“Wie is Tsead Bruinja nou helemaal?”
Tsead Bruinja zwaait af. Hij was twee jaar Dichter des Vaderlands, waarvan bijna één tijdens de pandemie en zette de lockdown nog wat extra kracht bij met een bundel over tbs. Hij kijkt terug en vooruit. ,,Ik heb een paar dingen niet af kunnen maken. Dat is jammer. Maar ik heb goede hoop dat alsnog te gaan doen.’’
Tsead Bruinja is een podiumdichter. Hij mag graag voordragen en tot voor kort trok hij door het land om moois te delen. ,,Normaal gesproken zou de zomer in het teken hebben gestaan van festivals. Poetry International bijvoorbeeld en Dichters in de Prinsentuin. Dat ging allemaal niet door. Ik heb twee keer live voor publiek opgetreden.’’ Er kwamen wel andere mooie opdrachten voor in de plaats. ,,In eerste instantie vaak coronagerelateerd. Mensen hadden tijdens de eerste golf behoefte aan alternatieven. Je zag allerlei creatieve ideeën ontstaan.’’ Bruinja werkte zelf onder meer mee aan ‘Dichter aan de lijn’. Een telefoondienst die de schoonheid en de troost bij de mensen thuis bracht. Wie zich aanmeldde kreeg een dichter aan de telefoon voor een gesprek en een voordracht. Ook was hij betrokken bij Coronagedicht, een verzamelwebsite waarop iedereen die zijn hart maar wilde luchten een gedicht in kon sturen. ,,We zijn ze nu allemaal aan het lezen en aan het selecteren om een bundel van te maken.’’
Documentairedicht
Er waren meer plannen die sneuvelden op anderhalve meter. ,,We waren eigenlijk net begonnen met een rondgang langs verzorgingshuizen. Samen met een muzikant en steeds een andere gastdichter ging ik met ouderen in gesprek over hun leven. Samen maakten we iets vóór hen en iets met hen. Een heel mooi project en het voelde echt als een soort schoolreisje om samen op pad te gaan.’’ Hoewel de ‘tour’ voortijdig werd afgebroken, leverde het mooie verhalen op die Bruinja omzette in documentairepoëzie: observerende poëzie in de woorden van de mensen zelf. ,,Eén van de heren die ik sprak is daarna overleden. Hij vertelde me onder meer over zijn oorlogsverleden. Later werd ik gebeld door zijn familie met de vraag of ze het gedicht mochten gebruiken bij de uitvaart. Dat zijn mooie dingen om te mogen geven.’’
Bruinja paste het principe van documentairepoëzie al toe in zijn werk voor ‘Dit is de zondag’, op Radio 1. ,,Ik zat vijf jaar bij ‘Dit is de dag’. Daarin waren altijd vijf gasten en in het uur dat zij aan het woord waren, maakte ik daar een gedicht van. Bij ‘Dit is de zondag’, ging het steeds om één gast. Rita Renema, bijvoorbeeld. Zij was geestelijk verzorger in een palliatief centrum, toen ze zelf ernstig ziek werd. Of oud-ambassadeur en pleitbezorger voor de wereldvrede, Edy Korthals Altes. Mensen met bewogen levens. Van zo iemand mocht ik dan een portret maken. Dat was bijna journalistiek. Heel leuk om te doen.’’
Ter beschikking
Toen de Pompestichting, particuliere instelling voor forensische psychiatrie, hem vroeg voor een project over de mensen achter de muren, leende hij dan ook graag zijn pen. ,,Hoe het er precies uit zou gaan zien, wist ik toen nog niet. Ik mocht met tbs’ers in gesprek, zoveel was duidelijk en het delict zou niet aan de orde komen. Verder was de wens om de menselijke kant in beeld te brengen. Dat vond ik interessant. Als we op het nieuws iets horen over tbs, dan gaat het altijd over iets dat misging. Iemand die een misdaad heeft begaan tijdens zijn verlof bijvoorbeeld. Het zijn mensen die we het liefst allemaal voor eeuwig op zouden sluiten. Maar er zitten daar mannen die werken aan terugkeer in de maatschappij. Ze volgen therapie en maken stapsgewijs hun vorderingen. Dat zien we niet terug in het nieuws.’’
Gewapend met een aantekenboekje en een open vizier, ging Bruinja twee klinieken in. Die in Nijmegen en in de plaats Zeeland (Noord-Brabant). ,,Opnameapparatuur zou nerveus kunnen maken, dus dat liet ik achterwege. Ik sprak met ze over hun leven, over hun jeugd en over de kliniek en schreef alles op. Mooie uitspraken markeerde ik direct. Thuis typte ik alles uit tot een paar A4’tjes. Daarna begon het redactieproces. De lijn zien en herschikken tot je een beeld krijgt van dat leven.’’
In de bundel ‘Springtij’ zijn achttien gedichten opgenomen, voortgekomen uit gesprekken met tbs’ers en enkele behandelaars. We lezen over familie, tijdverdrijf, liefdes, verlof, frustratie en nieuwe vriendschappen. Tussen de regels door vangen we glimpen op van waar het misging. Door het ‘gewone’ in taalgebruik en thema’s, blijken mensen die ter beschikking zijn gesteld, uiteindelijk toch ook gewoon mensen.
x sliep slecht vannacht
hij heeft een tennisarm
en zijn rug is versleten
een poosje geleden had hij een hartstilstand
maar dat feestje ging niet door
toen hij in het ziekenhuis lag
informeerde zijn dochter via haar tante
hoe het met hem ging
dertien jaar heeft hij het meisje
dat nu een vrouw is
niet gezien
de woonkamer staat vol foto’s van haar
Uit: x ziet het prikkeldraad niet meer, in: Springtij.
Nergens wordt de gevangenschap geromantiseerd of spannender gemaakt dan het is. ,,Iemand vroeg me een keer of die mensen ontkennen wat ze hebben gedaan. Absoluut niet. Ze weten heel goed waarom ze daar zitten. Maar ze hebben ook hun beslommeringen. Je komt als buitenstaander een soort dorpje binnen en dan ga je op een bankje zitten om een praatje te maken. Zonder oordeel. Dat is voor mij interessant, maar ook voor de mensen die hun verhaal een keer mogen doen.’’
Bedanken
Vond hij het niet spannend? ,,Een beetje omdat je normaal gesproken nooit op zo’n plek komt, maar de mensen die ik heb gesproken waren ervoor geselecteerd. Het was nooit onveilig en ik zou die indruk ook niet willen wekken. Een bundel met true crime sensatie is het dan ook zeker niet.’’ Springtij kwam uit op 10 december. Zonder boekpresentatie. ,,Ik heb de gedichten opgenomen en ze zijn te beluisteren op mijn Soundcloud account. Maar het liefst zou ik nog een keer teruggaan, iedereen een bundel geven en mijn gesprekspartners bedanken voor hun openhartigheid.’’
Naam
De gedichten in Springtij kenmerken zich mede door de vorm als Tsead Bruinja-poëzie. Klare taal, lichte scherts. Geen hoofdletters, geen leestekens. ,,Ja, dat vind ik gewoon mooier in een gedicht. Ik probeer wel op logische plekken af te breken, het hoeft geen puzzeltje te worden, maar ik hou ervan als het beeld in balans is. Dat heb ik ook met de kaft van een bundel. Voor mijn laatste, ‘Ik ga het donker maken in de bossen van’, hadden we bijvoorbeeld een heel mooi schilderij gebruikt. Zoiets wil ik laten zien! Net als het album ‘Dark side of the Moon’ van Pink Floyd. Dat beeld is zo sterk. Maar dan moet daar dus op dat Tsead Bruinja het heeft geschreven. Wie is Tsead Bruinja nou helemaal? Ik zou het het mooiste vinden als mensen poëzie waarderen zonder dat ze weten wie het heeft gemaakt en dan later de naam kunnen opzoeken. Ik vind het ook altijd leuk om op te treden voor mensen die me niet kennen. In het buitenland merk je dat goed. Het is heel eerlijk. Ik zat vier jaar in de jury van de jaarlijkse Gedichtenwedstrijd, voorheen de Turing Gedichtenwedstrijd. De gedichten zijn anoniem, we weten niks over de schrijvers, dus de woorden spreken voor zich. Maar ja, blijkbaar doet het er toch toe.’’ Met de Friese bundel ‘Stofsûgersjongers/Stofzuigerzangers’ was het bijna gelukt. Hij lacht. ,,Uiteindelijk hebben we toch maar stickers zitten plakken met de titel en mijn naam. Ik hoop dan maar dat mensen het loslaten en het gedicht op zijn eigen merites beoordelen.’’
Taal
Tsead Bruinja werd in 1974 geboren in Rinsumageest, Friesland. Op zijn 24e gaf hij zijn eerste bundel uit. Met Springtij staat de teller op 17, waarvan 15 bij een uitgever. Een deel van de bundels schreef hij in het Fries. Daarmee is hij niet alleen ambassadeur voor de Nederlandse poëzie, maar ook voor de Friese taal. ,,Ik ben nu bezig met een nieuwe Friese bundel en ik hoop heel erg dat ik binnenkort weer verder kan met mijn bloemlezing van kleine talen.’’ Vóór de lockdown had Bruinja het plan opgevat om gedichten te bundelen in de talen van het volledige Nederlandse koninkrijk. ,,Fries, Gronings, Drenths, Papiamento, maar bijvoorbeeld ook Arabisch. Ik geloof dat de samenleving mensen het gevoel moet geven dat ze mee mogen doen. Mensen die van huis uit een andere taal spreken, horen ook bij Nederland. Hun gedichten moeten worden gehoord. Een bloemlezing van alleen Nederlandssprekende dichters is onvolledig.’’ En dus toog hij naar de Koninklijke Bibliotheek om dagenlang te bloemlezen. ,,Maar ja, die is nu dus vanwege corona voor veel minder mensen toegankelijk.’’
Blij
In januari draagt Bruinja het stokje over aan de nieuwe Dichter des Vaderlands. (En nee, hij mag nog niet vertellen wie dat wordt.) Maar terugkijkend is niet alles gelukt wat hij graag had willen doen. ,,Nou ja, ik heb heel veel dingen gelukkig wél kunnen doen, dus daar moet je je gewoon bij neerleggen. De subsidie die we ontvingen voor het project in verzorgingshuizen blijft gewoon staan, dus dat maak ik later af. Ook de bloemlezing pak ik graag weer op. En ik ben superblij met Springtij. Die had ik niet kunnen maken als al het andere gewoon was doorgegaan.’’







