De ellende begon met Rudi Carrell. Hij presenteerde in 1983 de eerste reeks van de 1,2,3-Show op de televisie. Wij keken daar met hele gezin naar, niet alleen vanwege de spelletjes, maar ook vanwege de sketches. Iemand uit ons gezin, waarschijnlijk mijn moeder, raadde ons aan om een lot te kopen bij de Rabobank in Kollum; voor ons twee minuten lopen. Ik had nog nooit zo in spanning gezeten als tijdens de avond van die uitzending. De bouw van het schip Ms De Zonnebloem, een schip voor vakantiereizen voor mensen met een fysieke beperking, waar de opbrengsten van de loterij voor bestemd waren, was een schrale troost, toen van de lange cijferreeks op mijn lot alleen het voorlaatste getal juist bleek te zijn. Carrell kon van mij 1,2,3 de boom in.

2198751-620-400
Ted de Braak, de opvolger van Carrell, voor een lot.

Als het een les was die mijn moeder ons probeerde te leren dan was die niet helemaal doorgedrongen tot mijn jeugdige brein. Want zo rond mijn vijftiende stond ik mijn zakgeld in een gokkast te gooien bij Snackbar Vogel. Ik had vijfentwintig gulden bij me en leek even met vijftig gulden naar huis te kunnen gaan. Maar na de eerste winst stond ik al gauw op verlies. Bijna het hele geeltje werd opgeslokt door de eenarmige bandiet. Ik had nog net genoeg over voor de turkeystick met pindasaus die door de eigenaar uit het vet werd gehaald nadat hij zijn bouvier had geaaid. Bij Vogel kreeg je gratis hondenhaar bij en door al je snacks.

Sindsdien heb ik geen lot meer gekocht en geen gokkast meer aangeraakt. Toch voelt het alsof ik nooit helemaal uit de greep ben geraakt van de kansspelen. In de literatuur zijn er namelijk genoeg prijsfestijnen waarvoor je een poëziebundel of roman kunt insturen. Daarna is het tandenknarsend wachten op de bekendmaking van de winnaar of de genomineerden. Reikhalzend kijk je uit naar de extra aandacht voor je boek, de pleister op je miskende getergde schrijvershart.

Afgelopen week zat ik als een bezetene iedere dag de website van de VSB Poëzieprijs te checken. Ik had mijn uitgever zo ver gekregen mijn bundel net voor de deadline uit te brengen, zodat ik niet nog een jaar hoefde te wachten. In de jury zat een dichter die zich voorheen positief over mijn werk had uitgelaten. De sterren leken gunstig te staan. Ik had goede hoop.

Er kwam echter geen mailtje met een mededeling onder embargo; geen vrolijk telefoontje. Even nam ik mezelf kwalijk dat ik er weer in was gestonken. Ik vertelde mezelf dat ik niet op die nominatie had mogen hopen. Vervolgens stuurde ik een gedicht in voor de Turing Gedichtenwedstrijd. U kunt dat tot 15 november ook doen. De hoofdprijs is 10.000 euro; de troostprijs een door u zelf te bestellen turkeystick pinda.

8718053070179

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

Posted in