In India passen er vijf mensen op een motor. Ik zag een volledig gezin met de vader aan het stuur, voor en achter hem een zoontje en helemaal achterop de moeder met een dochtertje van twee, dat niet in haar arm lag maar op haar amazoneschoot stond en aan een moederlijke arm vrolijk het wild claxonerende verkeer beschouwde.
In een van die vele toeterende auto’s zat ik, samen met de Tsjechische organisator Alexandra Büchler, die in Manchester woont, naast haar Tsjechische ook over een Australisch paspoort beschikt en staatsburger is van Griekenland. “Ja, dat moet ik toch misschien eens opzeggen,” zei ze bij de koffie.
De andere passagier was David Greenslade, een zestigjarige dichter uit Wales die leraar was geweest in Oman en in Japan drie jaar lang het boeddhisme had bestudeerd. `s Avonds toen wegens muggen de sessie lachyoga verviel op het kunstgrasveld achter het hotel, vroeg hij mij twee punten van een grote lap stof vast te houden. Als ‘action’ werd ik totaal ingewikkeld als een kunstwerk van Christo. Ik voelde me geborgen.

Dichters David Greenslade en Heike Fiedler in de generale voor het optreden
Büchler, Greenslade en ik zijn de enige hotelgasten die zich in het kleine zwembad wagen. Het is winter voor de Indiërs en zij vinden vijfentwintig graden veel te koud. Regelmatig worden we aangestaard door mannen die van het buitenbuffet genieten en met een arm op elkaars schouder wat staan te kletsen. Zij maken onderdeel uit van een typisch Indiaas fenomeen. Als beloning voor hun prestaties mogen ze van hun baas deelnemen aan een ‘salesconference’ waar ze los van hun vrouwen een gezellige tijd hebben met elkaar. Het ziet er vrij tam uit. ’s Nachts heb ik geen enkele dronken verkoper door de gang horen lallen.
“Zonen zijn goden voor hun moeders,” zegt de Indiase dichteres Sampurna Chattarji als we na een dag vertalen drank uit elkaars landen proeven. We praten over de wreedheid van mannen tegen vrouwen, over de ongelijkheid en de verkrachtingen, waarover wij in het Westen wel iets horen, maar nog lang niet de helft. “De zonen zijn goden voor hun moeders. Tegen de dochters zeggen ze dat ze dood hadden moeten gaan voor ze geboren werden.” We zwijgen en nemen nog een slok van de Becherovka, een Tsjechische kruidenlikeur die de dertiende bron wordt genoemd. Volgens doktoren is Becherovka even geneeskrachtig als het helende water uit de andere twaalf natuurlijke bronnen die het land rijk is. Büchler adviseert ons ’s ochtends een glaasje te nemen ter voorkoming van de Delhibelly.
Het is prima baantjes trekken op mijn Sonnema, terwijl ik bekeken word door volwassen mannen op schoolreis. Bovendien is er genoeg om over na te denken. Bijvoorbeeld over de moeder en haar zwaaiende dochtertje achterop de motor. Het was aan één arm, maar haar moeder hield haar goed vast.

Met dank aan het Nederlands Letterenfonds en de Douwe Kalma Stifiting voor het mogelijk maken van mijn deelname aan deze reis, optredens en workshop.
