Als dichter is de taal je belangrijkste gereedschap, maar je moet ook over een goede stem beschikken om je gevoelige verzen stevig voor te kunnen dragen. Eerder had ik daar niet veel over te klagen, maar onlangs moesten mijn versleten stembanden naar de garage. Het was tijd voor onderhoud.
De KNO-arts stak in het ziekenhuis een grote ijzeren stang in mijn keel en liet mij allerlei klanken over hem uitstorten. De gebruikelijke fluwelen oe’s en ah’s veranderden prompt in ongeoefende Mongoolse keelzang. Volgens hem waren de klepjes boven mijn stembanden aangetast door maagzuur (in mijn geval rode-wijn-en oude-kaas-zuur). Braaf begon ik omeprazol te slikken. Dat was garage nummer 1.
Garage nummer 2 was een logopedist. Ik was te vaak hees en was bang dat het mij optredens zou kosten. Een goede vriendin is logopedist, dus was de stap snel gezet. Ik schreef me in bij haar praktijk en leerde dat ik mijn zinnen als een nachtkaars uit laat gaan ver voordat ik aan het einde ben beland. Ik moest herhaaldelijk “mijn fiets is af” zeggen, waarbij mijn ‘affffff’ klonk als een leeglopende fietspomp.
Maar de beste garage is garage nummer 3: zanglerares Aukje. Door haar zing ik nu elke ochtend onder de douche een speciale toonladder, waarbij ik mijn lippen flink laat bibberen en flapperen, zodat de lucht vanuit de juiste plek komt. Ze leert me op mijn adem te vertrouwen en meer van mezelf te laten zien. Mijn problemen hebben deels met verlegenheid te maken. Het is beter om voluit te gaan en je niet te veel in te houden. Ik moet leren galmen!
Soms denk ik dat ze ons op school met Nederlands een mooie auto hebben gegeven, maar vergeten zijn daar fatsoenlijke rijlessen bij te doen. Nu leer ik het op de weg en in de garage. Do-re-mi-vroemmmm.
*
pArt is een uitgvave van Special Arts http://www.specialarts.nl/.

