Tijdens de gedeeltelijke lockdown vroeg de KB mij om een gedicht waarmee ze hun relaties een hart onder de riem konden steken. Hieronder het gedicht en een voordracht ervan gefilmd in het Olympisch Stadion.
TOEKOMSTMUZIEK
een kantoormedewerker kijkt beteuterd
naar de platgedrukte krentenbol
die hij uit zijn rugzak haalt.
de boter zit overal.
wie vervloekt hij eerst?
de lompe beveiliger die op schiphol uitstapte
of de overvolle trein?
een leerling doezelt na een ruw potje voetbal
op een brancard niet geheel onprettig weg
op een cocktail van diclofenac en paracetamol.
de verpleger achterin de ambulance lacht met de chauffeur
over de puberstank in de gymzaal en vraagt
hem de naam van een goed chinees restaurant
in een café protesteert een stamgast op leeftijd
dat zij de laatste ronde onmogelijk had kunnen horen.
toen die werd omgeroepen stond ze net onder het afdak
te genieten van een sigaret, ohne filter.
ja, ja, over haar longen.
het is een zachte zomeravond ergens later,
hoeveel later zeg ik niet.
we zijn inmiddels profeten onderwijzers
en verplegers geworden. we weten wat we kunnen.
eindelijk weten we dan en daar
wat we voor elkaar betekenen.