Kim Moore is de dochter van een steigerbouwer uit Leicester. Ze werd daar in 1981 geboren en erfde van haar ouders een prachtig “common” arbeidersaccent. Als ze “water” zegt, hoor je “wha’uhr”. Vele juffen en meesters probeerden het haar af te leren. Moore schrijft diep doorvoelde gedichten waardoor hele roedels wolven trekken, gedichten over de ziel en over “haar mensen”, “mensen die vloeken zonder te beseffen dat ze vloeken” en “mensen die onderkruiper schreeuwden en bakstenen gooiden naar de politie.”
Moore woont in Barrow, Cumbria, in het noordwesten van Engeland. Als je bij haar de deur uitgaat en de straat afloopt, ontwaar je tussen de rijen huizen de zee. Ik leerde haar kennen tijdens een festival in Fermoy, county Cork, Ierland en genoot van de gedichten uit haar eerste bundel If we could speak like wolves / Als we als wolven konden spreken. Maar misschien is voordragen hier niet het juiste woord. Met een accent als dat van Moore heb je het soms over “voorknauwen”, maar dan wel op een zeer aangename zachte en muzikale wijze.
Afgelopen weekend wandelde Moore over het strand van Vlieland, sliep ze in een tent op camping Stortemelk en zwom ze in de Noordzee. Samen met Bas Kwakman, directeur van Poetry International, organiseer ik op het eiland een poëzieavond. We vragen de dichters er een vakantie van te maken. We zwemmen met ze, we koken voor ze en afgelopen maandag schuilden we samen met ze voor de regen.
Moore is wel wat regen gewend. Die wolven huilen niet voor niets zo hard in haar gedichten, bijvoorbeeld wanneer ze schrijft over een gewelddadige periode in haar leven: “In dat jaar was mijn lichaam een rookpilaar / en konden zelfs zijn handen mij niet houden. / … / En in dat jaar sprak mijn tong de taal van insecten en herkende zelfs mijn vader mij niet”. Ik was ontroerd toen ze vertelde hoe diezelfde vader in de zaal stond toen zij dit gedicht voorlas. Moore wist niet dat haar ouders gekomen waren. En haar ouders wisten beiden niets van het geweld dat haar was aangedaan. Haar vader stormde huilend de zaal uit.
Tegenwoordig gaat het veel beter met Moore. De wolven janken nog steeds, maar het leed is kleiner. Met een gezonde dosis sarcasme schrijft ze over haar werk als muziekdocent. Ze vervloekt de kinderen “die op het mondstuk tikken / met de muis van hun hand om een plopgeluid te maken” of “die de trompet op de grond laten vallen en dan lachen.” Van Moore mogen ze ieder weekend buitenshuis marcheren in de kou en geteisterd worden door “de drang om elke dag te oefenen zonder vooruitgang”.
Kim Moore in actie samen met Jan Glas die de vertalingen van Willem Groenewegen voordroeg
Terwijl ik deze column tik, stapt ze op de boot naar Harlingen. Ik blijf nog een dagje. Ik ga haar humor, haar zachte geknauw en vooral haar wolven missen.
*
Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl
Kim Moore heeft een website: https://kimmoorepoet.wordpress.com/
*
P.s. twee dagen nadat ik deze column had ingeleverd, kreeg ik de kans om Moore uit te nodigen voor het Amsterdams Read My World festival. Op 2 en 3 oktober komt Moore daar voordragen. http://www.readmyworld.nl/
P.s.s. de vertalingen in deze column zijn in opdracht van Poetry International gemaakt door Willem Groenewegen. http://www.willem-groenewegen.nl/

Het was een warme dag voor we op de boot richting Vlieland stapten en we hadden tijd over waardoor we in Harlingen kibbeling en hoedjes konden aanschaffen. Foto door Saskia Stehouwer.
