– Nu we bijna aan het eind van het jaar beland zijn en ik binnenkort het stokje mag overdragen als DDV, blik ik de komende dagen terug door de vijf columns die ik tot nu toe voor poëzietijdschrift Awater heb geschreven te delen. In een speciaal nummer van Awater dat in de Poëzieweek verschijnt, staat mijn laatste column als DDV. Wie de gedichten wil lezen die ik heb geschreven als DDV kan terecht op www.dichterdesvaderlands.nl/

Er zijn weinig opdrachten die ik weiger. Als volbloed republikein schreef ik zonder schroom een vers bij het overlijden van Prinses Christina, ik liet voor de Ambassade van de Noordzee de ene potvis aan de andere potvis vragen of Trump ‘echt hoeren op een Moskous hotelbed had laten plassen waar Obama eerder op had geslapen’ en ook bij de viering van 25 jaar Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving liet ik van mij horen. Ik ben een dichter van het hele Vaderland. Of toch misschien niet van alles en iedereen.

Op 23 oktober kwam het eerste verzoek binnen waar ik goed over na moest denken. Moniek de Jongh van Food Inspiration |  Shoot my food communication vroeg mij een gedicht te maken waarin ik ‘een lans zou breken voor de frituursnack’. Ik had geen idee van de benarde positie waarin de fastfoodsector zich bevond. Bij mij om de hoek, in de Jan Evertsenstraat te Amsterdam-West, floreren Cafetaria 't Eefje, Snackbar Marja en Evert Snack volop.

Niets blijkt minder waar. Moniek schrijft: ‘In een wereld waar door de invloed van social media alles en iedereen doorlopend onder een vergrootglas ligt, is het soms lastig om nog uit te komen voor je cravings of er aan toe te geven. Zeker als het gaat om onderwerpen waarvan het bewezen is dat het “slecht” is voor jezelf of voor de planeet.’ Dat ben ik met Moniek eens. Bij dancefestivals en andere sociale gelegenheden was ik nogal eens geneigd om mij te goed te doen aan Nederlands grootste exportsucces. Door de beelden van gedumpt drugsafval, vaak in stille lommerrijke omgevingen, en ook door het geweld dat het vakgebied van de dealers kenmerkt, vraag ik mij af of dat pilletje nog wel kan.

Moniek werkt in de communicatie en weet heel goed dat je met een sterke vergelijking een heel eind komt. Ze zegt: ‘Zo was er al vliegschaamte: je weet dat vliegen slecht is voor het milieu, en toch doen we het massaal. Onder druk van de publieke opinie durven we er alleen niet altijd meer openlijk voor uit te komen… En nu is er dus ook snackschaamte. De schaamte om te kiezen voor en genieten van een vette hap, terwijl je weet dat het niet goed is voor je. In onze wereld lijkt gezond eten – met de alomtegenwoordigheid van vegan restaurants, flexitariërs, vitaminboost-sapjes, en ga maar door – de nieuwe norm. Het helpt dat groentegerechten, vol kleuren en structuren, een stuk meer “Instagrammable” zijn dan de gemiddelde frituursnack.’ Weer een goed punt, Moniek, al gaat het leven van groente ook niet altijd over rozen. Denk maar aan het droeve lot van jonge sla die ‘in september,/ net geplant, slap nog, in vochtige bedjes’ amper door Rutger Kopland verdragen kon worden of aan de witlof waarvan kinderen niets willen weten in ‘Koor van ongehoorde waaibomen’ van Erik Menkveld:   

KOOR VAN ONGEHOORDE WAAIBOMEN

Nu we kozijnen zijn
in deze keuken, kijken
ze wel naar de leuke
overbuurvrouw op haar
balkon of een bescheiden
lijnvlucht die over komt,
maar niet naar ons
die alles omlijsten.

En nu we planken zijn
in deze vloer, horen ze
ons voor geen meter,
terwijl wij bij de minste
beroering vervaarlijk
kraken en zij tijdens
koken of woorden tal
van voeten verplaatsen.

Zelfs nu we tafel zijn
waar ze aan eten met onze
poten tussen hun benen
en onder hun blote handen
ons hout, zijn we vergeten:
gesprekken voeren ze aan ons
en kinderen die van geen
witlof willen weten.

Maar allemaal hebben we
blad gedragen, tegen
wilde luchten de wind
in ons tekeer voelen
gaan. En onder sommige
van ons is daar naar
geluisterd en diep
in gedachten gestaan.

