– Jeroen van den Heuvel schrijft op Ooteoote over een gedicht uit 'Ik ga het donker maken in de bossen van' (Querido, 2019)
"Dit gedicht dwingt de woorden in een raster: 22 versregels van elk 7 woorden van 1 lettergreep. Er is geen zinsopbouw, er zijn geen leestekens, woorden van meer dan 1 lettergreep zijn uitgesloten. Vrijwel alle woorden zijn te lezen als zelfstandig naamwoorden (eigenlijk alleen ‘warm’ en ‘los’ niet), sommige zijn daarnaast op te vatten als bijvoeglijk naamwoord (‘groen’, ‘zoet’, ‘zuur’, ‘blauw’) of als werkwoord (‘mist’, ‘bad’, ‘vlecht’, ‘slaap’, etc). Veel woorden worden herhaald, sommige zelfs meerdere malen, maar aardig wat woorden komen slechts één keer voor, te beginnen bij ‘deur’ in v2.
We kennen zo’n soort raster van het leesplankje. Daarvan zijn in de loop der jaren heel wat versies gemaakt, van raam-roos-neef tot aap-noot-mies tot boom-roos-vis… "
