Twintig procent van de Nederlanders wordt opgelicht op het internet las ik op de website Liwwadders.nl. Ook ik krijg dagelijks mailtjes waarin mij indrukwekkende erecties, gigantische Afrikaanse geldsommen en winstgevende investeringen worden aangeboden. Bijna was ik in zo’n ‘phising’ mailtje getrapt toen ik bericht kreeg van een goede vriend. Hij zou in het buitenland zijn portemonnee zijn kwijtgeraakt en zocht dringend hulp. Na een telefoontje bleek hij zich gewoon in Nederland te bevinden met zijn portemonnee op zak.
Eigenlijk ben ik nieuwsgieriger naar hoeveel mensen er op straat voor de gek worden gehouden. Vooral omdat ik afgelopen week zelf slachtoffer werd van een oplichter. Hij deed zich voor als mijn nieuwe buurman. “Ik heet Nico,” zei hij. “Ik ben een Kroaat, maar ik ben nog nooit in Kroatië geweest.” Waarna hij hard om zichzelf moest lachen. Kroatische Nico had zijn sleutels binnen laten liggen. Hij moest nodig een trein halen om aan het werk te gaan. De alarmbellen hadden moeten gaan rinkelen toen hij zei dat hij leraar was. Hij zag er eerder uit als iemand die gespecialiseerd was in ‘Creatief met aluminiumfolie, aansteker en theelepel’. Maar ik trapte erin. Ik wilde mijn nieuwe buurman te vriend houden en gaf hem zeven euro.
Daarna werd hij wat overmoedig en vroeg hij of hij tevens mijn ns-kortingskaart mocht lenen. Dat werd me wat te bont. Nico had er alle begrip voor en beloofde ’s avonds met de zeven euri en een bloemetje langs te komen. Ik zei dat het bloemetje echt niet hoefde en sprong op mijn fiets. Ik zag Nico nog wat ongerust achterom kijken toen hij voor mij uit de stad in fietste en ik afsloeg. ’s Avonds was hij waarschijnlijk op zoek naar nog zo’n slimme buurman. Aan ons belletje trok hij niet.
Ik was vergeten dat Kroaten uitmuntende zwetsers zijn. Zo trakteerde een Kroatische dichter mij tijdens een festival in Montenegro op een reeks prachtige moppen over de plaatselijke bevolking en hun vermeende luiheid. Een van die grappen speelde zich af in de Middeleeuwen. Er was voedselschaarste in Montenegro en de koning besloot dat het oneervol was om samen met zijn volk aan de hongersdood ten prooi te vallen. Hij nodigde zijn onderdanen uit een berg op te wandelen en stelde hen daar voor zich massaal de diepte in te werpen. De Montenegrijnen zouden snel uit hun lijden verlost zijn. Na dit wat macabere voorstel stak een boer zenuwachtig zijn vinger op. “Ik zie een aardappelveld, Heer,” sprak de boer hoopvol. “Zijn ze al geschild?” wilde de koning weten. “Nee, ik geloof het niet,” antwoordde de boer. “Dan moeten we toch maar springen,” zei de koning.
Ik heb eerbied voor Nico en zijn volk de Kroaten. Ik hoop dat hij zijn hemelse trein heeft gehaald.
*
Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl
