“Bij ons in de tuin heb ik ze weggejaagd,” zei een bebaarde grijsaard naast me op de stoep van De Aerden Plaats te Oude Bildtzijl. We stonden tijdens de pauze van een literair programma te roken en het land te overzien. Een duif zat in de knot van een boom op haar verse nest terwijl haar man in de berm een takje zocht en het in de mond van zijn vrouwtje stak, waarop zij het tussen de andere takjes propte. “Bij ons op het balkon jaag ik ze ook weg,” zei ik.

Kort daarvoor las Peter van Lier, die zich een paar jaar geleden in de oude melkfabriek van Marrum nestelde, een gedicht voor waarin hij soliciteerde op “een functie in het dierenrijk”. Laconiek richtte hij zich tot de “orde der platvissen” en bood zijn “symmetrische hoofd met / lichte aanpassingen bescheiden doch beslist’ aan ‘ten behoeve van een wat frivoler tarbotbestaan, vol heuse ledematen.”

Tarbot

De grijsaard nam een trekje van zijn sigaret en stak van wal over kleinere vogels en de jaren dat hij op de grote vaart zat. In de Golf van Biskaje kwam het voor dat er een grote zwerm vogels uitgeput op het dek landde. Die waren in de mist de weg kwijtgeraakt en hadden het ver van de kust niet meer voor het kiezen. De scheepsbemanning zette bakjes met water en eten neer, maar de vermoeide vogels wilden er niet aan. Binnen een paar uur lagen ze allemaal dood op het dek.

`s Ochtends thuis in Amsterdam was ik aan het lezen over de evolutie van vissen. Ik zocht naar informatie over de vingerkootjes in de vinnen van dolfijnen, maar bleef hangen bij een eerdere ontwikkeling, het ontstaan van de kaak en de longen. Hoe zijn we aan land gekomen vroeg ik me af. Volgens wikipedia moesten vissen soms over een droog stuk land kunnen bewegen om naar een volgende poel te kruipen waar misschien meer voedsel was.

Wij roken en wonen in zo’n poel des overvloeds. Onze broeders en zusters proberen in wrakke bootjes onze rijkelijk gevulde troggen te bereiken. Ze worden gevangen gezet in Libië, waar ze met stokken worden geslagen en wanneer het ze lukt om op een boot te stappen is de kans groot dat ze een vroegtijdig graf vinden op de bodem van de zee. Wij zien ze schreeuwen om hun nieuwe vrienden en familieleden als ze opgepikt worden. We zien hun kinderen drijven. De evolutie is te traag om hen kieuwen te geven, hun handen terug te veranderen in vinnen.

Wood_Pigeon_Nest_12.06.09

En ik blijf de duiven verjagen van ons balkon. Mijn vrouw heeft bloemen, kruiden en sla geplant die ik niet met hen wil delen. “Je hebt geen keus, ze schijten alles onder,” zei ik tegen de grijsaard. 

Deze column verscheen eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

P.s. hieronder het hele gedicht van Peter van Lier.

IMG

Posted in