WIKSELTONGE (Nederlandse vertaling staat onder dit gedicht)
it grutste gelyk fan de wrâld
hat hânlangers
it âldste gelyk ken allinnich
foarbygongers
it grutste gelyk fan de wrâld
slacht gauris mei de fûst op tafel
it âldste gelyk lit alles sa mar
fan har ôfglydzje
wy ferlizze rivieren
hingje klokken oan muorren
en yn tuorren
it gelyk fan de tiid is der wis fan
wy binne op `e weromreis
it ferhaal is rûn
fynsto dat ek?
it lytse gelyk is de breid
it grutste gelok har tonge
dy't my my opsiket
en tsjinsprekt
myn swetsery tsjin it ljocht hâldt
my wurkje lit oan in oarlochsliet
oer in man dy't sûn en wol
wer thúskomt
*
WISSELTONG
het grootste gelijk van de wereld
heeft handlangers
het oudste gelijk kent alleen
voorbijgangers
het grootste gelijk van de wereld
slaat regelmatig met de vuist op tafel
het oudste gelijk laat alles zo maar
van zich afglijden
wij verleggen rivieren
hangen klokken aan muren
en in torens
het gelijk van de tijd weet het zeker
we zijn op de terugreis
het verhaal is rond
vind je dat ook?
het kleine gelijk is de bruid
het grootste geluk haar tong
die mij opzoekt
en tegenspreekt
mijn gezwets tegen het licht houdt
mij laat werken aan een oorlogslied
over een man die gezond en wel
weer thuiskomt
*
Dit gedicht werd geschreven voor de herdenking op 4 mei te Dokkum en hoort bij het gedicht op de afbeelding hieronder dat ik voorlas in de prachtige Bonifatiuskapel.
ZE SCHOPTEN ANNO SJOERD EN ZE SCHOPTEN TITUS
ze schopten anno sjoerd en ze schopten titus
tot de pater bloedde en de bloedende zei
wij zullen voor die mensen bidden
zodat ze tot inzicht komen
collectieve armoede zou
de zaak kunnen keren
het kasteel van de ziel
kregen de laarzen niet stuk
in een brillendoos onder zijn oksel
bewaarde hij de hostie waar het hele kamp
mee gezegend werd
hij weigerde te geloven
dat de dorre grond
geen vrucht kon dragen
ze schopten titus en ze schopten anno sjoerd
in mijn ogen een raadsel
dat een raadsel vervloekt
ze schopten om schoenen die te smerig
een bed dat niet netjes genoeg
vertrouwen in het hoge
een smalle akker voor de een
onwrikbaar fundament
voor de ander
hij wist wat hij bij zich droeg
dat wat in alles zit
ook in de broeder
die lappen om de zweren
onder zijn voeten bond
* Titus Brandsma (Anno Sjoerd Brandsma geboren te Oegeklooster bij Bolsward, 23 februari 1881 – Dachau, 26 juli 1942) was een Nederlandse karmelietenpater, hoogleraar en publicist uit Friesland. Brandsma was specialist in middeleeuwse mystiek en zelf mysticus. Als sterk maatschappelijk betrokken priester nam hij initiatieven op het gebied van de katholieke emancipatie, het katholieke onderwijs en de journalistiek. Brandsma verzette zich tegen het nazisme. In 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd hij gearresteerd door de Duitse bezetters en vond in het concentratiekamp Dachau de dood. In 1985 werd hij als martelaar door paus Johannes Paulus II zalig verklaard.
* Enkele beelden in dit gedicht komen uit een gesprek met met broeder-klerenmaker Rafaël Tijhuis.

