Op eerste Paasdag keek ik op Omrop Fryslân naar een documentaire over de Duitse prinses Maria Louise van Hessen-Kassel (1688-1765), echtgenote van stadhouder Johan Willem Friso. Deze prinses zorgde eigenlijvig voor het voorbestaan van het Huis van Oranje door kort na het overlijden van haar man een flinke zoon op de aarde te zetten, Willem IV.

Marijke meu 1Bekijk de docu bij de NPO met ondertiteling

 

Of we haar daarvoor dankbaar moeten zijn, laat ik voorlopig even in het midden. Zelf ben ik niet zo’n grote fan van het koningshuis. Nederland zou het naar mijn mening prima zonder het instituut van de erfelijke macht kunnen stellen. En of we nu in het buitenland door Koning Pils of de big smile van Mark Rutte worden vertegenwoordigd, lijkt me weinig verschil te maken in de handel die we drijven.

Mijn afkeer van de Oranje’s is niet gebaseerd op negatieve ervaringen uit het verleden. De lepeltjes en blikjes van Beppe Tiet met Beatrix en Claus erop konden op mijn bewondering rekenen en wilhelminapepermuntjes weigerde ik nooit. Daarnaast kan ik me nog voor de geest halen dat onze klas op de lagere school een middag vrij kreeg om met vlaggetjes te zwaaien naar een koets. Maar misschien ging het wel om de intocht van collega Sinterklaas.

Verzameling3

Zo’n vijftien jaar geleden mocht ik op bezoek bij lakei Ed Nijpels, Commisaris van de Koningin. Hij ontving op zijn woonboerderij mensen die zich verdienstelijk hadden gemaakt voor de provincie. Toen hij bij schrijver Nyk de Vries kwam te staan, keek Nyk hem even aan en zei: “Dus”. Nijpels had alleen maar met eenzelfde dus hoeven antwoorden, maar stond met zijn mond vol tanden en schuifelde rap naar het volgende tafeltje. De koninklijke bitterballen waren aan de kleine kant in zijn restaurant.

 

Het duurde tot september 2013 voordat ik een lid van het koninklijk huis mocht ontmoeten. Maxima, wellicht een even grote redder van het koninklijk huis als Maria Louise, was te gast bij de opening van het nieuwe Fries Museum. Ik las een gedicht voor dat net als poëziesteen voor het museum was gelegd. De koninginneoogjes twinkelden en ook de regel “wêr sette we dy dan del aanst” werd met een uiterst charmante lach onthaald. Betoverd door de hartelijke uitstraling van Maxima liet ik me bijna bekeren tot monarchist.

 

’s Avonds was mijn voordracht door Lucky TV ernstig verbeterd. In plaats van Tsead Bruinja was ene René aan het woord die maanden opgesloten had gezeten wegens “verschillende geweldsdelicten, depressiviteit en suicidiale neigingen”, waarna hij de Argentijnse schone trakteerde op een imitatie van Donald Duck die verkracht wordt. Ik overwoog terstond mijn naam te veranderen en het Haagse accent van René over te nemen. Nog nooit hadden er zoveel mensen naar me gekeken. Voor die ervaring moet ik Maria Louise en haar vruchtbare schoot dankbaar zijn.

P.s. na het schrijven van de column zag ik dat het Fries Museum ook aandacht besteedt aan Maria-Louise. Voor meer over die tentoonstelling: http://www.friesmuseum.nl/

 

het zeggen tot het niet meer geldt

je wilt het bewaren
zodat het hetzelfde blijft

je wilt het bewaren
tot het meer waard wordt

hetzelfde dat wat waard blijft
wil je bij je houden

in je meedragen en laten zien
en achter je laten

omdat er wat nieuws aankomt
dat je ook wilt bewaren

de tent vol zooi je huid zo'n zware winterjas
dat je je in de zomer doodzweet

en waar zetten we je dan neer
straks

en naast wie? 

Steen

it sizze oant it net mear jildt 

wolst it bewarje
sadat it itselde bliuwt

wolst it bewarje
oant it mear wurdich wurdt

itselde dat wat wurdich bliuwt
wolst by dy hâlde

yn dy meidrage en sjen litte
en achter dy litte

omdat der wat nijs oankomt
datst ek bewarje wolst

de keet fol guod de hûd sa'n swiere winterjas
datst dy by it simmer deaswitst

en wêr sette wy dy dan del
aanst

en neist wa?

Steen2

Deze column stond eerder in de Leeuwarder Courant: www.lc.nl

Posted in