© 2001, Erik Menkveld 
Uit: Schapen nu! (De Bezige Bij, Amsterdam, 2001)

Ik ben een fan van beide. Om mijn wat problematische stoelgang op gang te houden, eet ik iedere dag een kruiwagen aan fruit en groente. Als ik in een café kom met mijn grote geliefde wil ik ossenworst of bitterballen bij de Westmalle Dubbel en twaalf jaar lang was de belangrijkste reden om met Bas Kwakman, schrijver en voormalig directeur van Poetry International, een poëzieavond te organiseren op camping Stortemelk te Vlieland, de royale schaal snacks die directeur Jan ons voorschotelde na het optreden. Die schaal werd door mij eerst tot ‘Snackship Potemkin’ gedoopt, waarna ‘De Bruine Fruitschaal’ het overnam. Nooit hoorde ik onze gastdichters smeken om een bosje wortels of een glimmend radijsje.

Bit

‘Er is een tegengeluid nodig,’ vindt Moniek de Jong, ‘wij pleiten voor snackvreugde! We hopen op een “smakelijk” gedicht waarin de loftrompet wordt afgestoken over de frituursnack. De kroket, de frikandel, de bamischijf, de mexicano, de….: het blijft per slot van rekening ons culinaire erfgoed!’ Ik heb haar moeten teleurstellen. Het voelde toch een beetje vies, alsof ik reclame ging maken voor sigaretten. Ik heb haar aangeraden het eens te proberen bij collega Justin Samgar die eerder champagnemerk Moët & Chandon in het zonnetje zette. En anders moet ze eens een kijkje nemen op de website 1001gedichten.nl. Daar staan pareltjes op als ‘Moe zo moe’ geschreven door de dichter Asympt (pseudoniem van de dertienjarige Amy) : ‘Ik voel me heel moe/ Ik heb ook zoveel gedoe/ Ik word gek/ Daarom neem ik een snack// Ik voel me ook beroerd/ omdat iemand weer heeft gezeurd/ Het is gewoon vervelend/ Dat iemand dat verzint.’

P.s. voordragen in een snackbar ben ik dan weer wel een groot voorstander van:

Snack

Later is er een gedicht dat ik schreef voor Beetsterzwaag op de zijkant van Cafetaria De Jong geplaatst:

Snackbar
Foto door Sietse de Boer / Tekst door Renske Woudstra

Burgemeester Ellen van Selm onthulde donderdag 12 maart de definitieve plek voor het gedicht ‘Iepen/Open’ van dichter des vaderlands Tsead Bruinja. Het gedicht heeft een plek in het zijraam van De Jong’s Cafetaria aan de Hoofdstraat in Beetsterzwaag.

wy kinne tsjinoer inoar stean gean
mei spandoeken en megafoans
roppe en raze dat it in aard hat

of we kinne in ferhaal betinke

oer hoe't we hjir bedarre binne
en wat de iene oan de oare ha kin
de wurkjende minske sjoch ik graach
de boartsjende minske ha ik it leafst

*

wij kunnen tegenover elkaar gaan staan
met spandoeken en megafoons
om het hardst roepen en schreeuwen
of we kunnen een verhaal bedenken

over hoe we hier samen zijn beland
en wat de ene aan de andere kan hebben
de werkende mens zie ik graag
de spelende mens heb ik het liefst

Voor die plek is gekozen omdat er bij het cafetaria sinds LF2018 regelmatig literaire activiteiten zijn onder de noemer Literair Snacken. Het gedicht is een cadeau van stichting Culturele Hoofdstraat aan het dorp. Aansluitend op de onthulling organiseerde Boeken van Fryslân het programma ‘Foar freonen en troch freonen’ met optredens van de dichters Martin Reints, Anne Feddema en Edwin de Groot.

Bron: https://sa24.nl/vaste-plek-voor-gedicht/

AwaterJan2020VP-page-111

Neem een abonnement

Met een abonnement op poëzietijdschrift Awater blijft u op de hoogte van wat zich afspeelt in de Nederlandstalige poëzie. In Awater - het grootste poëzietijdschrift van Nederland – vindt u nieuws, achtergronden en poëziekritiek. Daarnaast ontvangt u drie keer per jaar de meest interessante dichtbundel uit het actuele aanbod.

De kosten voor een abonnement (3 x Awater, 3 x bundel) zijn € 75 per jaar.

Of neem een Awater-abonnement sec (3 x Awater) voor slechts € 25 per jaar.

https://www.poezieclub.nl/

Posted in