‘Jouw gezicht is hét gezicht / is het gezicht dat mij ankert / en mij omploegt, beide.’ Zo eindigt ‘Portret’ van Dien de Boer. Het beeld trok een slanke vore door mijn ziel. Ik zat in de bus van station Hoorn naar Den Oever, onderweg naar de Boers bundelpresentatie in een verbouwde boerderij te Exmorra, waar ze met haar gezin woont.

Cover_niet_het_moment_maar_het_nagonzen

De wolken waren des Ruysdaels boven Noord-Holland. Een meisje met een prachtig gezicht en grote hoepeloorbellen groette de buschaufeuse tot drie keer toe bij het uitstappen, een keer toen ze uitcheckte, een keer toen de deuren zich achter haar sloten en nog een keer terwijl de bus haar voorbijreed. Het was alsof de twee vrouwen elkaar al jaren kenden.

De Boer schrijft: “toen ik ’s morgens mijn zoon de droom / vertelde, zei hij: opschrijven / dan kan ik ’m ook dromen / net een boot die wordt overgedaan”.

Ik was in Den Helder overgestapt op de Q-liner en probeerde een beeld te vinden voor het IJsselmeer dat als een stalen plaat op de aarde leek te liggen, overwoog een foto te maken om naar mijn vrouw te whatsappen, die in haar Haarlemse volkstuin aan het werk was, maar bleef kijken. De horizon was een dun lijntje. Het water droeg dezelfde kleuren als de lucht.

Een groep racefietsers werd aan de achter- en voorkant begeleid door motorrijders met rode hesjes.

En ik las door in De Boers bundel Niet het moment maar het nagonzen, waarin een moeder van haar kinderen leert. Tijdens een wandeling ‘gooit’ een zoon ‘woord voor woord / naar alles.’ Hij gooit ‘voog! voog!’ naar een meeuw en ‘veer! veer!’ als hij wil hurken bij ‘bloem! bloem!’. ‘Aldoor houdt hij halt en verjaagt daarmee zijn moeders ‘vlug! vlug!’.

Ik had geen haast. Ik zat in de bus. Het IJsselmeer en de poëzie speelden met me.

 

Er was een tussenstop bij nieuwe vrienden in Pingjum. We spraken over Coltrane en hoe hij in zijn muziek soms met een leger vrienden dronken de hemel leek te bestormen. De echtgenoot smeerde een boterham in vier stukjes, legde er worst op, met op elk plakje wat mosterd.

Het waait hard in de buurt van Pingjum en Exmorra. Twee vrouwen roemden de voordelen van de elektrische fiets. De eerste vertelde hoe haar man na een feestje tegen de wind in moeite had haar bij te houden. De tweede sprak over hoe ze zich als Amsterdams meisje had voorgenomen nooit ergens te gaan wonen waar het altijd waaide. Van wind werd ze depressief. Deze week zullen ze lezen hoe ‘wanneer je ogen / de horizon afgrazen wonden geaaid’ worden en hoe door de wind ‘het waaien dan in je kan gaan liggen’.     

Posted in