“Wat is het meest schokkende nieuws dat je in je leven gehoord hebt?” vroeg mijn buurvrouw me tijdens de koffie afgelopen zondagmorgen. Voor haar was het de moord op Theo van Gogh geweest.
Voordat ik kon kiezen welk nieuws mij het meest geraakt had, werd ik in gedachten teruggebracht naar 2 november 2004. Ik woonde amper een jaar in Amsterdam-West. Mijn geliefde was op de fiets naar haar werk vertrokken en ik zat achter de computer met het journaal aan.
Ik herkende de Linaeusstraat, waar het levenloze lichaam van de regisseur lag. Ik was er een paar keer doorheengefietst op weg naar vrienden. Als ik nog in Groningen had gewoond, had het misschien verder van me afgestaan, maar nu was het in de buurt. Misschien dat ik juist daardoor me vaak heb afgevraagd wat ik zou hebben gedaan als ik erbij was geweest. Mijn hersenen hebben een overdreven grote afdeling nutteloze reddingsfantasieën.
Maar of deze moord voor mij de meest schokkende gebeurtenis was? De moord op Pim Fortuyn en de aanslag op de Twin Towers flitsten voorbij. Terwijl de brandweermannen het World Trade center inrenden, liep ik het Harmoniecomplex van de Rijksuniversiteit Groningen binnen om een essay over Faulkner in te leveren. Naast de balie van de portier was een karretje met een tv neergezet. Ik vroeg wat er gebeurd was, keek even en liep de trap op richting het postvakje van mijn docenten Engelse Taal- en Letterkunde. Het zou me pas later echt raken.
De wrede actie van de jihadisten verbaasde me in eerste instantie niet, doordat ik met de Iraakse dichter Mowaffk Al-Sawad veel gesproken had over de dubbele agenda van het westen ten opzichte van de rest van de wereld. Mowaffk had zich in 1991 vlak na de Eerste Golfoorlog aangesloten bij de opstand tegen Sadam Hoessein in de Zuidelijke havenstad Basra. Hij en zijn vrienden smeekten de Amerikanen om wapens, terwijl de Republikeinse garde van Hoessein jacht op hen maakte. Maar Bush sr. had na de bevrijding van Koewiet besloten de strijd te staken. Zijn mannen boden de jonge verzetstrijders geen geweren, maar een dubieuze vluchtroute aan. De opstandelingen werden naar geheime gevangeniskampen in Saoedi-Arabië vervoerd, waar hen alle contact met de buitenwereld werd ontzegd. Na drie jaar wist een man te ontsnappen. Hij belde de BBC world service en zorgde er daarmee voor dat de kampen werden ontmanteld. Mowaffk belandde in Nederland.
Het meest schokkende dat ik mij herinner zag ik niet op tv. Het waren de tranen in de ogen van mijn vriend Mowaffk op 19 maart 2003 toen Bagdad in lichterlaaie werd gezet. Hij huilde de hele taxireis van Groningen naar de studio van Barend en Van Dorp in Almere. Ik heb nog nooit iemand zo lang en zo terecht zien huilen.
Mowaffk schreef brieven tijdens zijn gevangenschap. Die zijn te lezen in Stemmen onder de zon dat verscheen bij Uitgeverij Passage.
http://www.uitgeverijpassage.nl
Recensie op Meander: http://eerder.meandermagazine.net/
In 2013 publiceerde Mowaffk Al-Sawad twee nieuwe gedichten op de website van de Revisor. Die zijn hier te lezen.
Voordracht uit de bundel Een middag wit als melk (Bornmeer)

