Er suist de laatste dagen een goed voornemen door mijn hoofd. Ik wil mij minder druk maken over de toekomst en meer in het moment leven. Waarschijnlijk wordt dit voornemen gevoed door zenuwen die al maanden door mijn lijf gieren wegens een aanstaand bezoek aan India voor een festival en een vertaalworkshop. Ik zeg altijd ja tegen dit soort uitnodigingen. Ze strelen mijn ijdelheid. Daarna komen de aanstellerige rampvisioenen. Wat gebeurt er als ik de terugvlucht mis? Hoe moet het met de hurkie-hurkie?
Ons gezin reisde nooit veel verder dan naar Ruurlo in de Achterhoek. Daar klapten we in de zomer de vouwcaravan uit bij boerenfamilie Koeslag. Mijn vader kon er een beetje trekkerrijden en in zijn steenkolen Achterhoeks zwetsen met boer Jan. Wij bezochten het kasteel van kinderserie de Zevensprong en visten met stoere schoonzoon Freek, die bij Aviko werkte en ovenfriet mee naar huis nam. In de voortent stond dezelfde macaroni met satésaus, gebakken ei en honig kruidenmix op tafel als thuis.
Later werd mij op school de kans geboden om op excursie te gaan naar Praag, Berlijn of Parijs. Het bier zou goedkoop zijn, misschien was er een kans om in een overmoedige dronken bui dat ene klasgenootje de liefde te verklaren en ik zou aan mijn talen kunnen werken. Ik moest het wel zelf betalen. Tegen mijn docenten zei ik dat ik het geld er niet voor had. Dat was deels waar. Ik kon het misschien net opbrengen. Maar ik was schijterig; bang voor het vreemde. Mijn supermarktloon ging op aan cd’s, waterig discotheekbier en merkkleding.
Als rechtgeaard pessimist verwacht ik dat ik er veel mis kan gaan, ook voorafgaand aan de reis, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een visum. Van collega Erik Lindner kreeg ik verhalen te horen over mensen die naar huis werden gestuurd omdat ze een recent bankafschrift waren vergeten of net iets te ver buiten het vereiste vakje hadden geschreven. Ik maakte me er goed druk over en ging extra vroeg op weg naar Den Haag. De valeriaan van de nacht ervoor fluisterde door mijn bloed.
De zorgen bleken terecht. Op een formulier van het Nederlands Letterenfonds, dat samen met De Douwe Kalma Stifting zo vriendelijk is om mijn reis te ondersteunen, ontbrak een handtekening. Bij het traagste internetcafé van Den Haag, handig naast het visumbureau gelegen, kon ik de getekende brief alsnog printen, terwijl de nurkse medewerker instructiefilmpjes afspeelde over het maken van surprises. De ramp was te overzien.
Ik kijk door de verkeerde bril naar de toekomst en vergeet hoe leuk het is om in een nieuw land voor te lezen.De reis zal vast inspirerend zijn. Ik zal u er verslag van doen. Nu maak ik me alleen nog zorgen of ik straks wel iets te vertellen zal hebben.
