“Het verschil tussen wachten en verwachten leerde je / van een kat die twee keer van huis liep en maar één keer terugkwam.” Zo opent het gedicht ‘En of het zo door kan gaan’ van de twintigjarige Else Kemps. Ze won er de eerste prijs mee in De Türing Nationale Gedichtenwedstrijd. Kemps, die een nurkse kwetsbaarheid combineert met gelaagde beeldenreeksen, won 10.000 euro, afkomstig uit de beursgang van Tomtom.
“Je denkt aan de zuurstoffles die je opa kunstmatig in coma hield. / Of het zo door kon gaan, vroeg je tante steeds, en op Google Maps // heeft zijn fiets nog drie jaar voor de deur gestaan”, vervolgt Kemps, die naast begenadigd dichter en performer ook student is bij de opleiding Creative Writing te Arnhem waar ik samen met collega-schrijvers lesgeef.
De dag na haar zegetocht moest Else net als haar medestudenten aantreden voor de Schouw, een voortgangsgesprek met vier docenten én drie soorten vlaai. Het was een feestelijke dag, maar niet voor iedereen. Sommige studenten kregen een waarschuwing omdat ze achterliepen; anderen kregen te horen dat ze te weinig ontwikkeling toonden. Daarnaast waren er studenten die ondanks hun talent en hoge cijfers toch in huilen uitbarstten.
Nu zij de eindstreep naderen en zelf een schrijfpraktijk op moeten zetten, staren ze in de angstaanjagende leegte van het beginnende zzp’rschap. Ze vragen zich af hoe ze straks in ‘s hemelsnaam brood op de plank krijgen en of ze überhaupt ‘schrijver’ willen worden. Betekent leven van de pen niet dat je de meest mensonterende schnabbels aan moet pakken en dat je popiejopie moet gaan lopen doen op een podium terwijl dat totaal niet bij je introverte karakter en gevoelige teksten past? “Ik neem wel een simpel baantje in een winkel,” snikten ze, klaar om ‘under te performen’ en uitgebuit te worden door de vrije markt.
Ik deed tijdens mijn studie schoonmaakwerk en stond daarna achter de balie van een muziekzaak. Ik durfde niet veel van mijn toekomst te verwachten. Dus ik begrijp heel goed dat deze studenten zichzelf in proberen te dekken en dat ze hun ‘hoofd’ voor zichzelf willen houden, maar liever wil ik dat ze op de toppen van hun kunnen sterke verhalen blijven vertellen:
“Daarna was er / S. de man die zei niet verder te willen en daarom al die tijd gebleven is // ’s Nachts vertel je hem over de keer dat iemand je uitschold / voor ‘hoer’ omdat je stilstond op een zebrapad. Alles wat hij zegt // is dat ‘lopen’ in het Russisch twee werkwoordsvormen heeft, / afhankelijk van of men een bestemming heeft of niet.”
Ik hoop kortom dat onze studenten, net als Else, erop leren te vertrouwen dat er veel valt te winnen wanneer je je eigen richting volgt.
*
Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant – www.lc.nl
