Oud Leeuwarder Kees 't Hart, die eind jaren negentig een prachtig gedicht schreef over 'De ijzerwarenwinkel Auke Rauwerda', was dit jaar juryvoorzitter van de VSB Poëzieprijs. Onder zijn voorzitterschap werden de poëtische waren genomineerd van Toon Tellegen, Maud Vanhauwaert, Ilja Leonard Pfeijffer, Geert van Istendael en Pieter Boskma. In de Groene Amsterdammer en in de NRC werd geprotesteerd tegen deze keuze. en werden dichters genoemd die jammerlijk ontbraken.
Mijn laatste bundel deed ook mee aan de VSB-race, viel buiten de boot en prijkte op geen van de protestlijstjes. Dat hoort erbij. Een jury kan nooit de beste bundels nomineren. Het gaat altijd om de persoonlijke keuze van een aantal liefhebbers die voor een kleine vergoeding zich door een stapel goede en soms slaapverwekkend middelmatige gedichten heen moeten worstelen.
Als miskend genie hoop je dan toch nog met enkele gedichten opgenomen te worden in de bijbehorende bloemlezing De honderd beste gedichten, dit jaar samengesteld door juryvoorzitter 't Hart. Voorheen telde ik eerst hoeveel van mijn gedichten waren opgenomen en vooral of het er niet minder waren dan van collega's die ik onaardig of overschat vond. Daarna verdween het boek verder ongelezen in de boekenkast.
Dit jaar was het anders. Op 19 januari scrollde ik de volgende facebookstatusupdate tevoorschijn: "Beste selectie in jaren! En dat zeg ik niet eens omdat er één gedicht van mezelf bij zit." Die uitspraak was afkomstig van dichter Ingmar Heytze. In een hip koffiehuis onder het genot van een emmer cappuccino las ik daarom toch maar De honderd beste gedichten, waarvan enkele, zonder Heytze's uitspraak, ongetwijfeld aan mijn ijdele aandacht zouden zijn ontsnapt.
Het mooiste gedicht was van Luuk Gruwez, die alleen al daarvoor de VSB had mogen krijgen. Het heet 'Timiditeit' en het is zo goed dat ik het hier in zijn geheel opneem:
TIMIDITEIT
Mijn lichaam had nergens iets te verbergen, maar het
verborg zich toch uit huiver voor de grote vinder
die er enkel op uit was het mee te nemen naar elders.
Het dierf niet te kijken, zocht beschutting achter
veel te kleine handen en met die handen wist het zich
geen raad. Het kroop in de kast om zoek te raken,
dook dieper onder, zette zijn tanden in de bruidsjapon
van zijn ma, bedekte heel zijn muizenziel,
alsook het kippenvel rondom zijn kindertepels,
met alle onzichtbaarheid van de wereld.
Niets had mijn lichaam te verbergen, maar het verborg
zich, duwde zich af tegen de randen van zichzelf,
schaamrood op de wangen, zweet in de handen.
En nooit kon het de grote vinder verhinderen.
Met de uitreiking van de VSB Poëzieprijs (aan Ilja Leonard Pfeijffer) is de Poëzieweek begonnen. Ik daag u uit om u door een gedicht te laten vinden.
*
Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

