NU DAN DE NEDERLAAG GELEDEN IS
xu lihzi liep langs het spoor
tot hij bij de stad
tot hij bij de lopende band
tot hij bij de plek aankwam
waar hij zijn jeugd en lichaam inruilde
voor een stofsmogstofhoest
en een leven dat hem koud liet
beide propte hij in een schandalig gedicht
dat op een website staat
lieplangs het spoor
xu lizhi leek volgens de dorpsoudsten
op zijn grootvader bamboestok
die van het oplossen van raadsels hield
duivelse japanners hebbben hem levend verbrand
snippers 1943 su-hu-lingers
xu lihzi dunne klerenhanger
volgens de dorpsoudsten liep hij langs het spoor
tot hij bij zijn stad aankwam
waar zelfs de machines in slaap sukkelen
de ma’ahn van ijzer is
een vierkante kamer
beät hij besliep hij bescheet hij bedacht hij
beschreef xu zonder zon
en ging maar niet dood loonstrook
als hij een raam opent
verschuift hij het deksel van een kist
loonstrook
xu lihzi liepin zijn laatste schandalige gedicht loonstrook
zegt ‘ie dat ‘ie nog een keer de oceaan wil zien
een berg wil beklimmen
dat hij zijn verloren ziel terug zou willen roepen intercom
maar dat hem het niet lukt
intercom
dat we niet rouwig hoeven te zijn
het was prima toen hij kwam intercom
het was prima toen hij ging
prima de xu lihzi nam stappen
toen hij niet door de bibliotheek werd aangenomen
kloonstrook intercom spoor
nu is er een xu aan de wereld ontsnapt
die van zijn raam een deur makte
van de straat een gr’f
en ik lig er niet wakker van 6.0
Dit is het vijftiende gedicht in 'Binnenwereld Buitenwijk Natuurlijke Omstandigheden' (Cossee, sept. 2015)
Ik schreef het naar aanleiding van een link die de dichter Frank Keizer deelde op Facebook en vanwege uit uitnodiging voor het Herman Gorter Festival te Balk eind 2014.
Meer over Xu Lizhi:
libcom.org/blog/xulizhi-foxconn-suicide-poetry
Het gedicht van Gorter waaraan ik de titel heb ontleend:
Nu dan de nederlaag geleden is,
En d’arbeiders teruggestoten zijn
In der tirannie donkre duisternis,
Nu wil ik zingen, zacht en hel en fijn,
Hoe zij herstijgen uit bekommernis
Weder naar der lichts goudenen zonneschijn
Want mijn hart leeft hun leven. En ’t is wis
Dat zij herstijgen zullen, sterk en rein.
Zij zullen weder opvliegen ten hemel
Van uit der slavernij diep donkre poel,
Zij zullen zich verovren het gewemel
Der aarde. Nu voor goed. Het Hoge Doel.
Dit wil ik zingen in een gouden schijn.
In nederlaag wil ik hun dichter zijn.
Herman Gorter
uit 'De Arbeidersraad'
