Bij ons om de hoek wordt regelmatig iemand omgelegd, maar ik ben daar nooit bij, zie hoogstens de volgende dag de rood-witte politielinten wapperen. Vorige week zag ik op het nieuws hoe een paar straten verderop een man uit zijn auto stapte en werd beschoten. De kogels raakten een tram, de man viel neer en  de schutters gingen er vandoor op een scooter.

Pol

Bijna dagelijks fiets ik door die straat, ook op het late tijdstip van de moord. Toch voel ik mij nog steeds veilig in Amsterdam-West, waarschijnlijk omdat het ging om een afrekening in het criminele circuit. Bij het horen van die uitdrukking verdwenen mijn zorgen en betrokkenheid als wolken voor de zon. Laat hen elkaar maar afmaken, dacht ik en vergat prompt dat het kinderen zijn geweest die vroeger hele andere, vast minder criminele, dromen koesterden.

In diezelfde week zat ik voor een magnetisch bord met de vierjarige Lilian in Amstelveen. Lilian wilde me laten zien hoe goed ze woorden kon maken. Letters en cijfers werden in een voor mij onsamenhangende volgorde op het bord geplaatst en ik moest ze voorlezen. Het hoefde niets te betekenen, alles mocht. Lilian maakt prachtige nieuwe woorden.

Mang

Haar vader Egbert was via Skype aan het vergaderen. Hij sprak met verschillende mensen over Burundi. De organisatie waar hij voor werkt probeerde de oppositie ervan te overtuigen geen nieuwe burgeroorlog te beginnen. De Burundische vrede was broos, leerden we.

Op het nieuws hoorde ik een verhaal dat mij niet raakte, over een president die te lang op het pluche bleef zitten en een generaal die tegen hem in opstand kwam. Het raakte me even oppervlakkig als het schietincident. Ik moest meer weten.

Wist u dat er in Burundi een poëziewedstrijd bestaat waaraan alleen maar koeienherders deelnemen, een soort hiphop battle voor Burundische cowboys waarbij de herders zo mooi mogelijk opscheppen over hun prestaties en talenten? Zou u daar niet iets over willen zien in de nieuwsrubrieken? Die herders zijn niet alleen goed in improvisatie. Ze kennen een hele reeks gedichten uit het hoofd die ze gebruiken om de koeien naar een bron of weide te leiden en ze reciteren verzen die de kudde duidelijk maken dat het tijd is om gemolken te worden. Dat is weer eens wat anders dan het “heu jongens” dat mijn nichtje en ik tegen de koeien van mijn oom riepen in de weilanden rondom Oostrum. Wij rijmden niet, wij tikten de achterblijvers op de kont met een tak.

Ik had er ook geen weet van dat men in Burundi hetzelfde woord voor de maag van een koning gebruikt als voor de vier magen van de koe.

En ik weet niks van de man die alleen stierf op de Amsterdamse stoeptegels en wat koeien voor hem betekenden.

 

*

 

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

P.s. In Kirundi (een van de talen die gesproken wordt in Burundi) begroet men elkaar met Amashyo ("Dat je maar grote kuddes mag hebben"). Het antwoord is Amashon-gore ("Ik hoop dat het kuddes vrouwtjes zijn"). 

Meer op: http://www.everyculture.com/wc/Brazil-to-Congo-Republic-of/Burundians.html#ixzz3awOIjBcg

P.s.s. ze verschepen Friezen naar Burundi!

 

 

Posted in