“Als ik mijn huis kon bouwen met stenen van twijfel, zou ik dat doen,” zei een Poolse dichter tijdens het vraaggesprek in het Delhi International Center. Eerder had hij verkondigd dat alle gedichten liefdesgedichten zijn en bij een latere sessie waren al zijn verzen ineens dialogen. Ik kon hem wel schieten. Het hielp niet mee dat organisator Alexandra Büchler bij de aankondiging van de Poolse dichters uitvoerig hun genialiteit en engagement roemde en bij ons niet veel verder kwam dan het prijzen van onze meertaligheid. De inhoud van ons werk bleef onbesproken.

De dichtersgroep waar ik mee optrad in Delhi. Naast mij staan Sampurna Chattarji, Miguel Manso, Heike Fiedler, Mamta Sagar, David Greenslade en Siân Melangell Dafydd
Gekrenkt in mijn ijdelheid en verontwaardigd over de gratuite stelligheid van de Pool, kreeg ik zin om zijn twijfelhokje tegen de vlakte te slaan. Maar ik bewaarde beleefd en schijterig mijn commentaar. “Wat een onzin,” zei ik bij de nazit tegen de Afghaans-Nederlandse dichteres Shakila Azzizada en haar man Allard Wagemaker, attaché Defensie bij de Nederlandse Ambassade. “Die man twijfelt nergens aan.” Ik refereerde aan een lijst met banken die hij had opgenoemd. “Dat was een overduidelijke platte veroordeling,” oordeelde ik. “Als hij echt aan alles zou twijfelen, zou hij ook moeten vertellen over het nut van de banken en hoe wij daarvan profiteren.”
Voor het gemak liet ik weg dat mijn werk aan eenzelfde paradoxaal euvel lijdt. Wanneer ik een gehate dictator te kakken zet of de holle clichés van politieke slogans gebruik, is er in mijn gedichten evenmin ruimte voor de andere kant van het verhaal. Ook ik geniet van het instemmende brave applaus en heb in het verleden gezworen dat twijfel een essentieel ingrediënt is van mijn gedichten.
Een Indiase man die tijdens het programma ijverig aantekeningen had gemaakt, schaarde zich bij ons. Ik vroeg hem naar zijn werk. Nadat hij verklaarde een student van het leven te zijn, vroeg ik hem wat dat was: “Studying life”. Hij corrigeerde me. Er zit een subtiel verschil tussen het bestuderen en het student zijn van het leven; bij het ene jaag je wild kennis na en bij het andere probeer je rustig een les te trekken uit wat je overkomt.
We spraken over de universiteit van Bangalore, waar dichteres en docente Mamta Sagar haar afdelingshoofd vroeg om aparte wc’s voor jongens en meisjes. Hij weigerde en wees haar op zijn kaste. Hij is een opgeklommen ‘onaanraakbare’, de kaste die normaalgesproken het vuile werk opknapt. Hun enige hoop is reïncarnatie in een hogere kaste. Het hoofd probeerde de driftige Sagar uit haar tent te lokken, zodat ze hem naar de keel zou grijpen, wat zij volgens het systeem niet mag doen. De politie zou haar onmiddellijk arresteren. Attaché Wagemaker toonde begrip en vertelde over de armoede waaruit deze ‘paria’ zich omhoog had moeten werken. Het lag weer ingewikkelder.
Ik hang de moker op, ga twijfelstenen bakken of een mozaïekje leggen.
Mijn reis werd mede mogelijk gemaakt door het Nederlands Letterenfonds en De Douwe Kalma Stifting.


