Er staan twee zwarte sportschoenen voor een muur van witbruine keien. In die muur zit een bord gemetseld met zwarte randen. Waarschijnlijk is het een straatnaambord. Ik weet het niet zeker. De tekst is geschreven in tekens die ik niet ken. De sportschoenen horen vast bij de man wiens arm beetgehouden wordt door een andere gekleurde man met een embleem op zijn blauwe t-shirt en een zonnebril die op zijn voorhoofd en in zijn stekeltjeshaar hangt. Die man hoort misschien weer bij de gewapende man tegenover hem, die ook naar de grond kijkt. Beide mannen hebben witte handschoenen aan en kijken naar de licht getinte man die op het trottoir ligt. Ik schat hem midden twintig.GuldenEen straaltje bloed loopt over zijn slaap, over zijn rechteroog, over zijn neus. En verdwijnt in de schaduw van het linkerdeel van zijn gezicht, dat naar de grond gericht ligt omdat hij aan zijn arm omhoog hangt, vastgehouden door de man met de zonnebril. De jongeman ligt met zijn hoofd op een bebloede doek of op zijn eigen uitgetrokken blouse. De gewapende man staat precies in het midden van de foto en midden voor de ontklede dode, waardoor we zijn genitaliën niet zien. We kunnen wel de vierkante vormen van de straattegels om hem heen zien, door het bloed dat tussen de naden loopt.

Kijkend naar de zool van zijn sportschoenen, stond de man niet recht op zijn voeten. Ik heb dat ook, dat ik niet helemaal recht op mijn voeten sta. In mijn schoenen zitten steunzolen die ervoor zorgen dat ik niet te veel leun op de zijkanten. Toch slijten ze nog steeds rechts- en linksachter het meeste af.

Maar dat is niet waarom ik het over deze foto wil hebben, die u niet ziet, maar waarvan ik het beeld zo goed mogelijk heb geprobeerd te schetsen. Ik wil het ook niet hebben over het feit dat de dode op de foto een Palestijnse man is die werd doodgeschoten nadat hij een agent had aangevallen met een mes. Ik wil het niet over die ongelijkheid hebben, over de wanhoop die zich van deze jongeman meester moeten hebben gemaakt om zijn toekomst op deze manier te laten bekorten. Ik wil het niet hebben over de angst van de kinderen van Israëlische soldaten en agenten.

Ik wil het hebben over de wreedheid van schoonheid. Dit is een klacht tegen hoe zonlicht op een witte rechterborst kan vallen en de kracht van een man kan laten zien, niet alleen de kracht om te moorden, maar ook de kracht om een kind op zijn arm te tillen of een vriend te omarmen. Ik protesteer tegen de vervloekte symmetrie van tegels en stenen die mij foto's intrekt. Was ik maar blind of scheel.

*

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

De foto werd gemaakt door Yotanm Ronen. Ik zag hem op een fotopagina van de NRC:

http://www.nrc.nl/nieuws/2015/10/18/de-indrukwekkendste-fotos-van-de-afgelopen-week-58

Posted in