bundel) zijn € 75 per jaar.

Of neem een Awater-abonnement sec (3 x Awater) voor slechts € 25 per jaar.

https://www.poezieclub.nl/

Posted in