Poetry International Festival Rotterdam vroeg voor 'De mooiste gedichten van de wereld' 50 Nederlandstalige dichters een duik te nemen in de schatkamers van het festival. Daar komt een boek van, er zijn tijdens Poetry voordrachten van deze favorieten te beluisteren en er zijn filmpjes gemaakt waarin Els Moors, Thomas Möhlmann, Anneke Brassinga en ik onze keuze toelichten en het gedicht ten gehoren brengen. Ik koos voor 'De oude dames' van Laurence Vielle, vertaald uit het Frans door Jan H. Mysjkin.
De oude dames weven uit nevel zondagen in familiekring
ze spelden hun lippen op en knijpen de stilte op elkaar
De oude dames zitten mooi rechtop mooi opgedirkt en als ze vallen breken ze
De oude dames zetten kleine pasjes
Er was een dag dat de oude dames touwtje sprongen
dat ze achter de bus aan liepen
dat ze zich buiten adem lachten
De oude dames zwijgen de oude dames
De oude dames hebben ogen van een blauw dat bleker en bleker en bleker werd door de regens
De oude dames kruipen ’s avonds tussen hun kille lakens en slikken snoepjes om te slapen
Toen ze nog geen gehoorapparaatje hadden, zeiden de oude dames de hele tijd wablief? wablief?
wablief? wablief? wablief?
Ze waren de tamtams van onze gesprekken
Nu zwijgen ze, de oude dames
De oude dames hebben lippenstift op hun vals gebit
Wanneer de oude dames aanvoelen dat ze gaan vallen, rijgen ze hun schoenen vast aan om van
minder hoog te vallen
De oude dames nemen de trein van Brussel naar Parijs om bij hun 40-jarige liefde te zijn
De oude dames luisteren naar de zee op de radio
De oude dames laten hun haar groeien. Er komt een dag waarop ze witte staartjes zullen vlechten
voor hun 40-jarige liefde
De oude dames begonnen vroeger vaak zomaar te zingen, maar nu, radioknop, radioknop,
radioknop
De oude dames halen hondenkoekjes uit hun tas en steken hun tengere hand door de hekken
waarop geschreven staat ‘pas op voor de hond!’
De oude dames riepen op 1 december 1953: ‘’t is zover, eindelijk, ik vlieg!’
De oude dames kijken naar de andere balkons en zo zien ze of het mensen zijn die van bloemen
houden of zelf de was doen
De oude dames zeggen: ‘Ik ben nog niet zo rijp als mijn hersens. Mijn moeder zou nooit alles
gedaan hebben wat ik heb gedaan’
De oude dames verstaan de kunst om de steken van hun brei op te halen omdat ze weten hoe ze
de draad niet verliezen
De oude dames luisteren naar de zee op de radio
De oude dames heten Christiane, Manon, Eglée, Clémentine, Roger, René, Léna, Alice,
Philomène, Georgette, Marcèle, Alfred, Jean, Ginette…
Het wordt de oude dames afgeraden om ‘Mevrouw’, ‘Mejuffrouw’ of ‘Weduwe’ op hun deur te
zetten, om te koop te lopen met al te opzichtige juwelen, om vertrouwen te schenken aan lui die
hun een dienst lijken te willen verlenen of die een inlichting willen, om zich te verzetten: hun
leven is waardevoller dan hun rijkdom. Het wordt de oude dames aangeraden om op te passen,
elkaars nabijheid te zoeken, om hulp te roepen, niet open te doen, zich te beveiligen, te
vermijden, niet op te vallen, te bewaren, te voorkomen, te plaatsen, zich te wapenen… dat wordt
gezegd opdat ze geen schrik meer zouden hebben, de oude dames!
Ze zijn heel mooi, de oude dames, je hebt zin om hen in mijn armen te drukken, om hen lang
over hun rug te strelen
De heel oude dames delen vingertjesmaat de ziel van hun lange leven omdat ze weten hoe ze de
draad niet verliezen
‘Hé, er wordt gebeld, dat is mijn zoon, hij was hier gisteren ook al, hij denkt dat ik doodga,’
zeggen de oude dames
En ze luisteren naar de zee op de radio
Wat vreemd om alle oude dames bijeen te stoppen in een groot rusthuis, roesthuis
Heeft u de oude dame gekend die tegenover de conciërge woonde? Hebt u gezien in wat voor
een ellende ze gestorven is? Haar bed, de zetel, haar bed, de zetel
Wat blijft er de oude dames nog over als ze geen familie meer hebben? Ze vragen maar één ding:
te sterven
Tegen de oude dames in ruste zegt Jean-Claude: ‘U heeft de toekomst voor u! U heeft de
toekomst voor u zolang u niet dood is, oude dames!’
En een heel oude dame antwoordt hem: ‘Ga waar je wilt, sterf waar je moet, ik ben nergens bang
van!’
En dan luistert ze naar de zee op de radio