Er lopen mensen van middelbare leeftijd door onze buurt met goed gevulde leren tassen om de schouders. Ze zien er netjes gekleed uit, zijn vriendelijk en ze discrimineren niet. Bij iedere deur wordt aangebeld met de blijde boodschap dat wij nog te redden zijn. Over de intercom, waar je toch moeilijker een voet tussen krijgt dan tussen onze krakkemikkige voordeur wordt mij een harmonieuzer gezinsleven beloofd. Ik antwoord dat wij geen kinderen hebben en dat mijn vrouw en ik in tijden niet zo harmonieus zijn geweest. “Komt u op een vrolijke ochtend maar eens aan ons open raam luisteren naar de slaapkamermuziek die we uitvoeren.”

1182272780

Als de beste man oppert dat we door de bijbel nog wat meer noten op onze minnezang kunnen krijgen, weet ik zeker waar bij dit goedbedoelende heerschap de klepel hangt en bedank ik voor de eer. No disrespect, maar wij zingen ook zonder  relitherapie in en uit de kerk dit huwelijk wel uit.

In de eerste zomer van mijn Groninger studententijd was ik wat eenzaam waardoor ik de kostbare fout maakte twee Jehova’s getuigen binnen te laten. Op de Amsterdamse stoepen kun je de hondendrollen nog redelijk ontwijken – zeker als je het juk van de eeuwige schuld op je schouders draagt en je blik op het vuur van de onderwereld is gericht – maar in mijn flat kon je niet ontkomen aan de hondenpislucht die de wiebellift iedere dag vulde. Het geluk was echter met de profeten. Ik woonde niet op de negende maar op de derde verdieping.

Ik liet een wat oudere man en zijn jongere assistent binnen en gaf hen een kopje thee. Daarna staken ze voortvarend van wal over de absolute waarheid van het scheppingsverhaal en de leugen van de evolutietheorie. Daar kon ik ook een boekje over kopen. Ik beweerde dat ik dat niet kon betalen als arme student, maar het lukte ze toch om mij een tientje af te troggelen en daarmee tevreden het pand te verlaten. Het is maar goed dat er die eenzame zomer geen man met een pannenset langskwam.

 

Waaraan heeft u dit relaas te danken? Aan een wandeling door Amsterdam-West en aan het filmpje waarin Hilary Clinton kond doet van haar gooi naar het presidentschap. Zonder de kralenketting van een half miljoen die ze van de Saoedi’s cadeau kreeg, zit ze met een gewone man in een café een gewone kop koffie te drinken. Ze vertelt over de crisis waar Amerika zich aan heeft ontworsteld en dat de rijken daar beter uit zijn gekomen dan de armen. Zij wil wat aan die verdeling doen. Haar lege woorden klinken even hypocriet als de belofte dat er een hemel is voor 144.000 uitverkorenen. De rest mag met tassen om de hangende schoudertjes ronddwalen door het paradijs op aarde.

Deze column werd geschreven voor de Leeuwarder Courant: http://www.lc.nl/

Posted in