Jankobus Seunnenga nam 'Pokon Ja!' onder handen, of beter gezegd onder 'snaren', een gedicht dat ik schreef voor het huwelijk van Dylan Van Rijsbergen en Marloes Blokker en dat ook te vinden is in Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden (Uitgeverij Cossee).
POKON JA!
bijna in bloei de japanse kers
voor het raam van je kamer
waar ik de seizoenen zag
en bijna bezweet de geverfde planken
van de ondergrondse danstent
waar wij verdacht vaak water bestelden
vanwege de pillen
je moet met je hoofd omhoog dansen
niet zo naar de punten van je schoenen staren
zei je
en ik keek omhoog
met een chemische glimlach
op mijn gezicht
ken nu de ijzeren geraamtes tussen de lampen
de zwarte plafonds en de amsterdamse grachten
waar jij me een eerlijke en wrede vraag stelde
over nietzsche’s bejahung des lebens
daar is het altijd om gegaan
over ja en welk leven dan wel
over de japanse kers voor je kamer
bijna in bloei
en stof dat we omhoog stampen
van tussen de planken
*
Dit is het derde gedicht uit 'Binnenwereld Buitenwijk Natuurlijke Omstandigheden'(Cossee, sept. 2015). Ik schreef het voor het huwelijk van goede vriend Dylan van Rijsbergen (met Marloes Blokker) die in de jaren negentig mij de ogen opende door zijn vriendschap en de introductie van enkele chemische hulpmiddelen. Ik wil hiermee niet zeggen dat iedereen aan de XTC moet. Het is vanzelfsprekend dat je daarmee voorzichtig moet zijn. Het heeft mij destijds geholpen om het leven weer te zien zitten en het heeft me bewust gemaakt van hoeveel liefde ik kon voelen.
Over Nietzsche en de 'bejahung' kun je meer lezen via onderstaande link:
en.wikipedia.org/wiki/Nietzschean_affirmation
Toen wij het erover hadden, ging het geloof ik ook over Mulisch en of je 'ja' zou zeggen tegen het eeuwige leven. Dat dat misschien wel een plicht was.
We waren jong, maar ik blijf het een mooie vraag vinden.
