Mijn eerste column voor deze krant begon met de dood. Erik Menkveld, een bevriend schrijver,  overleed op 30 maart 2014 op 54 jarige leeftijd. Terwijl ik niet geloofde in een hiernamaals, schreef ik toch een brief aan hem. Die vorm koos ik omdat Menkveld aan zijn helden, onder wie de Boeddha, saxofonist John Coltrane en dichter Martinus Nijhoff prachtige literaire brieven had geschreven, verzameld in Met de meeste hoogachting (Uitgeverij Van Oorschot). De column werd geweigerd. Men vreesde dat de lezers niet bekend genoeg waren met Menkvelds werk.

Mijn eerste column voor deze krant begon met vriendschap. Ik stond in de keuken van Margo en Gene Barry ergens op het Ierse platteland niet ver van Cork toen ik door de krant werd gebeld. Een dag daarvoor zou ik in een kasteel een poëzieworkshop geven. Op het allerlaatste moment, toen wij de poort uit wilden rijden, kwam de enige gegadigde opdagen. In het smalle poortje reed zijn vader de spiegel van de auto. Aan de keukentafel bespraken we alsnog de gedichten van Martin Reints, over afleiding en denken in de poëzie. De dag daarna werd ik gebeld. Ik zal niet snel vergeten hoe blij Gene voor mij was.

Www.blackwatercastle.com-castletownroche_croftoncroker-1824

Mijn eerste column voor deze krant begon met muziek. Toen de column over Menkveld geweigerd werd, schreef ik een tweede eerste column, over zanger Jack Bottleneck met wie ik op school zat in Damwoude. Vijfentwintig jaar geleden verloren wij elkaar uit het oog, maar niet uit het hart. Dankzij Facebook en een optreden te Dokkum hernieuwden we onze vriendschap. Ik schreef over Bottlenecks kleurrijke verleden en hing het verhaal op aan een uitspraak over de uitsluiting van  Wâldpiken bij de ‘Kulturele Haadstêd’. Die column werd geaccepteerd.

 

Vorige week vertelde radiomaker Willem Wâldpyk, manager van Jack Bottleneck, hoe hij bij een vergadering van Omrop Fryslân dreigend tegenover een andere Wâldpyk had gestaan. Men was ervan geschrokken. Ik genoot van het verhaal. Het verbaasde me niets dat de ruzie maar van korte duur was. Het bloed moet soms koken en bij Wâldpiken gebeurt dat misschien soms net even wat rapper.    

Die verhalen zullen vanaf nu weer in gedichten belanden, want er komt met deze column helaas een einde aan mijn bijdragen aan deze krant. Ik ben de redactie van de Leeuwarder dankbaar voor de kans die zij mij gaven en de vrijheid die ik na die eerste geweigerde column genoot. Ik heb veel geleerd van dit hardop denken op papier en dank u voor het volgen van mijn verhalen en gedachten.

Het is lente; tijd om iets nieuws te beginnen. Ik raad u aan de Verzamelde Gedichten van Erik Menkveld te lezen. U zult dan bijvoorbeeld deze vrolijke regels tegenkomen: “Graasgenot? Op dit gazon? Nog geen gierkar rijdt hier mijn humeur in reetketel”.

*

Willem Wâldpyk kwam langs om een Friese voordracht op te nemen. voor zijn programma Noardewyn. Hieronder het resultaat.

 

Posted in