Door de stompzinnige uitlatingen van Donald Trump zou je bijna geloven dat Amerika collectief achterlijk aan het worden is. Al loopt Europa met haar steun aan het pers-onvrije Turkije en Polen niet ver achter. Voor wie het nieuws volgt, is het lang zoeken naar tekenen van vrijheid en intelligentie. Maar alle hoop is niet vervlogen. Aan de dovenuniversiteit Gaullaudet in Washington D.C. wordt nog fatsoenlijk nagedacht, onder andere over architectuur.
Voor studenten van Gaullaudet, schrijft NRC, “is het ontwerpen van DeafSpace, ruimtes die speciaal zijn ontwikkeld voor doven en slechthorenden, een tweede natuur geworden.” Zo houden de jonge architecten onder andere rekening met dove mensen die al lopend een praatje willen maken. Dat is de normaalste zaak van de wereld voor mensen die kunnen horen. Zij hoeven elkaar niet de hele tijd aan te kijken. Maar mensen die in gebarentaal met elkaar spreken moeten elkaar kunnen zien en niet afgeleid worden door onnodige obstakels. Een lichte helling in de vloer is voor hen veel prettiger dan een trapje en een brede gang veel handiger dan een smalle.
Ten tijde van prikkeldraad aan de Europese grenzen en muren tussen Mexico en Amerika, lees ik graag over dit soort elegante oplossingen. Het geeft hoop en doet mij bovendien anders kijken naar de ruimtes waarin ik me begeef.
Dat gebeurde ook toen ik luisterde naar blinde mensen die geïnterviewd werden terwijl zij door gebouwen liepen en daarbij met hun tong klakten om de ruimte in te schatten. Ik was gevraagd om op basis van die gesprekken een gedicht te schrijven voor het boek Architectuur door andere ogen. Sindsdien voel ik meer aan dikke armleuningen bij trappen, geniet ik van solide deuren en doe ik soms mijn ogen dicht om te genieten van het 'uitzicht' op auto’s die over natte wegen suizen.
In 2005 was er tijdens Poetry International aandacht voor poëzie in gebarentaal. Twee Amerikaanse hippies van in de veertig stalen de show. De dove Peter Cook liet zijn gedichten gesproken ‘ondertitelen’ door zijn ‘horende’ vriend Kenny Lerner. Cook maakte met de duim en wijsvinger van zijn rechterhand een rondje dat de zon voor moest stellen en liet die achter zijn horizontaal gehouden linkerarm opkomen. Daarna zette Cook zijn horizon rechtop en maakte er een boom van. Een denkbeeldige wind waaide door de takkenvingers. Maar de zon scheen fel die dag, waarschuwde Lerner. En voor we het wisten, was de boom gevallen. “And the sun burned the tree down,” bulderde hij. Wij klapten zoals doven klappen: met beide handen zwaaiend naar Cook en Lerner.
Misschien is het nog niet zo'n slecht idee, dat leiden van de blinden door de blinden. Als de doven dan ook nog onze parlementen ontwerpen en er hun gedichten voorlezen, komen we er wel.
Dit is een ander gedicht, maar het illustreert wel goed de werkwijze van het Peter Cook en Kenny Lerner
*
Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl