“Wij die zijn rondgestrooid als granaatscherven, van wie het vlees door de lucht vliegt als regendruppels, wij bieden onze oprechte verontschuldiging aan aan iedereen in deze beschaafde wereld.” Zo begon mijn kennismaking met de Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun (1979). Almadhoun las het gedicht voor tijdens een programma van het festival Read My World, via Skype vanuit zijn huis in Zweden, waarna ik de vertaling van Djûke Poppinga ten gehore bracht in de Openbare Bibliotheek te Amsterdam.

Het gedicht waaraan deze openingsregels zijn ontleend is niet terug te vinden in de bundel Weg van Damascus (ik plaats het onderaan dit bericht) die onlangs verscheen bij Uitgeverij Jurgen Maas, maar er staat genoeg in met dezelfde explosieve en tedere zeggingskracht. Wat te denken van: “Terwijl ik door de straat naar haar schoot loop, kom ik de twijfel tegen. Hij zet koers naar volledige zekerheid en ik strijk langs de zachte rand van een vermoeden.”

Almadhoun kwam deze maand voor Read My World naar Nederland. Hij werd daarnaast door journalist Frenk van der Linden rondgeleid door kamp Westerbork voor het tv-programma ‘Altijd Wat’. Van der Linden opende het gesprek met een scherpe vraag: “Heb je nooit de neiging gehad om niet een gedicht te schrijven, maar naar de wapens te grijpen?” Almadhoun gaf een eerlijk antwoord: “Het was moeilijk, want ik had ’t gevoel dat ik niet sterk genoeg was. Met andere woorden, ik was een schijterd. Bang dat ik dood zou gaan.”

Gh

“Ik kan niet verdrietig zijn voor de Palestijnen en niet opkomen voor een ander volk,” zei hij toen van van der Linden hem vroeg hoe hij nu naar Gaza kijkt. Voordat hij naar Zweden vluchtte, schreef hij in thuisland Syrië een artikel over de jodenvervolging.  Geen enkele krant wilde het stuk opnemen.

Niet ver van de gebogen rails op een grasveldje in de zon, vertelt Almadhoun dat hij zonder de holocaust niet had bestaan. Als de staat Israël niet was opgericht na de Tweede Wereldoorlog, was zijn Palestijnse vader niet gevlucht naar Syrië en had hij daar nooit Almadhouns moeder ontmoet. “Wij zijn het resultaat van de bezetting,” zegt de dichter met een wrange glimlach op zijn gezicht.

 

Die brede kijk op de geschiedenis van de mensheid siert de bundel Weg van Damascus, bijvoorbeeld wanneer Almadhoun schrijft over de geschiedenis van vrouwen. Hij neemt ons mee langs “de vrouwen die sinds het begin van de geschiedenis de druiven met hun voeten stampten” langs “de vrouwen van Berlijn, die na de oorlog / hun stad weer hebben opgebouwd” en “de Algerijnse vrouwen, die hun lichaam insmeerden / met uitwerpselen, zodat de Franse soldaten / hen niet zouden verkrachten.”

Almadhoun is geen bange dichter. Hij is een strijder. Zijn wapens zijn twijfel, moed en begrip. Als hij een leger had, sloot ik me er bij aan.  

Deze column verscheen op 3-10-2014 in de Leeuwarder Courant - http://www.lc.nl/

 

Het gedicht:

 

Wij

Wij die zijn rondgestrooid als granaatscherven, van wie het vlees door de lucht vliegt als regendruppels, wij bieden onze oprechte verontschuldiging aan aan iedereen in deze beschaafde wereld, mannen, vrouwen en kinderen, omdat we onopzettelijk in hun veilige huizen zijn verschenen, zonder toestemming te vragen. We bieden onze excuses aan, omdat we onze afgerukte lichaamsdelen in hun sneeuwwitte geheugen hebben geprent, omdat we het beeld van de normale, complete mens in hun ogen hebben geschonden, omdat we zo schaamteloos waren om plotseling op te duiken in het journaal, op de internetpagina’s en in de kranten: naakt, met alleen ons bloed en onze verkoolde resten. We bieden onze excuses aan aan alle ogen die niet rechtsreeks naar onze wonden durven te kijken, uit angst dat ze kippenvel zullen krijgen. We zijn excuses verschuldigd aan iedereen die zijn avondmaal niet meer door zijn keel kon krijgen, nadat hij onverwacht was geconfronteerd met onze verse beelden op de televisie. We zijn excuses verschuldigd voor het leed dat we hebben toegebracht aan iedereen die ons in deze toestand heeft gezien: zonder opsmuk en zonder dat er een poging was gedaan om onze resten bijeen te vegen en weer aan elkaar te naaien voordat we op hun schermen verschenen. We zijn ook excuses verschuldigd aan de Israëlische soldaten die de moeite hebben genomen in hun vliegtuigen en tanks op knoppen te drukken, met de bedoeling ons op te blazen. We bieden onze excuses aan voor ons weerzinwekkende uiterlijk, sinds ze hun granaten rechtstreeks op onze kwetsbare hoofden hadden afgevuurd. En voor al die uren die ze nu in psychiatrische klinieken moeten doorbrengen, om weer mens te worden, zoals ze dat waren voor onze transformatie tot afstotelijke lichaamsdelen, die hen achtervolgen wanneer ze proberen te slapen.

Wij zijn de dingen die jullie op jullie schermen en in jullie kranten hebben gezien. Als jullie de moeite nemen om de stukjes bij elkaar te leggen, zoals bij een puzzel, dan zullen jullie een duidelijk beeld van ons krijgen. Zo duidelijk, dat je niet in staat zult zijn om nog iets te doen. 

 

Ghayath Almadhoun
Vertaling: Djûke Poppinga

 

Cover_weg-van-damascus_hr_3

Ghayath Almadhoun
Weg van Damascus
Uitgeverij Jurgen Maas

€ 17,95
ISBN 978 94 91921 06 3 | NUR 306

Op 18 december 2010 werd de wereld opgeschrikt door de opstanden in Tunesië, die snel oversloegen naar andere Arabische landen. Een nieuwe generatie jonge, geëngageerde schrijvers en dichters stond op. Door middel van blogs en andere moderne communicatiemiddelen lieten ze hun stem horen. De Syrisch-Palestijnse dichter Ghayath Almadhoun is een van hen.

Zijn poëzie is soms licht en ironisch van toon en soms zwaar en dramatisch, maar ze is altijd doortrokken van een intense emotie die voortkomt uit heimwee naar het vaderland en het diepgewortelde schuldgevoel van een jonge intellectueel die zijn geboorteland heeft verlaten.

Ghayath Almadhoun (1979) werd geboren in het Palestijnse vluchtelingenkamp Yarmouk in Damascus als zoon van een Palestijnse vader en een Syrische moeder. Hij studeerde Arabische literatuur aan de Universiteit van Damascus en werkte als cultureel journalist. Samen met Lukman Derky richtte hij in 2006 'het Huis van de Poëzie' op, en hij publiceerde er twee dichtbundels. Sinds 2008 woont Almadhoun in Stockholm. Daar schreef hij gedichten in het Arabisch, die in het Zweeds gepubliceerd zijn in twee verzamelingen. De tweede bundel, Till Damaskus, schreef hij samen met de Zweedse dichteres Marie Silkeberg. Veel van Almadhouns gedichten zijn vertaald in het Duits, Italiaans, Grieks en Sloveens. Zijn laatste bundel,La astatee alhoudour (Ik kan niet aanwezig zijn), kwam in 2014 uit in Beiroet en bevat ook de gedichten uit Weg van Damascus.

Uit het Arabisch vertaald door Djûke Poppinga

Met een nawoord van Joost Baars

Bestellen kan via http://www.uitgeverijjurgenmaas.nl/weg-van-damascus

 

Posted in