"Hij heet geen Shit," riep Groninger dichter en getuige Bart FM Droog zo'n tien jaar geleden in een Amsterdams stadsdeelkantoor. Ik ging trouwen en de huwelijksambtenaar had grote moeite mijn naam fatsoenlijk over haar lippen te krijgen. Het hielp ook niet dat haar speech een bij elkaar geknipt allegaartje was, dat mij vooral deed denken aan de manier waarop ik vroeger versjes schreef voor de poeziealbums (ik weet dat er een trema op hoort) van klasgenootjes. Ik bladerde dan door de albums van mijn zus, pikte regels uit verschillende gedichten en flanste zo een geheel nieuwe tekst in elkaar; een niet erg veelbelovend begin van een dichterscarrière. En dan hebben we het nog niet eens over de vijf op mijn eindexamen Nederlands.
Onze huwelijksceremonie werd gelukkig overgedaan door iemand met een veel ontwikkelder taalgevoel. Dichter Thomas Möhlmann, een van de masterminds achter het koppelen van mijn vrouw en mij, verbond ons voor de tweede keer in de echt op het zonovergoten strand van Zandvoort. Wij wierpen een lege whiskyfles met een briefje erin de zee in en kregen daarna een prachtige bloemenregen over ons heen. Hulde!
Afgelopen weekend kwam het huwelijk twee keer voorbij. De eerste keer was zaterdag tijdens een optreden met Nynke Laverman en Sytze Pruiksma in de Mauritiuskerk te IJlst. Laverman zong bloedstollend mooi "as de dea myn namme neamde / en myn libben kaam oan ein" over een huwelijk met de dood en de overgave aan het einde. Onder de douche zing ik nu iedere dag nog "dan joech ik oer", overigens zonder enige vorm van doodsverlangen.
Het tweede huwelijk vond plaats op zondag in Heiloo. Ik was door goede vriend David Lee gevraagd om als ceremoniemeester op te treden tijdens zijn huwelijk met Carola Schambach. Lee heeft een joodse achtergrond en Schambach is meer geïnteresseerd in het aardse. Beide interesses waren prachtig verweven in een korte dienst die ze samen geschreven hadden en waarbij ik zo nu en dan in het Nederlands en het Engels het woord mocht doen tot we aan het einde allemaal "mazzeltov" riepen en de bruidegom een leeggedronken wijnglas in een theedoek wikkelde en het stuktrapte.
Ik heb alleen op foto's gezien hoe mijn vrouw en ik keken toen we elkaar in het Amsterdamse stadsdeelkantoor en op het strand van Zandvoort ons jawoord gaven. Nu had ik alle tijd, en de beste plaats, om het geluk in Davids en Carola's ogen te zien. De zachtheid en de overgave daarin gingen bij mij door merg en been. Ik zou er bijna huwelijksambtenaar voor worden.
Mocht u weten hoe mijn naam uitgesproken dient te worden dan kunt u een antwoord achterlaten op weblog Tzum. Redacteur Coen Peppelenbos plaatste daar een quiz over dit heikele punt. Het is geen "Shit" in ieder geval. Succes!
Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

